Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:16861
2026-06-04
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL26.23398
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beroep niet tijdig beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel. IGS Prematuur Dictum: Niet-ontvankelijk
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2025:5787 Raad van State 28-11-2025
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.559 tekens)
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.23398
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J-A. Nijland),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 18 juni 2025 om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel (de aanvraag).
Overwegingen
De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Voor aanvragen die zijn ingediend op of na 28 maart 2025 geldt een beslistermijn van uiterlijk negen maanden na indiening daarvan. De minister kan deze termijn verlengen in geval van bijzondere omstandigheden die verband houden met het complexe karakter van de behandeling van de aanvraag.2 De minister heeft van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt.
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
4. De rechtbank stelt vast dat eiser de ingebrekestelling op 16 maart 2026 heeft ingediend. Dat was te vroeg. Immers, de aanvraag is ingediend op 18 juni 2025 en kent een beslistermijn van negen maanden. De uiterste datum voor het nemen van een beslissing was
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 ECLI:NL:RVS:2025:5787.
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
dus 18 maart 2026. Op het moment van indiening van de ingebrekestelling was de beslistermijn dus nog niet verstreken. Het beroep van eiser is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
04 juni 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.23398
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J-A. Nijland),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Inleiding
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 18 juni 2025 om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel (de aanvraag).
Overwegingen
De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Voor aanvragen die zijn ingediend op of na 28 maart 2025 geldt een beslistermijn van uiterlijk negen maanden na indiening daarvan. De minister kan deze termijn verlengen in geval van bijzondere omstandigheden die verband houden met het complexe karakter van de behandeling van de aanvraag.2 De minister heeft van deze bevoegdheid geen gebruik gemaakt.
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.3
Is het beroep van eiser ontvankelijk?
4. De rechtbank stelt vast dat eiser de ingebrekestelling op 16 maart 2026 heeft ingediend. Dat was te vroeg. Immers, de aanvraag is ingediend op 18 juni 2025 en kent een beslistermijn van negen maanden. De uiterste datum voor het nemen van een beslissing was
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 ECLI:NL:RVS:2025:5787.
3 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
dus 18 maart 2026. Op het moment van indiening van de ingebrekestelling was de beslistermijn dus nog niet verstreken. Het beroep van eiser is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
5. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
04 juni 2026
Documentcode: [Documentcode]
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.