Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2025:4476
2025-03-17
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL24.22078
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening, griffierecht niet betaald, geen verschoonbare reden, verzoek niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.294 tekens)
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22078
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: S. Sinniah)
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker op 23 mei 2024 heeft ingediend tegen het besluit van verweerder van 22 mei 2024.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die een verzoekschrift indient, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 187,-.
3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan verzoeker niets kan doen.
4. Verzoeker heeft gevraagd of hij het griffierecht niet hoeft te betalen, omdat hij dit bedrag niet kan betalen. De rechtbank heeft verzoeker op 18 november 2024 een brief gestuurd waarin staat dat zijn verzoek is afgewezen en dat hij het griffierecht wel moet betalen. Uit de door de rechtbank aangetekend verzonden nota die verzoeker op 22 november 2024 heeft ontvangen, volgt dat verzoeker binnen twee weken het griffierecht moest voldoen. Verzoeker moest dit doen voor 4 december 2024.
5. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoeker heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.
6. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 Awb).
7. Verzoeker krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 maart 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.22078
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , verzoeker
(gemachtigde: mr. P.E.J.M. Bartels)
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: S. Sinniah)
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker op 23 mei 2024 heeft ingediend tegen het besluit van verweerder van 22 mei 2024.
Overwegingen
1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die een verzoekschrift indient, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 187,-.
3. Als het griffierecht niet (tijdig) wordt betaald, is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waaraan verzoeker niets kan doen.
4. Verzoeker heeft gevraagd of hij het griffierecht niet hoeft te betalen, omdat hij dit bedrag niet kan betalen. De rechtbank heeft verzoeker op 18 november 2024 een brief gestuurd waarin staat dat zijn verzoek is afgewezen en dat hij het griffierecht wel moet betalen. Uit de door de rechtbank aangetekend verzonden nota die verzoeker op 22 november 2024 heeft ontvangen, volgt dat verzoeker binnen twee weken het griffierecht moest voldoen. Verzoeker moest dit doen voor 4 december 2024.
5. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet ontvangen. Verzoeker heeft daarvoor geen geldige reden gegeven.
6. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 Awb).
7. Verzoeker krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.W. van Eerden, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
17 maart 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.