Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2026:13789
2026-05-28
Civiel recht; Goederenrecht
12088465
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek tot vernietiging VvE-besluiten (art. 5:130 BW). Verzoeker niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.296 tekens)
RECHTBANK
DEN HAAG
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer / rekestnummer: 12088465 \ RP VERZ 26-50143
Beschikking van 28 mei 2026
in de zaak van
[verzoeker]
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
VERENIGING [verweerster] te [plaats]
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster],
gemachtigde: mr. A.C. Merkus.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van [verzoeker] met producties, bij de rechtbank binnengekomen op 4 februari 2026;
- een e-mail van [verzoeker] van 20 maart 2026 met aanvullende producties;
- het verweerschrift van [verweerster] met producties;
- de mondelinge behandeling van 30 april 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[verzoeker] is eigenaar van een appartement in het gebouw aan het [straatnaam] [huisnummers] in [plaats]. Het gebouw is gesplitst in 31 appartementsrechten, waarvan 26 woningen. Het appartementsrecht van [verzoeker] geeft recht op het uitsluitend gebruik van de woonruimte op de derde verdieping, met balkon, twee kelderboxen en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres] in [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk].
2.2.
Op 27 november 2025 heeft overeenkomstig een vooraf toegestuurde agenda een vergadering van eigenaars plaatsgevonden. In deze vergadering waren 29 van de 31 stemgerechtigden aanwezig of bij volmacht vertegenwoordigd. Namens [verzoeker] heeft een gevolmachtigde de vergadering bijgewoond. Een deel van de vergadering was [verzoeker] (ook) in persoon aanwezig.
2.3.
Vooruitlopend op de vergadering heeft [verzoeker] in een schriftelijk stuk zijn zienswijze op diverse agendapunten aan het bestuur kenbaar gemaakt en verzocht enkele aanvullende punten (ter besluitvorming) op de agenda te plaatsen. Het bestuur heeft hierop schriftelijk gereageerd. De inbreng van [verzoeker] en de reactie daarop van het bestuur heeft het bestuur voorafgaand aan de vergadering aan de leden toegestuurd.
2.4.
In de vergadering zijn besluiten genomen. Van de vergadering zijn in concept notulen opgesteld. Dit stuk is begin januari 2026 onder de leden verspreid.
3Het verzoek
3.1.
[verzoeker] verzoekt in zijn verzoekschrift (onder verwijzing naar de in de conceptnotulen gehanteerde nummering en omschrijving van agendapunten), samengevat weergegeven, dat de kantonrechter:
agendapunt 4.3 “hemelwaterafvoer JIP 17/24/31”
a. vernietigt het besluit om geen besluit te agenderen;
agendapunt 4.6 “uitkomsten juridisch onderzoek verwarming”
b. vernietigt het genomen besluit;
c. opdraagt aan het bestuur om dit agendapunt (opnieuw) te agenderen, voorzien van alle relevante informatie;
agendapunt 4.8 “parkeerreglement achterterrein”
d. vernietigt het besluit om dit agendapunt niet behandelen;
agendapunt 6 “ter vaststelling: inrichting VvE-kamer als gemeenschappelijke ruimte”
e. vernietigt het genomen besluit;
agendapunt 8 “ter vaststelling: parkeerprotocol”
f. vernietigt het genomen besluit;
agendapunt 14 “ter besluitvorming: voorstel wijziging verrekening stookkosten”
g. vernietigt het genomen besluit;
h. opdraagt aan het bestuur om alle correspondentie met Brunata ter beschikking te stellen aan de leden en Brunata een volledig onderzoek te laten doen;
“niet genotuleerd besluit over de bevindingen van de kascommissie”
i. opdraagt aan het bestuur om in de notulen op te nemen dat de kascommissie heeft “gerapporteerd dat zij nolens volens akkoord zijn gegaan”.
3.2.
[verweerster] verzet zich tegen toewijzing van de verzoeken.
3.3.
Op de standpunten en stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Juridisch kader
4.1.
