Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:3437

2025-02-27 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.7171
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-02-27
Publicatiedatum
2025-03-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.7171
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

bewaring, vervolgberoep, ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.274 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Arnhem



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.7171


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. J. van Appia),


en


de minister van Asiel en Migratie.




Procesverloop


In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het voortduren van de aan hem opgelegde maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en het verzoek om schadevergoeding. Deze maatregel is opgelegd op 3 december 2024.



De rechtbank heeft deze maatregel van bewaring eerder getoetst. Op het eerste beroep is beslist bij uitspraak van 20 december 2024.



De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier niet op gereageerd.



De rechtbank heeft het vooronderzoek op 21 februari 2025 gesloten en bepaald dat de zaak niet op zitting wordt behandeld.





Overwegingen



Toetsingskader

1. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.



1.1.
Uit de uitspraak van 20 december 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom beoordeelt de rechtbank nu alleen of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek (op 17 december 2024) rechtmatig is.



Beoordeling voortduren van de maatregel van bewaring

2. Eiser heeft geen gronden gericht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. De rechtbank ziet ook ambtshalve geen grond voor het oordeel dat het voorduren van de bewaring op enig moment tot het sluiten van het onderzoek (op 17 december 2024) onrechtmatig is te achten.





Conclusie en gevolgen


3. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.





Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.


Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. D.M. Abrahams, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Rb. Den Haag (zp Arnhem) 20 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:21949.


Dat staat in artikel 96, derde lid, van de Vw 2000.


Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.