Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:15534

2026-06-08 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.60453 en NL25.60454
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-08
Publicatiedatum
2026-06-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.60453 en NL25.60454
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

MOB – het beroep is niet ontvankelijk

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.810 tekens)
Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht


Zaaknummers: NL25.60453 (beroep)
NL25.60454 (voorlopige voorziening)


V-nummer: [v-nummer]


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen





[eiser], eiser/verzoeker, hierna: eiser

geboren op [geboortedag] 1995, van Turkse nationaliteit,
(gemachtigde: mr. M. Rasul),



en




de minister van Asiel en Migratie, verweerder, hierna: de minister
(gemachtigde: mr. J. Amakodo).



Inleiding


1. Eiser heeft op 17 september 2025 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een asielvergunning voor bepaalde tijd. Bij besluit van 3 december 2025 heeft de minister eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.



1.1.
Per brief van 14 januari 2026 heeft de minister gemeld dat eiser vrijwillig heeft afgezien van zijn COa opvang en de rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) verzocht om te beoordelen of er nog steeds sprake is van procesbelang.



1.2.
Gemachtigde van eiser heeft op 22 mei 2025 aan de rechtbank laten weten geen contact meer te hebben met eiser, niet te weten waar hij momenteel verblijft en dat zij niet ter zitting zullen verschijnen. Gemachtigde van eiser verzoekt de rechtbank de zaak wel inhoudelijk te behandelen.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek op 25 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen.



1.4.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.




Beslissing


De rechtbank,
in de zaak geregistreerd onder NL25.60453:

- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;


De voorzieningenrechter,
in de zaak geregistreerd onder NL25.60454:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.



Overwegingen

2. De rechtbank ziet zich in het kader van de ontvankelijkheid van het beroep voor de vraag gesteld of er nog sprake is van procesbelang.

3. De rechtbank overweegt als volgt. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat als de vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van uit moet worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. In dat geval heeft de vreemdeling geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van het ingestelde beroep. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.

4. Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken en de gemachtigde van eiser heeft aangegeven dat hij het contact met eiser is verloren, gaat de rechtbank ervan uit dat eiser geen prijs meer stelt op de aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland en inhoudelijke behandeling van zijn beroep.

5. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van procesbelang en het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Nu de rechtbank niet overgaat tot de inhoudelijke behandeling van het beroep, ziet de rechtbank geen aanleiding om in te gaan op de grond van de gemachtigde van eiser dat het de minister ambtshalve bekend is dat vreemdelingen vastzitten en dat de minister onderzoek dient te doen naar de verblijfplaats van eiser.



Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is niet-ontvankelijk.

7. Omdat er nu is beslist op het beroep, heeft eiser geen belang meer bij zijn verzoek om een voorlopige voorziening. Dat verzoek wordt daarom afgewezen.

8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.


Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 26 mei 2026 door mr. A.E.J.M. Gielen, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.



Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:




Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal. Tegen het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.



Centraal Orgaan opvang asielzoekers.


Artikel 8:67, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579 en 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.


Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.