Op grond van artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een appartementseigenaar aan de kantonrechter verzoeken om een besluit van de vergadering van eigenaars te vernietigen. Het verzoek moet worden ingediend binnen één maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen (artikel 5:130 lid 2 BW).
4.2.
Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit vernietigbaar indien het tot stand is gekomen op een wijze die in strijd is met wettelijke of statutaire bepalingen, in strijd is met de redelijkheid en billijkheid of in strijd is met een reglement.
4.3.
Daarbij staat voorop dat de vergadering van eigenaars een democratisch orgaan is. Het is aan de vergadering overgelaten om een voorgenomen besluit inhoudelijk te beoordelen en alternatieven af te wegen. De kantonrechter kan een besluit daarom niet vernietigen op de (enkele) grond dat het besluit mogelijk (financieel) nadelig is voor een individuele eigenaar, of omdat mogelijk een beter besluit voorhanden is. De kantonrechter moet – met terughoudendheid – beoordelen of de vergadering van eigenaars bij afweging van alle belangen in redelijkheid tot het genomen besluit heeft kunnen komen. Dat is een zogeheten ‘marginale’ toets.
4.4.
Ten slotte kan de kantonrechter in een procedure op de voet van artikel 5:130 BW alleen oordelen over genomen besluiten. Voor andersoortige beslissingen – zoals een opdracht aan het bestuur tot het agenderen van besluiten of het verstrekken van informatie – is binnen het bestek van deze procedure geen grondslag.
Gedeeltelijke intrekking van de verzoeken
4.5.
De kantonrechter heeft dit toetsingskader op de mondelinge behandeling met [verzoeker] besproken. Naar aanleiding daarvan heeft [verzoeker] een aantal van zijn verzoeken ingetrokken, te weten de verzoeken die hiervoor in punt 3.1 zijn aangeduid met de letters a, b, c, d en i. Dat betekent dat de kantonrechter uitsluitend nog moet beslissen op de verzoeken die zijn aangeduid met letter e tot en met h. Dat gaat dus over de inrichting van de VvE-kamer als fitnessruimte (agendapunt 6), het parkeerprotocol (agendapunt 8) en de verdeling van stookkosten (agendapunt 14).
De verzoeken zijn te laat
4.6.
[verweerster] heeft naar voren gebracht dat [verzoeker] zijn verzoeken niet tijdig – te weten binnen de termijn van één maand als vermeld in artikel 5:130 lid 2 BW – heeft ingediend en dat [verzoeker] daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De kantonrechter is dat met [verweerster] eens. Hierna wordt uitgelegd waarom.
4.7.
In het verzoekschrift staat dat [verzoeker] na agendapunt 8 de vergadering heeft bijgewoond. Daarvan uitgaande heeft hij van de besluiten over agendapunt 14 (verzoek g en h) al in de vergadering kennis genomen. Dat betekent dat ten aanzien daarvan de indieningstermijn van één maand op die datum (27 november 2025) is aangevangen. Aangezien het verzoekschrift pas ruim twee maanden is ingediend (4 februari 2026), is dat te laat en is [verzoeker], zoals [verweerster] heeft aangevoerd, inderdaad in zoverre niet-ontvankelijk in zijn verzoeken.
4.8.
Blijft over de besluiten over agendapunt 6 (verzoek e) en agendapunt 8 (verzoek f). Partijen verschillen van mening over de vraag wanneer [verzoeker] daarvan kennisnam. Naar zeggen van [verzoeker] pas toen de conceptnotulen werden verspreid (begin januari 2026). Dat vindt de kantonrechter niet aannemelijk. Immers, [verzoeker] was al vóór de vergadering van de agenda op de hoogte. Verder hadden de onderwerpelijke thema’s en voorgenomen besluiten zijn uitdrukkelijke belangstelling, zodanig dat hij al vóór de vergadering actief was om daarop invloed uit te oefenen. Ten slotte heeft [verzoeker] iemand ge(vol)machtigd om de vergadering namens hem bij te wonen en namens hem over de voorgenomen besluiten te stemmen. Bij deze stand van zaken laat het zich moeilijk voorstellen dat [verzoeker] zich niet onmiddellijk heeft laten informeren over de uitkomst daarvan, maar of dat zo is kan uiteindelijk in het midden blijven. Voor de aanvang van de indieningstermijn van artikel 5:130 lid 2 BW is namelijk beslissend het moment waarop [verzoeker] van de besteden besluiten op de hoogte kon zijn. En dat was onder de gegeven omstandigheden hoe dan ook uiterlijk kort na de vergadering. Toen [verzoeker] de vergadering binnenkwam – of dus uiterlijk kort daarna – was er voldoende aanleiding en ongetwijfeld mogelijkheid om zich te laten informeren over de uitkomst van de stemming. En dat betekent dat [verzoeker] ook ten aanzien van agendapunt 6 en 8 (verzoeken e en f) niet-ontvankelijk is.
