Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:28169

2025-10-13 Bestuursrecht SGR 25/598
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-10-13
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 25/598
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Aanvraag subsidie voor instandhoudingskosten van een rijksmonument met een woonhuisfunctie - Woonhuisregeling is niet in strijd met algemene beginselen van behoorlijk bestuur - sprake van een motiveringsgebrek nu verweerder niet het beleid heeft toegepast dat van toepassing was ten tijde van het besluit op bezwaar en onvoldoende is gemotiveerd waarom de renovatiewerkzaamheden niet vallen onder het vervangen van kapotte beglazing en waarom de vervangende beglazing valt onder isolerende beglazing in de zin van de Leidraad - beroep gegrond - het besluit wordt vernietigd.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.610 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 25/598


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 oktober 2025 in de zaak tussen



[eiser] , uit [woonplaats] , eiser.


en




de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder
(gemachtigden: mr. M. Knoop en mr. M. Pott).




Inleiding


1. Eiser heeft als eigenaar van een rijksmonument met een woonhuisfunctie een subsidie aangevraagd voor instandhoudingskosten. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 29 juli 2024 gedeeltelijk toegewezen. Een deel van de door eiser ingediende kosten is niet subsidiabel gesteld. Met het bestreden besluit van 16 december 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij zijn eerdere besluit gebleven.



1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigden van verweerder.





Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?



2. Eiser heeft als eigenaar van een rijksmonument met een woonfunctie een subsidie aangevraagd op grond van het Besluit vaststelling beleidsregels instandhoudingssubsidie woonhuis-rijksmonumenten (Woonhuisregeling) voor instandhoudingskosten over het jaar 2023. Verweerder heeft een deel van de ingediende kosten niet subsidiabel gesteld. De door eiser ingediende facturen bedragen in totaal € 206.993,27 en verweerder heeft de subsidiabele kosten vastgesteld op € 135.557,70. Verweerder heeft het aanbrengen van isolerende beglazing niet subsidiabel gesteld.
Wat vindt eiser in beroep?

3. In de Woonhuisregeling wordt verwezen naar de Leidraad subsidiabele instandhoudingskosten (Leidraad). Omdat uit de Leidraad niet duidelijk volgt welke kosten subsidiabel zijn en de subsidie voor deze kosten achteraf moeten worden aangevraagd, pakt dit nadeliger uit voor eigenaren van monumenten met een woonhuisfunctie dan het vorige stelsel. Verweerder stelt ten onrechte dat de door eiser aangevoerde kosten niet subsidiabel zijn, omdat het valt onder het aanbrengen van isolerende beglazing. Bovendien is de Leidraad van 2018 van toepassing op eisers aanvraag en niet de Leidraad van 2024. Dit is relevant omdat paragraaf 34 van de Leidraad, die gaat over beglazing, ingrijpend is gewijzigd in de Leidraad van 2024. In de Leidraad 2018 is opgenomen dat kosten voor het vervangen van beglazing subsidiabel zijn indien deze om materiaal-technische of andere redenen noodzakelijk is. De door eiser gemaakte kosten betreffen de werkzaamheden die in dit kader zijn verricht. Daarnaast kan deze vervanging niet worden gekwalificeerd als 'het aanbrengen van isolerende beglazing’. Eiser stelt dat bij gebrek aan een definitie van isolerende beglazing in de Leidraad 2024, er aangesloten moet worden bij het gangbare taalgebruik in het maatschappelijk verkeer. Eiser verwijst in dit kader onder meer naar de definities van de Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (hierna: ISDE) die de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna: RVO) hanteert. Het geplaatste Ruysdaelglas heeft weliswaar door de toegepaste coating een isolerende werking, maar het wordt in de ISDE niet als isolerende beglazing aangemerkt vanwege een te lage isolatiewaarde (U-waarde) van 3,3 W/m2K. In de ISDE-subsidieregeling wordt voor rijksmonumenten een grenswaarde aangehouden van 3,0 W/m2K. Het geplaatste enkel glas voldoet hier dus niet aan. Verder wordt in het gangbare taalgebruik onder isolerende beglazing “dubbel glas” verstaan. De zoekopdracht “isolerend glas” in Wikipedia leidt rechtstreeks naar de pagina “dubbel glas”. Bij onvolledige definities kan ook aansluiting worden gezocht bij de intenties van de Leidraad. Aangezien de werkzaamheden zich volledig richten op instandhouding van monumentale waarden en het voorkomen van verval en vervolgschade, heeft de wetgever bedoeld om deze kosten ook subsidiabel te stellen onder de Woonhuisregeling. Tot slot, dient de toetsing van werkzaamheden te leiden tot voorspelbare uitkomsten aangezien een eigenaar van een monument een wettelijke verplichting heeft om zijn monument te onderhouden en de Woonhuisregeling een tegemoetkoming is in het kader van deze verplichting.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



