Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:17719
2026-06-25
Civiel recht; Personen- en familierecht
12255147 EJ VERZ 26-73596
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Benoeming bijzondere curator ex. art. 1:250 BW voor een minderjarige ten behoeve van vertegenwoordiging in de strafrechtelijke procedure, en alle daarmee samenhangende procedures, tegen de vader. Vordering benadeelde partij.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.038 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Team Toezicht
Enkelvoudige kamer
zaaknummer
:
12255147 EJ VERZ 26-73596
datum
:
25 juni 2026
Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW
Beschikking in het kader van verzoekschrift met dagtekening 27 mei 2026 van:
Mevrouw [pleegmoeder], pleegouder van de minderjarige,
De heer [pleegvader], pleegouder van de minderjarige,
Mevrouw [naam 1], jeugdhulpverlener Stichting Jeugdformaat,
Mevrouw [naam 2], medewerker Slachtofferhulp Nederland,
hierna gezamenlijk te noemen: de verzoekers,
advocaat: mr. M.P. de Klerk
betreffende
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum 1] 2013,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de minderjarige.
De kantonrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader],
geboren op [geboortedatum 2] 1970 te [geboorteplaats 1] ([land]),
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de vader
en
[de moeder],
geboren op [geboortedatum 3] 1993 te [geboorteplaats 2] ([land]),
wonende te [land],
hierna te noemen: de moeder.
1Het verloop van het geding
1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift.
1.2.
De kantonrechter heeft de zaak op 19 juni 2026 ter zitting behandeld. Daarbij zijn verschenen:
mevrouw [pleegmoeder],
de heer [pleegvader],
mr. M.P. de Klerk.
1.3.
Op 19 juni 2026 heeft ook het gesprek met de minderjarige plaatsgevonden.
1.4.
De vader is in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de zitting zijn schriftelijke zienswijze op het verzoekschrift in te dienen. De vader heeft hier niet op gereageerd.
1.5.
De moeder verblijft in het buitenland en heeft een voor de kantonrechter niet te achterhalen verblijfplaats. De moeder is om die reden, in het licht van de spoedeisendheid van het verzoek, niet gehoord op dit verzoek.
2De feiten
2.1.
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
De vader en de moeder van de minderjarige hebben gezag over de minderjarige.
De vader is als verdachte aangemerkt in de strafzaak met parketnummer 09/022726-26, welke aanhangig is bij de Rechtbank Den Haag. De minderjarige heeft aangegeven slachtoffer te zijn geworden van handelingen waarvoor de vader als verdachte is aangemerkt.
3Het verzoek
3.1.
Verzoekers verzoeken de kantonrechter om mr. D.G.M. van den Hoogen (hierna: mr. Van den Hoogen) op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te benoemen tot bijzondere curator met de opdracht om de minderjarige in rechte bij te staan en haar zo nodig te vertegenwoordigen in de gehele strafzaak (eerste aanleg, maar eventueel ook in hoger beroep en cassatie). Verzoekers vermelden in het verzoekschrift dat de minderjarige een vordering tot schadevergoeding wil indienen bij de strafrechter en dat zij mogelijk ook andere slachtofferrechten uit wil oefenen.
3.2.
Samengevat geven verzoekers als reden voor het verzoek dat de belangen van de vader en de minderjarige botsen. De vader heeft gezag over de minderjarige, maar staat terecht in diezelfde strafprocedure.
3.3.
Verzoekers geven aan dat de moeder in [land] verblijft en niet in staat is om voor de minderjarige op te treden. Dat is de reden waarom Jeugdformaat en Slachtofferhulp Nederland bij de minderjarige zijn betrokken.
3.4.
Mr. Van den Hoogen heeft zich bereid verklaard de taak van bijzondere curator op zich te nemen.
3.5.
Met de minderjarige is gesproken over de benoeming van een bijzondere curator. De minderjarige heeft aangegeven dat zij instemt met het verzoek.
4De beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 1:250 BW kan de kantonrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kantonrechter kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouder(s) of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De kantonrechter moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht. Daarbij neemt de kantonrechter in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
4.2.
Verzoekers hebben in het verzoek beschreven dat het verzoek onder andere ziet op het indienen van een vordering benadeelde partij. Dit is een aangelegenheid betreffende het vermogen van de minderjarige. De kantonrechter acht zich daarom bevoegd om te beslissen op dit verzoek.
4.3.