Ten overvloede
4.9.
Bij die stand van zaken kan een verdere inhoudelijke beoordeling achterwege blijven. Toch benoemt de kantonrechter dat de verzoeken ook inhoudelijk beoordeeld geen doel zouden hebben kunnen treffen. Op de keper beschouwd zijn de aangevoerde argumenten te herleiden tot een van de meerderheid afwijkende visie op het beheer/gebruik van het gebouw of bezwaren over de (praktische en financiële) gevolgen van de meerderheidsbesluiten voor de individuele belangen van [verzoeker]. Zoals hiervoor uiteengezet, is dat allemaal onvoldoende voor rechterlijk ingrijpen en vernietiging van de besluiten.
Proceskosten
4.10.
Nu [verzoeker] in het ongelijk wordt gesteld moet hij de kosten van deze procedure (inclusief de nakosten) betalen. Die kosten worden aan de zijde van [verweerster] als volgt begroot:
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten à € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
859,00
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoeken;
5.2.
veroordeelt [verzoeker], uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van deze procedure aan de zijde van [verweerster], tot op heden begroot op € 859,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en vermeerderd met de kosten van betekening van deze beschikking indien [verzoeker] niet tijdig betaalt en deze beschikking wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.C. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
DEN HAAG
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer / rekestnummer: 12088465 \ RP VERZ 26-50143
Beschikking van 28 mei 2026
in de zaak van
[verzoeker]
te [woonplaats],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
VERENIGING [verweerster] te [plaats]
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerster],
gemachtigde: mr. A.C. Merkus.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift van [verzoeker] met producties, bij de rechtbank binnengekomen op 4 februari 2026;
- een e-mail van [verzoeker] van 20 maart 2026 met aanvullende producties;
- het verweerschrift van [verweerster] met producties;
- de mondelinge behandeling van 30 april 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[verzoeker] is eigenaar van een appartement in het gebouw aan het [straatnaam] [huisnummers] in [plaats]. Het gebouw is gesplitst in 31 appartementsrechten, waarvan 26 woningen. Het appartementsrecht van [verzoeker] geeft recht op het uitsluitend gebruik van de woonruimte op de derde verdieping, met balkon, twee kelderboxen en verder toebehoren, plaatselijk bekend [adres] in [plaats], kadastraal bekend [kadastraal kenmerk].
2.2.
Op 27 november 2025 heeft overeenkomstig een vooraf toegestuurde agenda een vergadering van eigenaars plaatsgevonden. In deze vergadering waren 29 van de 31 stemgerechtigden aanwezig of bij volmacht vertegenwoordigd. Namens [verzoeker] heeft een gevolmachtigde de vergadering bijgewoond. Een deel van de vergadering was [verzoeker] (ook) in persoon aanwezig.
2.3.
Vooruitlopend op de vergadering heeft [verzoeker] in een schriftelijk stuk zijn zienswijze op diverse agendapunten aan het bestuur kenbaar gemaakt en verzocht enkele aanvullende punten (ter besluitvorming) op de agenda te plaatsen. Het bestuur heeft hierop schriftelijk gereageerd. De inbreng van [verzoeker] en de reactie daarop van het bestuur heeft het bestuur voorafgaand aan de vergadering aan de leden toegestuurd.
2.4.
