Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:17958
2026-06-03
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL25.64219 en NL25.64220
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) derdelander Oekraïne. Beroep tegen terugkeerbesluit, beroep ongegrond, verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Artikel 8 EVRM – SIS signalering – proportionaliteit – onredelijk hard vergeleken met andere landen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2025:1075 Raad van State 14-03-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.440 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.64219 en NL25.64220
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. J. Singh),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. L. den Hollander).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Verweerder heeft met het besluit van 30 juli 2025 aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en bepaald dat eiser binnen vier weken na 4 september 2025 Nederland moet verlaten.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 22 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1998 en heeft de Pakistaanse nationaliteit. Eiser is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier rechtmatig verblijf gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (hierna: RTB) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit.
2.1.
Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, omdat eiser niet meer rechtmatig in Nederland verblijft. Eisers recht op tijdelijke bescherming is namelijk geëindigd en hij heeft geen verblijfsvergunning of openstaande vreemdelingenrechtelijke procedures. Volgens verweerder is het opleggen van een terugkeerbesluit niet onredelijk en eiser heeft niet betwist dat er geen sprake is van een risico op refoulement.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Tijdens de zitting heeft eisers gemachtigde een deel van de eerder aangevoerde beroepsgronden laten vallen. Eiser voert – kort samengevat – nog het volgende aan. Allereerst had verweerder geen SIS-melding mogen plaatsen voordat de vertrektermijn was verlopen. Ten tweede is het besluit in strijd met de proportionaliteit. Ten derde is het Nederlandse beleid voor derdelanders uit Oekraïne onredelijk hard vergeleken met andere EU landen. Ten slotte is het bestreden besluit in strijd met eisers rechten op grond van artikel 8 van het EVRM.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Artikel 8 van het EVRM
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in de omstandigheden dat eiser werkt en een leven heeft opgebouwd in Nederland geen reden is gelegen om af te zien van het opleggen van een terugkeerbesluit. Daarbij komt overigens dat, zoals ook op zitting is besproken, eiser thans niet meer in Nederland verblijft.
SIS signalering
6. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het terugkeerbesluit te vroeg in het SIS is opgenomen. Er is namelijk niet gebleken dat uit regelgeving volgt dat een terugkeerbesluit niet mag worden geregistreerd wanneer de vertrektermijn nog niet is verstreken. Op het moment van registratie was er immers wel al een terugkeerbesluit.
7. Verder bestaat er geen grond voor het oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er zich geen bijzondere of onvoorziene omstandigheden voordoen die aanleiding geven om de SIS-signalering te verwijderen. Daartoe is allereerst van belang dat niet in geschil is dat eiser niet in het bezit was of is van een door de Portugese autoriteiten afgegeven verblijfsvergunning. Verder heeft verweerder er tijdens de zitting op gewezen dat als Portugal aan eiser een verblijfsvergunning wil verlenen, Portugal desgewenst voorafgaand aan die verlening aan Nederland kan vragen om de SIS-signalering te verwijderen.
Proportionaliteit
8. In het licht van het voorgaande geeft eisers betoog over het proportionaliteit geen reden voor een andere conclusie.
Onredelijk hard vergeleken met andere landen
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in eisers verwijzing naar het beleid van andere EU landen, waaronder Finland, geen aanleiding hoeven zien om af te zien van het opleggen van het terugkeerbesluit. Het beëindigen van eisers tijdelijke bescherming ligt in deze zaak namelijk niet ter beoordeling.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het terugkeerbesluit op goede gronden heeft opgelegd.
11. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/3822.
Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1075.
Door middel van de consultatieprocedure.
Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.64219 en NL25.64220
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser/verzoeker (hierna: eiser)
(gemachtigde: mr. J. Singh),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. L. den Hollander).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het aan hem opgelegde terugkeerbesluit en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser.
1.1.
Verweerder heeft met het besluit van 30 juli 2025 aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd en bepaald dat eiser binnen vier weken na 4 september 2025 Nederland moet verlaten.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 22 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1998 en heeft de Pakistaanse nationaliteit. Eiser is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier rechtmatig verblijf gehad op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (hierna: RTB) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit.
2.1.
Verweerder heeft aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd, omdat eiser niet meer rechtmatig in Nederland verblijft. Eisers recht op tijdelijke bescherming is namelijk geëindigd en hij heeft geen verblijfsvergunning of openstaande vreemdelingenrechtelijke procedures. Volgens verweerder is het opleggen van een terugkeerbesluit niet onredelijk en eiser heeft niet betwist dat er geen sprake is van een risico op refoulement.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Tijdens de zitting heeft eisers gemachtigde een deel van de eerder aangevoerde beroepsgronden laten vallen. Eiser voert – kort samengevat – nog het volgende aan. Allereerst had verweerder geen SIS-melding mogen plaatsen voordat de vertrektermijn was verlopen. Ten tweede is het besluit in strijd met de proportionaliteit. Ten derde is het Nederlandse beleid voor derdelanders uit Oekraïne onredelijk hard vergeleken met andere EU landen. Ten slotte is het bestreden besluit in strijd met eisers rechten op grond van artikel 8 van het EVRM.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder motiveert de rechtbank hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Artikel 8 van het EVRM
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat in de omstandigheden dat eiser werkt en een leven heeft opgebouwd in Nederland geen reden is gelegen om af te zien van het opleggen van een terugkeerbesluit. Daarbij komt overigens dat, zoals ook op zitting is besproken, eiser thans niet meer in Nederland verblijft.
SIS signalering
6. De rechtbank volgt eiser niet in zijn stelling dat het terugkeerbesluit te vroeg in het SIS is opgenomen. Er is namelijk niet gebleken dat uit regelgeving volgt dat een terugkeerbesluit niet mag worden geregistreerd wanneer de vertrektermijn nog niet is verstreken. Op het moment van registratie was er immers wel al een terugkeerbesluit.
7. Verder bestaat er geen grond voor het oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat er zich geen bijzondere of onvoorziene omstandigheden voordoen die aanleiding geven om de SIS-signalering te verwijderen. Daartoe is allereerst van belang dat niet in geschil is dat eiser niet in het bezit was of is van een door de Portugese autoriteiten afgegeven verblijfsvergunning. Verder heeft verweerder er tijdens de zitting op gewezen dat als Portugal aan eiser een verblijfsvergunning wil verlenen, Portugal desgewenst voorafgaand aan die verlening aan Nederland kan vragen om de SIS-signalering te verwijderen.
Proportionaliteit
8. In het licht van het voorgaande geeft eisers betoog over het proportionaliteit geen reden voor een andere conclusie.
Onredelijk hard vergeleken met andere landen
9. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in eisers verwijzing naar het beleid van andere EU landen, waaronder Finland, geen aanleiding hoeven zien om af te zien van het opleggen van het terugkeerbesluit. Het beëindigen van eisers tijdelijke bescherming ligt in deze zaak namelijk niet ter beoordeling.
Conclusie en gevolgen
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder het terugkeerbesluit op goede gronden heeft opgelegd.
11. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt buiten zitting afgedaan en niet-ontvankelijk verklaard, nu er uitspraak is gedaan in het beroep en er niet langer sprake is van connexiteit.
12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.
Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/3822.
Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1075.
Door middel van de consultatieprocedure.
Op grond van artikel 8:81 en 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.