Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:15083

2026-06-04 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.45994 en NL25.45996
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-06-04
Publicatiedatum
2026-06-05
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.45994 en NL25.45996
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Besluit ingetrokken – asielaanvraag ingewilligd – besluit- en vertrekmoratorium Iran – beroep gehandhaafd voor proceskosten – beroep niet-ontvankelijk – geen proceskostenveroordeling, want inwilliging enkel vanwege moratorium.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.812 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg


Bestuursrecht


zaaknummers: NL25.45994 en NL25.45996


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen



[eiseres] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres,



[eiser]
, V-nummer: [V-nummer 2] , eiser,
Hierna gezamenlijk te noemen eisers,
(gemachtigde: mr. J.J. Bronsveld),



en




de minister van Asiel en Migratie
,
(gemachtigde: mr. E. Spijkerman).





Inleiding


Bij afzonderlijke besluiten van 16 september 2025 heeft verweerder de asielaanvragen van eisers afgewezen als ongegrond. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld.



Bij afzonderlijke besluiten van 28 mei 2026 heeft verweerder de besluiten van 16 september 2025 vervangen en de asielaanvragen van eisers alsnog ingewilligd.



Eisers hebben de beroepen gehandhaafd en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.



Verweerder heeft op dit verzoek gereageerd, waarop eisers een aanvullende reactie hebben gestuurd.



De rechtbank doet op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Verweerder heeft daarvoor toestemming gegeven. Eisers hebben niet binnen de daarvoor gestelde termijn aangegeven dat zij op zitting alsnog op hun beroepen gehoord wensten te worden. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek op 3 juni 2026 gesloten.




Beoordeling door de rechtbank

1. Voor zover de beroepen zijn gericht tegen de besluiten van 16 september 2025 wordt vastgesteld dat deze bij besluiten van 28 mei 2026 zijn vervangen en de asielaanvragen van eisers alsnog zijn ingewilligd. Eisers hebben gelet op artikel 6:20, derde lid, van de Awb in zoverre geen procesbelang meer. De beroepen zijn kennelijk niet-ontvankelijk.

2. In de vervangende besluiten van 28 mei 2026 waarbij verweerder tot inwilliging van de asielaanvragen is overgegaan, heeft verweerder overwogen dat de verklaringen van eisers over de problemen met de Basij ongeloofwaardig zijn en de geloofwaardig geachte asielmotieven niet te herleiden zijn tot één van de gronden van het Vluchtelingenverdrag. Daarom komen zij niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Wel is in deze besluiten aan eisers een verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw. In de brief van 2 juni 2026 heeft verweerder nader gemotiveerd dat de inwilligingen enkel gebaseerd zijn op het besluit- en vertrekmoratorium vanwege de gewijzigde en onduidelijke algemene situatie in Iran en niet omdat de gronden van de beroepen doel hebben getroffen. Gelet hierop, en met inachtneming van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ziet de rechtbank hierin aanleiding het verzoek om verweerder te veroordelen in de door eisers gemaakte proceskosten af te wijzen.




Conclusie en gevolgen


De rechtbank:




verklaart het beroep niet-ontvankelijk;


wijst het verzoek om een vergoeding van de proceskosten af.





Deze uitspraak is gedaan op 4 juni 2026 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Voorheen de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.


Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).


Algemene wet bestuursrecht.


De Minister van Asiel en Migratie heeft bij besluit van 18 maart 2024 een besluit- en vertrekmoratorium ingesteld met ingang van 24 maart 2026, Staatscourant 2026, nr. 11864.


Zie hiervoor onder meer de uitspraak van 1 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1565.