Over de belangenstrijd tussen de vader en de minderjarige overweegt de kantonrechter het volgende. Verzoekers hebben het door hen gedane verzoek voldoende toegelicht. Gebleken is dat in deze procedure met betrekking tot de minderjarige sprake is van een belangenstrijd in de zin van voormeld artikel. De positie van de verdachte (de vader) en de positie van het slachtoffer (de minderjarige) in een strafzaak maken dat sprake is van een strijd tussen de belangen van de vader en die van de minderjarige. De kantonrechter acht het daarom in het belang van de minderjarige dat zij wordt bijgestaan door een onafhankelijke derde.
4.4.
De kantonrechter zal daarom mr. Van den Hoogen als bijzondere curator benoemen en haar opdragen om namens de minderjarige:
op te treden als haar wettelijk vertegenwoordiger in de strafrechtelijke procedure met parketnummer 09/022726-26, in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie, en alle daarmee samenhangende procedures. Hieronder valt ook het indienen van een vordering benadeelde partij en het uitoefenen van alle overige slachtofferrechten.
4.5.
Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij de rechtbank (in het kader van diens benoeming) uiterlijk binnen 6 weken na de datum van uitspreken van het vonnis in de strafzaak zal rapporteren over de resultaat van de bijstand. Daarnaast dient er voor te worden gezorgd dat, een eventueel aan de minderjarige toe te kennen schadevergoeding wordt uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarige voorzien van een BEM-Clausule.
5De beslissing
De kantonrechter:
- benoemt, ten aanzien van de hiervoor in overweging 4.4 genoemde opdracht, over de minderjarige tot bijzondere curator:
mr. D.G.M. van den Hoogen, kantoorhoudende te Leiden;
- verzoekt de bijzondere curator op om uiterlijk 6 weken na de datum van het vonnis van de rechtbank in de strafzaak te rapporten aan de kantonrechter over het resultaat van de bijstand;
- draagt de bijzondere curator op ervoor zorg te laten dragen dat eventuele schadevergoedingen worden uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarige voorzien van een BEM-clausule;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C.M. Höppener, kantonrechter, bijgestaan door mr. A. de Ronde als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Team Toezicht
Enkelvoudige kamer
zaaknummer
:
12255147 EJ VERZ 26-73596
datum
:
25 juni 2026
Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW
Beschikking in het kader van verzoekschrift met dagtekening 27 mei 2026 van:
Mevrouw [pleegmoeder], pleegouder van de minderjarige,
De heer [pleegvader], pleegouder van de minderjarige,
Mevrouw [naam 1], jeugdhulpverlener Stichting Jeugdformaat,
Mevrouw [naam 2], medewerker Slachtofferhulp Nederland,
hierna gezamenlijk te noemen: de verzoekers,
advocaat: mr. M.P. de Klerk
betreffende
[minderjarige],
geboren op [geboortedatum 1] 2013,
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de minderjarige.
De kantonrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de vader],
geboren op [geboortedatum 2] 1970 te [geboorteplaats 1] ([land]),
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: de vader
en
[de moeder],
geboren op [geboortedatum 3] 1993 te [geboorteplaats 2] ([land]),
wonende te [land],
hierna te noemen: de moeder.
1Het verloop van het geding
1.1.
De kantonrechter heeft kennis genomen van het verzoekschrift.
1.2.
De kantonrechter heeft de zaak op 19 juni 2026 ter zitting behandeld. Daarbij zijn verschenen:
mevrouw [pleegmoeder],
de heer [pleegvader],
mr. M.P. de Klerk.
1.3.
Op 19 juni 2026 heeft ook het gesprek met de minderjarige plaatsgevonden.
1.4.
De vader is in de gelegenheid gesteld om voorafgaand aan de zitting zijn schriftelijke zienswijze op het verzoekschrift in te dienen. De vader heeft hier niet op gereageerd.
1.5.
De moeder verblijft in het buitenland en heeft een voor de kantonrechter niet te achterhalen verblijfplaats. De moeder is om die reden, in het licht van de spoedeisendheid van het verzoek, niet gehoord op dit verzoek.
2De feiten
2.1.
De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten:
De vader en de moeder van de minderjarige hebben gezag over de minderjarige.
De vader is als verdachte aangemerkt in de strafzaak met parketnummer 09/022726-26, welke aanhangig is bij de Rechtbank Den Haag. De minderjarige heeft aangegeven slachtoffer te zijn geworden van handelingen waarvoor de vader als verdachte is aangemerkt.
3Het verzoek
3.1.