In de vergadering zijn besluiten genomen. Van de vergadering zijn in concept notulen opgesteld. Dit stuk is begin januari 2026 onder de leden verspreid.
3Het verzoek
3.1.
[verzoeker] verzoekt in zijn verzoekschrift (onder verwijzing naar de in de conceptnotulen gehanteerde nummering en omschrijving van agendapunten), samengevat weergegeven, dat de kantonrechter:
agendapunt 4.3 “hemelwaterafvoer JIP 17/24/31”
a. vernietigt het besluit om geen besluit te agenderen;
agendapunt 4.6 “uitkomsten juridisch onderzoek verwarming”
b. vernietigt het genomen besluit;
c. opdraagt aan het bestuur om dit agendapunt (opnieuw) te agenderen, voorzien van alle relevante informatie;
agendapunt 4.8 “parkeerreglement achterterrein”
d. vernietigt het besluit om dit agendapunt niet behandelen;
agendapunt 6 “ter vaststelling: inrichting VvE-kamer als gemeenschappelijke ruimte”
e. vernietigt het genomen besluit;
agendapunt 8 “ter vaststelling: parkeerprotocol”
f. vernietigt het genomen besluit;
agendapunt 14 “ter besluitvorming: voorstel wijziging verrekening stookkosten”
g. vernietigt het genomen besluit;
h. opdraagt aan het bestuur om alle correspondentie met Brunata ter beschikking te stellen aan de leden en Brunata een volledig onderzoek te laten doen;
“niet genotuleerd besluit over de bevindingen van de kascommissie”
i. opdraagt aan het bestuur om in de notulen op te nemen dat de kascommissie heeft “gerapporteerd dat zij nolens volens akkoord zijn gegaan”.
3.2.
[verweerster] verzet zich tegen toewijzing van de verzoeken.
3.3.
Op de standpunten en stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Juridisch kader
4.1.
Op grond van artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een appartementseigenaar aan de kantonrechter verzoeken om een besluit van de vergadering van eigenaars te vernietigen. Het verzoek moet worden ingediend binnen één maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen (artikel 5:130 lid 2 BW).
4.2.
Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit vernietigbaar indien het tot stand is gekomen op een wijze die in strijd is met wettelijke of statutaire bepalingen, in strijd is met de redelijkheid en billijkheid of in strijd is met een reglement.
4.3.
Daarbij staat voorop dat de vergadering van eigenaars een democratisch orgaan is. Het is aan de vergadering overgelaten om een voorgenomen besluit inhoudelijk te beoordelen en alternatieven af te wegen. De kantonrechter kan een besluit daarom niet vernietigen op de (enkele) grond dat het besluit mogelijk (financieel) nadelig is voor een individuele eigenaar, of omdat mogelijk een beter besluit voorhanden is. De kantonrechter moet – met terughoudendheid – beoordelen of de vergadering van eigenaars bij afweging van alle belangen in redelijkheid tot het genomen besluit heeft kunnen komen. Dat is een zogeheten ‘marginale’ toets.
4.4.
Ten slotte kan de kantonrechter in een procedure op de voet van artikel 5:130 BW alleen oordelen over genomen besluiten. Voor andersoortige beslissingen – zoals een opdracht aan het bestuur tot het agenderen van besluiten of het verstrekken van informatie – is binnen het bestek van deze procedure geen grondslag.
Gedeeltelijke intrekking van de verzoeken
4.5.
De kantonrechter heeft dit toetsingskader op de mondelinge behandeling met [verzoeker] besproken. Naar aanleiding daarvan heeft [verzoeker] een aantal van zijn verzoeken ingetrokken, te weten de verzoeken die hiervoor in punt 3.1 zijn aangeduid met de letters a, b, c, d en i. Dat betekent dat de kantonrechter uitsluitend nog moet beslissen op de verzoeken die zijn aangeduid met letter e tot en met h. Dat gaat dus over de inrichting van de VvE-kamer als fitnessruimte (agendapunt 6), het parkeerprotocol (agendapunt 8) en de verdeling van stookkosten (agendapunt 14).
De verzoeken zijn te laat
4.6.