4. De rechtbank stelt vast dat de regeling voor particuliere eigenaren van een rijksmonument om een financiële tegemoetkoming te krijgen per 1 januari 2019 is gewijzigd. Tot 2019 waren de kosten die door particuliere eigenaren van rijksmonumenten werden gemaakt om het pand in bruikbare staat te houden of te herstellen, gedeeltelijk fiscaal aftrekbaar. Vanaf 1 januari 2019 is deze regeling vervallen en vervangen door een subsidieregeling. Deze regeling houdt in dat eigenaren achteraf subsidie kunnen krijgen voor gemaakte kosten om het monumentenpand in stand te houden. Particuliere eigenaren van rijksmonumenten met een woonfunctie kunnen op grond van de Woonhuisregeling subsidie aanvragen voor kosten van werkzaamheden, maatregelen en voorzieningen ten behoeve van de instandhouding van het rijksmonument. Om te bepalen welke werkzaamheden subsidiabel zijn, wordt aangesloten bij de Leidraad die als bijlage bij de Sim is opgenomen.


4.1.
In de Woonhuisregeling heeft verweerder beleidsregels opgesteld voor het verstrekken van subsidie voor de instandhouding van rijksmonumenten met een woonfunctie. Hierbij geldt als algemeen uitgangspunt dat de werkzaamheden dienen te strekken tot de instandhouding van het rijksmonument en zijn monumentale waarden en dat de werkzaamheden sober, doelmatig en technisch noodzakelijk dienen te zijn. Kosten voor werkzaamheden met betrekking tot niet-monumentale onderdelen, comfortverbetering, verfraaiing, reconstructie, verduurzaming en veranderd gebruik komen niet voor subsidie in aanmerking.



4.2.
Voor zover eiser stelt dat de Woonhuisregeling, waarin wordt verwezen naar de Leidraad, in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, overweegt de rechtbank dat de hoogste bestuursrechter heeft geoordeeld dat de Woonhuisregeling en de daarin gemaakte keuze om voor wat betreft de subsidiabele kosten aan te sluiten bij de Leidraad deze toets kan doorstaan en geen strijd oplevert met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, in het bijzonder het evenredigheidsbeginsel. Dat in de subsidieregeling sommige kosten niet meer in aanmerking komen voor vergoeding die voorheen wel werden vergoed, betekent niet dat de regeling daarom in strijd is met algemene rechtsbeginselen of de beginselen van behoorlijk bestuur. Verweerder heeft de Leidraad dan ook kunnen toepassen bij de beoordeling van de subsidie aanvraag.



4.3.

