Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:17969

2026-05-28 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL26.24066
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-05-28
Publicatiedatum
2026-07-02
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL26.24066
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Eerste beroep niet tijdig mvv aanvraag nareis en 8EVRM ingebrekestelling prematuur beroep niet-ontvankelijk

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.643 tekens)
uitspraak













RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.24066

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen






[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. G.J. Dijkman), en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.




Inleiding


Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 15 juli 2025 om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel - artikel 8 EVRM (de aanvraag).





Overwegingen



De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1


Voor aanvragen die zijn ingediend op of na 28 maart 2025 geldt een beslistermijn van uiterlijk negen maanden na indiening daarvan. De minister kan deze termijn verlengen in geval van bijzondere omstandigheden die verband houden met het complexe karakter van de behandeling van de aanvraag.2 De minister heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.



3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3



Is het beroep van eiser ontvankelijk?



4. De rechtbank stelt vast dat eiser de ingebrekestelling op 3 april 2026 heeft ingediend.





1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 ECLI:NL:RVS:2025:5787.
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.



Dat was te vroeg. Immers, de aanvraag is ingediend op 15 juli 2025 en kent een beslistermijn van negen maanden. De uiterste datum voor het nemen van een beslissing was dus 15 april 2026. Op het moment van indiening van de ingebrekestelling was de beslistermijn dus nog niet verstreken. Het beroep van eiser is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.


5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van mr. C.A.A.W. van der Heijden, griffier.




De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:




28 mei 2026



















Documentcode: [Documentcode]













Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.