Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2026:14354

2026-04-30 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/693731 / FA RK 25-8148
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2026-04-30
Publicatiedatum
2026-05-31
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/693731 / FA RK 25-8148
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Echtscheiding geen verweer.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.422 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-8148
Zaaknummer: C/09/693731
Datum beschikking: 30 april 2026


Scheiding



Beschikking op het op 27 oktober 2025 ingekomen verzoek van:




[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.W. Stok te Delft.



Als belanghebbende wordt aangemerkt:





[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.




Procedure
De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift;
- het exploot van betekening van dit verzoekschrift.



Feiten


Partijen zijn gehuwd op [dag] 1996 te [plaats] , Indonesië.


De man heeft de Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Indonesische


nationaliteit.



Verzoek en verweer
Het verzoek strekt tot echtscheiding en het treffen van nevenvoorzieningen, een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.


De man heeft geen verweer gevoerd.




Beoordeling


Erkenning van het huwelijk

Omdat partijen zijn gehuwd in Indonesië, moet de rechtbank allereerst beoordelen of sprake is van een rechtsgeldig huwelijk naar Indonesisch recht, voordat zij kan beslissen op het verzoek tot echtscheiding.



Naar Indonesisch recht komt een huwelijk tot stand door sluiting ten overstaan van een ambtenaar van de burgerlijke stand of (ingeval van een Islamitisch huwelijk) ten overstaan van een ambtenaar van het Kantoor voor Godsdienstzaken, in het bijzijn van twee getuigen. Het huwelijk dient vervolgens te worden geregistreerd in het huwelijksregister (Catatan Sipil). Uit de door de vrouw overgelegde en gelegaliseerde (vertaling van) een verklaring inzake het huwelijk volgt dat aan deze vereisten is voldaan.



Gelet op het voorgaande neemt de rechtbank aan dat sprake is tussen de man en de vrouw voltrokken huwelijk conform het Indonesisch recht. Het huwelijk komt op grond van het bepaalde in artikel 10:31 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) voor erkenning in Nederland in aanmerking, tenzij deze erkenning onverenigbaar is met de openbare orde van Nederland. Hier is niet van gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat het huwelijk tussen partijen rechtsgeldig is in Nederland.




Echtscheiding


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, komt de Nederlandse rechter met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding rechtsmacht toe. De rechtbank zal krachtens artikel 10:56, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek Nederlands recht op het verzoek tot echtscheiding toepassen.




Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. Het verzoek tot echtscheiding zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.




Huurrecht echtelijke woning


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de echtelijke woning in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe met betrekking tot het verzoek tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan de vrouw en wordt dit verzoek volgens Nederlands internationaal privaatrecht door Nederlands recht beheerst.




Inhoudelijke beoordeling

De vrouw heeft verzocht om het huurrecht van de echtelijke woning te [adres] aan haar toe te delen. Het verzoek zal, als niet weersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen.




Afwikkeling huwelijksvermogensregime


Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft met betrekking tot het verzoek tot echtscheiding, heeft hij tevens rechtsmacht ten aanzien van het verzochte met betrekking tot het huwelijksvermogensstelsel van partijen (artikel 5, eerste lid, Verordening huwelijksvermogensstelsels).



Nu noch door de man, noch door de vrouw is gesteld dat zij hun vermogensrechtelijke verhouding ten tijde van de huwelijkssluiting geregeld hebben door aan te wijzen aan welk recht deze onderworpen is, en zij voorts geen gemeenschappelijke nationaliteit bezaten ten tijde van de huwelijkssluiting dan wel kort daarna, is het eerste huwelijksdomicilie bepalend voor het tussen de echtgenoten geldende huwelijksgoederenregime.



Het huwelijksgoederenregime van de echtgenoten wordt derhalve beheerst door Nederlands recht, nu blijkens de BRP het eerste huwelijksdomicilie van de echtgenoten in Nederland is gelegen.




Gemeenschap van goederen

Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 BW – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.




Peildatum

Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 27oktober 2025, zijnde de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen dan wel de eisen van redelijkheid en billijkheid met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.




Bankrekeningen

Door de vrouw is enkel verzocht om de verdeling van de bankrekeningen. Zij heeft verzocht de verdeling in die zin vast te stellen dat ieder zijn eigen bankrekeningen behoudt, inclusief de daarbij (naar de rechtbank begrijpt: op de peildatum behorende) saldi. De man heeft geen verweer gevoerd, zodat de rechtbank het verzoek van de vrouw als niet weersproken en op de wet gegrond zal toewijzen.




Beslissing
De rechtbank:


spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op [dag] 1996 te [plaats] , Indonesië;



bepaalt dat de vrouw met ingang van de dag van inschrijving van deze beschikking in de registers van de burgerlijke stand de huurster zal zijn van de woonruimte te [adres] en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;



stelt de verdeling van de gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand: aan elk van partijen worden de op zijn of haar naam staande bankrekeningen toegedeeld, inclusief het daarbij op de peildatum aanwezige saldo en verklaart deze vaststelling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C. Witteman, rechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.