Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:423

2025-01-15 Strafrecht EOB-1-2021025850
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-01-15
Publicatiedatum
2025-01-15
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
EOB-1-2021025850
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

EOB beklag ex art 552a jo 5.4.10 Sv ongegrond

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.702 tekens)
beslissing







RECHTBANK DEN HAAG



Strafrecht


Lurisnummer: EOB-1-2021025850 Raadkamernummer: 21/2504



Beslissing van de rechtbank Den Haag, enkelvoudige raadkamer in strafzaken, op het beklag ex artikel 552a juncto artikel 5.4.10 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:






[klager] ,

geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] (Turkije),
voor deze zaak woonplaats kiezende op het kantoor van zijn advocaat
mr. S.J. van der Woude, aan de Willemsparkweg 31, 1071 GP te Amsterdam,

hierna: klager.

1. Inleiding
Naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (hierna: EOB) van de Duitse autoriteiten in het kader van een strafrechtelijk onderzoek is op 5 oktober 2021 onder klager beslag gelegd op diverse voorwerpen. Klager heeft op 15 oktober 2021 bij deze rechtbank een klaagschrift ingediend, strekkende tot teruggave van deze voorwerpen.



2De procedure in raadkamer
De rechtbank heeft dit beklag op 1 november 2021 in raadkamer behandeld en heeft kennisgenomen van het dossier met bovengenoemd lurisnummer.


Klager is niet verschenen, hoewel hij goed is opgeroepen. Aanwezig was zijn advocaat, mr. S.J. van der Woude.
De officier van justitie, mr. A.M. Ariese, is gehoord.





3Het standpunt van klager
De advocaat van klager heeft het beklag in raadkamer beperkt tot de in de woning aan de [adres] in beslag genomen kluissleutel. Deze kluissleutel is van de zus van de echtgenote van klager. De bijbehorende kluis bevindt zich op een ander adres dan waar de doorzoekingen hebben plaatsgevonden. Het EOB zag op het doorzoeken van een woning en twee zakelijke adressen, niet op een kluis. Voor doorzoeking van de kluis zou een aanvullend EOB nodig zijn. De kluissleutel dient dan ook teruggeven te worden.




4Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het beklag ongegrond moet worden verklaard. De kluissleutel is tijdens de doorzoeking aangetroffen en in beslag genomen. In overleg met de Duitse autoriteiten is besloten dat er nader onderzoek in de kluis plaats dient te vinden. Wanneer dit heeft plaatsgevonden is het mogelijk om de sleutel te retourneren. Een aanvullend EOB is volgens de officier van justitie in dit geval niet nodig. De officier van justitie verzet zich dan ook tegen teruggave van de sleutel.




5Het oordeel van de rechtbank

5.1
De bevoegdheid van de rechtbank


De rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het beklag, nu de erkenning en tenuitvoerlegging van het EOB is geschied door de officier van justitie van het arrondissementsparket te Den Haag.




5.2

De ontvankelijkheid van klager
Ingevolge artikel 5.4.10 Sv moet een beklag tegen inbeslagname naar aanleiding van een EOB binnen veertien dagen na kennisgeving van het rechtsmiddel worden ingediend bij de rechtbank.



Na de beslaglegging op 5 oktober 2021 is aan klager voormelde kennisgeving verstrekt. Klager heeft vervolgens binnen de termijn van veertien dagen zijn klaagschrift ingediend bij de rechtbank, zodat hij kan worden ontvangen in zijn beklag.




5.3

De inhoudelijke beoordeling

Algemeen

De toetsing van de beklagrechter in verband met de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring daarvan omvat de vraag of aan de eisen van de wet is voldaan en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden. Die toetsing kan tevens betrekking hebben op de gevolgen van de eventuele overdracht van het beslag.



Voor wat betreft de vraag of is voldaan aan de eisen van de wet en of anderszins geen fundamentele beginselen zijn geschonden, dient te worden gekeken naar de bepalingen met betrekking tot de erkenning en uitvoering van het EOB. Een eventuele toetsing die de rechter uitvoert, mocht een beroep worden gedaan op de zorgvuldigheidseis, kan niet anders dan marginaal zijn, en betreft enkel de zorgvuldigheid waannee de officier van justitie zijn afweging heeft gemaakt.



Evenals in beklagprocedures naar aanleiding van beslag dat is gelegd in een Nederlands strafrechtelijk onderzoek behelst de toets van de rechter verder of het belang van strafvordering zich tegen teruggave verzet. Die toets blijft marginaal, nu de omstandigheid dat een staat een EOB uitvaardigt in een (kennelijk) lopend strafrechtelijk onderzoek of strafrechtelijke procedure voldoende is om dit strafvorderlijk belang aan te nemen. Het is immers niet aan de Nederlandse rechter om onderzoek te doen naar de gronden voor het uitvaardigen van het onderliggende rechtshulpverzoek.




Beoordeling in deze zaak

De rechtbank stelt vast dat de Duitse autoriteiten een EOB hebben uitgevaardigd, in het kader van een lopend strafrechtelijk onderzoek. Dit EOB is door de officier van justitie erkend en tenuitvoergelegd. Daarbij is gebruik gemaakt van de bevoegdheid neergelegd in artikel 94 en artikel 104 Sv.



De rechtbank stelt vast dat de inzet van de bevoegdheden ten aanzien van de in beslag genomen kluissleutel naar Nederlands recht rechtmatig is geschied en er doen zich geen weigeringsgronden als bedoeld in artikel 5.4.4 Sv voor. Het EOB omvat naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de ruime bewoordingen, mede de inbeslagname van de kluissleutel die is aangetroffen tijdens de doorzoeking van de woning op een van de in het EOB genoemde adressen. Nu de Duitse autoriteiten niet hebben medegedeeld afte zien van het beslag, is er naar het oordeel van de rechtbank een voortdurend belang van strafvordering. Gelet op vorenstaande moet het beklag ongegrond worden verklaard.



Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat de vraag of het EOB ook kan dienen als grondslag voor doorzoeking van de kluis en een eventuele inbeslagname van in de kluis aangetroffen voorwerpen, niet in de onderhavige beklagprocedure kan worden beantwoord.






6Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond.



Aldus gedaan te Den Haag door mr. B.W. Mulder, rechter, in tegenwoordigheid van mr. D.G. Lammerts van Bueren, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van
1 november 2021.



Deze beslissing is ondertekend door de rechter en de griffier.