Verzoekers verzoeken de kantonrechter om mr. D.G.M. van den Hoogen (hierna: mr. Van den Hoogen) op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) te benoemen tot bijzondere curator met de opdracht om de minderjarige in rechte bij te staan en haar zo nodig te vertegenwoordigen in de gehele strafzaak (eerste aanleg, maar eventueel ook in hoger beroep en cassatie). Verzoekers vermelden in het verzoekschrift dat de minderjarige een vordering tot schadevergoeding wil indienen bij de strafrechter en dat zij mogelijk ook andere slachtofferrechten uit wil oefenen.
3.2.
Samengevat geven verzoekers als reden voor het verzoek dat de belangen van de vader en de minderjarige botsen. De vader heeft gezag over de minderjarige, maar staat terecht in diezelfde strafprocedure.
3.3.
Verzoekers geven aan dat de moeder in [land] verblijft en niet in staat is om voor de minderjarige op te treden. Dat is de reden waarom Jeugdformaat en Slachtofferhulp Nederland bij de minderjarige zijn betrokken.
3.4.
Mr. Van den Hoogen heeft zich bereid verklaard de taak van bijzondere curator op zich te nemen.
3.5.
Met de minderjarige is gesproken over de benoeming van een bijzondere curator. De minderjarige heeft aangegeven dat zij instemt met het verzoek.
4De beoordeling
4.1.
Op grond van artikel 1:250 BW kan de kantonrechter een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De kantonrechter kan dit doen als – in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding of het vermogen van een minderjarige – de belangen van (één van) de met het gezag belaste ouder(s) of voogd(en) in strijd zijn met die van de minderjarige. De kantonrechter moet beoordelen of zij die benoeming noodzakelijk acht. Daarbij neemt de kantonrechter in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking. Benoeming van een bijzondere curator kan plaatsvinden op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve.
4.2.
Verzoekers hebben in het verzoek beschreven dat het verzoek onder andere ziet op het indienen van een vordering benadeelde partij. Dit is een aangelegenheid betreffende het vermogen van de minderjarige. De kantonrechter acht zich daarom bevoegd om te beslissen op dit verzoek.
4.3.
Over de belangenstrijd tussen de vader en de minderjarige overweegt de kantonrechter het volgende. Verzoekers hebben het door hen gedane verzoek voldoende toegelicht. Gebleken is dat in deze procedure met betrekking tot de minderjarige sprake is van een belangenstrijd in de zin van voormeld artikel. De positie van de verdachte (de vader) en de positie van het slachtoffer (de minderjarige) in een strafzaak maken dat sprake is van een strijd tussen de belangen van de vader en die van de minderjarige. De kantonrechter acht het daarom in het belang van de minderjarige dat zij wordt bijgestaan door een onafhankelijke derde.
4.4.
De kantonrechter zal daarom mr. Van den Hoogen als bijzondere curator benoemen en haar opdragen om namens de minderjarige:
op te treden als haar wettelijk vertegenwoordiger in de strafrechtelijke procedure met parketnummer 09/022726-26, in eerste aanleg, hoger beroep en cassatie, en alle daarmee samenhangende procedures. Hieronder valt ook het indienen van een vordering benadeelde partij en het uitoefenen van alle overige slachtofferrechten.
4.5.
Van de bijzondere curator wordt verwacht dat zij de rechtbank (in het kader van diens benoeming) uiterlijk binnen 6 weken na de datum van uitspreken van het vonnis in de strafzaak zal rapporteren over de resultaat van de bijstand. Daarnaast dient er voor te worden gezorgd dat, een eventueel aan de minderjarige toe te kennen schadevergoeding wordt uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarige voorzien van een BEM-Clausule.
5De beslissing
De kantonrechter:
- benoemt, ten aanzien van de hiervoor in overweging 4.4 genoemde opdracht, over de minderjarige tot bijzondere curator:
mr. D.G.M. van den Hoogen, kantoorhoudende te Leiden;
- verzoekt de bijzondere curator op om uiterlijk 6 weken na de datum van het vonnis van de rechtbank in de strafzaak te rapporten aan de kantonrechter over het resultaat van de bijstand;
- draagt de bijzondere curator op ervoor zorg te laten dragen dat eventuele schadevergoedingen worden uitgekeerd op een bankrekening van de minderjarige voorzien van een BEM-clausule;
- verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.C.M. Höppener, kantonrechter, bijgestaan door mr. A. de Ronde als griffier en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag. Het hoger beroep kan slechts worden ingesteld door een advocaat.
Door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden moet het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dag van de beschikking. Voor andere belanghebbenden geldt voor het instellen van hoger beroep een termijn van drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.