Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:28168

2025-12-04 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.11579
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-12-04
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.11579
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel - geen procesbelang vanwege MOB - beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.814 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: NL25.11579


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. M.M. Volwerk),


en




de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. A.T.M. Vroom-van Berckel).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag Eiser heeft op 19 februari 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 5 maart 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.



1.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 20 november 2025 op zitting behandeld. Partijen zijn met bericht vooraf niet ter zitting verschenen.





Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?




2. Eiser stelt van Bengalese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1997. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij onderdeel was van de [groepering] en daardoor problemen heeft ondervonden.



2.1.
Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:


identiteit, nationaliteit en herkomst;


lidmaatschap bij [groepering] en de daaruit voortvloeiende problemen.





2.2.
Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat eisers herkomst geloofwaardig is. Verweerder heeft eisers identiteit en nationaliteit niet geloofwaardig gevonden. Ook heeft verweerder eisers lidmaatschap bij de [groepering] en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig gevonden. Eiser heeft daarom volgens verweerder geen vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag en hij loopt geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft eisers asielaanvraag daarom afgewezen als kennelijk ongegrond.



Wat vindt eiser in beroep?



3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit. Verweerder vindt eisers identiteit en lidmaatschap bij de [groepering] en de daaruit voortvloeiende problemen ten onrechte ongeloofwaardig. Verweerders beoordeling en waardering van de overgelegde documenten is in strijd met internationaal-, Europees en Unierecht. Verweerder werpt een te hoge bewijsdrempel op. Ook heeft eiser wel degelijk aannemelijk en samenhangend verklaard ten aanzien van deze asielmotieven. Verweerder werpt ten onrechte verklaringen tegen die zijn afgelegd tijdens het aanmeldgehoor. Verder heeft verweerder de werkinstructie over politieke overtuiging ten onrechte niet gevolgd. Tot slot heeft verweerder eisers aanvraag ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond en een inreisverbod opgelegd.



Wat vindt verweerder in beroep?



4. In beroep heeft eiser een aantal documenten overgelegd. Verweerder heeft aanleiding gezien om deze documenten te onderzoeken op echtheid. Bureau Documenten heeft de door eiser overgelegde Bengalese identiteitskaart positief beoordeeld op echtheid. Over de namenlijst van de [groepering] en het certificaat van onderwijs kon Bureau Documenten geen uitspraken doen wat betreft de echtheid daarvan. Gelet hierop ziet verweerder geen reden om nog te twijfelen aan eisers identiteit. Verweerder handhaaft wel het standpunt dat eisers lidmaatschap bij de [groepering] en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



5. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij zijn beroep. Op 26 mei 2025 heeft verweerder aan de rechtbank laten weten dat eiser met onbekende bestemming uit de opvang is vertrokken. Uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat er in dat geval in beginsel vanuit gegaan mag worden dat de vreemdeling niet langer prijs stelt op de door hem gezochte bescherming. Dit is alleen anders wanneer de vreemdeling laat weten dat hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure.



5.1.
Eisers gemachtigde heeft in eerste instantie op 3 juni 2025 aan de rechtbank laten weten dat hij contact heeft met eiser. Bij brieven van 7 en 10 november 2025 heeft de gemachtigde van eiser de rechtbank geïnformeerd dat hij op 13 juli 2025 voor het laatst contact heeft gehad met eiser maar dat hij niet meer heeft gereageerd op latere berichten. Hieruit leidt de rechtbank af dat eiser geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland en daarom geen procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep.




Conclusie en gevolgen

6. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
7. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.






Deze uitspraak is gedaan door mr. C.W. Griffioen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.



De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.


Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.


Zie het verweerschrift van 24 september 2025.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.