[verweerster] heeft naar voren gebracht dat [verzoeker] zijn verzoeken niet tijdig – te weten binnen de termijn van één maand als vermeld in artikel 5:130 lid 2 BW – heeft ingediend en dat [verzoeker] daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De kantonrechter is dat met [verweerster] eens. Hierna wordt uitgelegd waarom.
4.7.
In het verzoekschrift staat dat [verzoeker] na agendapunt 8 de vergadering heeft bijgewoond. Daarvan uitgaande heeft hij van de besluiten over agendapunt 14 (verzoek g en h) al in de vergadering kennis genomen. Dat betekent dat ten aanzien daarvan de indieningstermijn van één maand op die datum (27 november 2025) is aangevangen. Aangezien het verzoekschrift pas ruim twee maanden is ingediend (4 februari 2026), is dat te laat en is [verzoeker], zoals [verweerster] heeft aangevoerd, inderdaad in zoverre niet-ontvankelijk in zijn verzoeken.
4.8.
Blijft over de besluiten over agendapunt 6 (verzoek e) en agendapunt 8 (verzoek f). Partijen verschillen van mening over de vraag wanneer [verzoeker] daarvan kennisnam. Naar zeggen van [verzoeker] pas toen de conceptnotulen werden verspreid (begin januari 2026). Dat vindt de kantonrechter niet aannemelijk. Immers, [verzoeker] was al vóór de vergadering van de agenda op de hoogte. Verder hadden de onderwerpelijke thema’s en voorgenomen besluiten zijn uitdrukkelijke belangstelling, zodanig dat hij al vóór de vergadering actief was om daarop invloed uit te oefenen. Ten slotte heeft [verzoeker] iemand ge(vol)machtigd om de vergadering namens hem bij te wonen en namens hem over de voorgenomen besluiten te stemmen. Bij deze stand van zaken laat het zich moeilijk voorstellen dat [verzoeker] zich niet onmiddellijk heeft laten informeren over de uitkomst daarvan, maar of dat zo is kan uiteindelijk in het midden blijven. Voor de aanvang van de indieningstermijn van artikel 5:130 lid 2 BW is namelijk beslissend het moment waarop [verzoeker] van de besteden besluiten op de hoogte kon zijn. En dat was onder de gegeven omstandigheden hoe dan ook uiterlijk kort na de vergadering. Toen [verzoeker] de vergadering binnenkwam – of dus uiterlijk kort daarna – was er voldoende aanleiding en ongetwijfeld mogelijkheid om zich te laten informeren over de uitkomst van de stemming. En dat betekent dat [verzoeker] ook ten aanzien van agendapunt 6 en 8 (verzoeken e en f) niet-ontvankelijk is.
Ten overvloede
4.9.
Bij die stand van zaken kan een verdere inhoudelijke beoordeling achterwege blijven. Toch benoemt de kantonrechter dat de verzoeken ook inhoudelijk beoordeeld geen doel zouden hebben kunnen treffen. Op de keper beschouwd zijn de aangevoerde argumenten te herleiden tot een van de meerderheid afwijkende visie op het beheer/gebruik van het gebouw of bezwaren over de (praktische en financiële) gevolgen van de meerderheidsbesluiten voor de individuele belangen van [verzoeker]. Zoals hiervoor uiteengezet, is dat allemaal onvoldoende voor rechterlijk ingrijpen en vernietiging van de besluiten.
Proceskosten
4.10.
Nu [verzoeker] in het ongelijk wordt gesteld moet hij de kosten van deze procedure (inclusief de nakosten) betalen. Die kosten worden aan de zijde van [verweerster] als volgt begroot:
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten à € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
859,00
5De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
verklaart [verzoeker] niet-ontvankelijk in zijn verzoeken;
5.2.
veroordeelt [verzoeker], uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van deze procedure aan de zijde van [verweerster], tot op heden begroot op € 859,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, en vermeerderd met de kosten van betekening van deze beschikking indien [verzoeker] niet tijdig betaalt en deze beschikking wordt betekend.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.C. van Essen en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.