De rechtbank overweegt verder dat eiser niet kan worden gevolgd in zijn betoog dat de Leidraad van 2018 van toepassing is op zijn aanvraag omdat de renovatiewerkzaamheden plaatsvonden in 2023. Eiser heeft zijn aanvraag ingediend in het aanvraagtijdvak van 1 maart tot en met 30 april 2024. Toen was de Leidraad en de Sim die gold van 1 januari 2024 tot en met 7 november 2024, op eisers aanvraag van toepassing.
Op grond van artikel 7:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) dient bij het nemen van een besluit, echter het recht te worden toegepast zoals dat op dat moment geldt. Gelet hierop heeft verweerder zich ten onrechte op het standpunt gesteld dat de Leidraad en de Sim die gold van 1 januari 2024 tot en met 7 november 2024, nog steeds van toepassing was ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar. In de bezwaarfase dient immers een volledige heroverweging plaats te vinden. Dit betekent dat verweerder bij het nemen van het bestreden besluit, eisers aanvraag had moeten beoordelen aan de hand van de Leidraad die geldig was van 3 december 2024 tot en met 31 december 2024. Nu verweerder dit niet heeft gedaan en de toepasselijke paragraaf 34 over beglazing is gewijzigd, is de rechtbank reeds van oordeel dat er sprake is van een motiveringsgebrek.




4.4.
Uit paragraaf 34 van de Leidraad volgt dat onder andere het vervangen van kapotte beglazing subsidiabel is, mits noodzakelijk om het monument wind- en waterdicht te houden en het geschiedt op een naar het oordeel van de minister bij het venster passende wijze en met een in stijl passende glassoort. Niet subsidiabel zijn de kosten van het aanbrengen van isolerende beglazing indien deze kosten niet subsidiabel zijn op grond van het voorgaande



4.5.
Uit de specificatie van het bouwbedrijf dat de renovatiewerkzaamheden heeft uitgevoerd volgt dat bij vervanging van het glas bij circa 60% van de bestaande dubbelglas elementen sprake was van zichtbare verontreiniging in de spouw. De beoogde luchtdichte afsluiting van de spouw was voor deze ruiten niet meer intact. Bij deze ruiten was er door vocht in de sponning aantasting van de randprofielen zichtbaar. Het vocht was een gevolg van inwatering en/of condensatie op de randprofielen van het dubbel glas. Verweerder heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat onder kapotte beglazing enkel gebroken glas waardoor wind en water vrij spel krijgen, moet worden verstaan en dat daarvan niet is gebleken. De rechtbank acht deze motivering zonder nadere onderbouwing, onvoldoende. Ook het standpunt dat de beglazing op de factuur is vermeld als ‘isolerend glas’, dus reeds daarom sprake is van isolerende beglazing en bovendien alleen plaatsing van enkel glas subsidiabel is, wordt door de rechtbank niet zonder meer gevolgd. Gelet hierop ziet de rechtbank geen aanleiding om met de op zitting gegeven motivering de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.


4.6.
Verweerder dient een nieuw besluit te nemen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eisers intentie om het glas te vervangen ook bij de beoordeling dient te worden betrokken. Uit de Woonhuisregeling volgt immers dat als algemeen uitgangspunt geldt dat werkzaamheden ten behoeve van de instandhouding van de monumentale waarden van het pand in aanmerking komen voor subsidie.



4.7.
Dit alles geldt temeer in het licht van het feit dat er al twintig jaar sprake is van goede communicatie tussen eiser en verweerder, dat eiser eerder wel toestemming heeft gekregen om dubbele beglazing te plaatsen en dat door plaatsing van de huidige beglazing de monumentale waarde van het monument juist is hersteld.



4.8.
Gelet op het voorgaande is het beroep in zoverre dan ook gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit omdat het in strijd met artikel 7:12 van de Awb is genomen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. Het is aan verweerder om nader te motiveren waarom de vervanging van de beglazing niet voor subsidie in aanmerking komt.




Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd. De rechtbank draagt verweerder op om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.

6. Omdat het beroep gegrond is, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eiser het door hem betaalde griffierecht vergoedt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten, omdat hij geen beroepsmatig verleende rechtsbijstand heeft gehad.


Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep gegrond;


vernietigt het bestreden besluit;


draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;


bepaalt dat verweerder aan eiser het betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt.






Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M. de Wit, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 oktober 2025.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Subsidieregeling instandhouding monumenten.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3398.


Geldend van 3 december 2024 tot en met 31 december 2024.


Op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb.