Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:28161

2025-11-07 Bestuursrecht SGR 24/3641
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-11-07
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 24/3641
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing aanvraag om erkenning van beroepskwalificaties als onderwijzer in het voortgezet onderwijs - verweerder heeft kunnen concluderen dat het diploma van eiseres niet vergelijkbaar is met een Nederlands diploma - het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel kan niet slagen - beroep ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.385 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 24/3641


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiseres], eiseres
(gemachtigde: mr. E.J.W.F. Deen),


en




de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, verweerder(gemachtigde: mr. N. Fazli).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om erkenning van haar beroepskwalificaties. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 24 november 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van 21 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van haar aanvraag gebleven.



1.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen dit besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.2.
Het beroep is op 22 oktober 2024 op zitting behandeld. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, omdat – samengevat – eiseres haar beroep op het gelijkheidsbeginsel ter zitting nader heeft onderbouwd waarna verweerder zich bereid heeft verklaard om met deze gegevens alsnog te onderzoeken of sprake is van gelijke gevallen.



1.3.
Bij brief van 26 november 2024 heeft verweerder gereageerd. Bij brief van 13 januari 2025 heeft eiseres gereageerd op verweerders standpunt.



1.4.
Op 2 oktober 2025 heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting hervat. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. De gemachtigde van verweerder, mr. N. Fazli, heeft digitaal deelgenomen aan de zitting. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens gesloten.





Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?



2. Eiseres heeft een aanvraag ingediend om erkenning van haar beroepskwalificaties, zodat zij het vak Engels kan geven in het voortgezet onderwijs (tweedegraads bevoegdheid). Eiseres heeft in Suriname in 2015 de MO-A-akte Engels behaald. Op basis van deze akte is eiseres in Suriname bevoegd als leraar in de onderbouw van het voortgezet onderwijs, leeftijdscategorie 12-15 jaar, in het vak Engels. Hiermee heeft eiseres volgens verweerder in Nederlandse termen een opleidingsniveau bereikt van drie jaar hoger beroepsonderwijs. Aangezien in Nederland de lerarenopleiding bestaat uit een opleiding van vier jaar hoger beroepsonderwijs, is de onderwijsbevoegdheid van eiseres daarmee niet vergelijkbaar. Verweerder heeft de aanvraag daarom afgewezen.



Wat vindt eiseres in beroep?



3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit. Haar opleiding duurde niet drie jaar, maar vier jaar. De aparte akte die voor 2015 werd afgegeven om te kunnen voldoen aan de voorwaarden waar verweerder naar verwijst, is geïntegreerd in de huidige vierjarige opleiding die voor dezelfde leraren wordt gegeven. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom deze opleiding niet vergelijkbaar is met een Nederlandse vierjarige HBO opleiding. Eiseres doet daarnaast een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Een collega van haar heeft dezelfde opleiding gedaan, zij hebben samen hun afstudeerproject afgerond en zijn tegelijkertijd afgestudeerd. Deze leraar is, na één jaar les te hebben gegeven, tijdens een les geobserveerd door een onderwijsinspecteur en heeft op die manier alsnog de gevraagde kwalificatie gekregen.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de aanvraag van eiseres als kennelijk ongegrond heeft mogen afwijzen. Het bestreden besluit blijft daarom in stand. De rechtbank legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.



Is de opleiding van eiseres vergelijkbaar met de Nederlandse lerarenopleiding?




4.1.
Tussen partijen is in geschil of het diploma van eiseres vergelijkbaar is met een Nederlandse opleiding. De rechtbank is van oordeel dat verweerder heeft kunnen concluderen dat dit niet het geval is.



4.2.
Verweerder kan een onderwijsbevoegdheid verlenen aan personen met een buiten de EU, EER of Zwitserland behaald bewijsstuk dat de bekwaamheid aantoont. Verweerder kan de beroepskwalificatie erkennen als het opleidingsniveau gelijkwaardig is aan de vierjarige Nederlandse lerarenopleiding.



4.3.

Verweerder kijkt voor de waardering van een opleiding naar de duur en het aantal studiepunten, de zogenaamde studielast. Het diploma van eiseres, behaald in 2015, omvatte volgens de cijferlijst (nagenoeg) 180 studiepunten. Een opleiding met 180 studiepunten wordt door Nuffic gewaardeerd als vergelijkbaar met een driejarige hbo-opleiding in Nederland. Aangezien een lerarenopleiding in Nederland vier jaar duurt, kan het diploma van eiseres daarom niet gelijkgesteld worden met een Nederlandse lerarenopleiding. Dat de opleiding die eiseres in Suriname heeft gevolgd vier jaar heeft geduurd, verandert niet dat de studielast van 180 punten niet overeenkomt met een vierjarige hbo-opleiding in Nederland. Is het bestreden besluit in strijd met het gelijkheidsbeginsel?
5. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt evenmin. Eiseres heeft aangevoerd dat een collega, op basis van dezelfde opleiding, wel de gevraagde bevoegdheid heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder afdoende heeft gemotiveerd waarom dit beroep op het gelijkheidsbeginsel niet kan slagen nu het diploma van haar collega niet vergelijkbaar is. Uit onderzoek blijkt volgens verweerder namelijk dat deze collega in het bezit is van een MO-A-akte ‘oude stijl’ en daarnaast ook een pedagogisch getuigschrift heeft, wat eiseres niet heeft. De situatie van eiseres is daarmee dus niet vergelijkbaar met die van haar collega.




5.1.
In beroep heeft eiseres stukken overgelegd waaruit blijkt dat een medestudent met dezelfde opleiding alsnog de onderwijsbevoegdheid heeft verkregen na een lesobservatie door de onderwijsinspectie. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat weliswaar sprake is van gelijke gevallen, maar stelt dat dit eiseres niet kan baten nu de toekenning berust op een incidentele beoordelingsfout.



5.2.
De rechtbank is van oordeel dat ook dit beroep op het gelijkheidsbeginsel niet kan slagen nu het gelijkheidsbeginsel niet zover strekt dat fouten herhaald moeten worden. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat het objectief gerechtvaardigd is om deze eerdere fout niet te herhalen. Daarbij heeft verweerder belang mogen hechten aan het waarborgen van de kwaliteit van het hoger onderwijs.



5.3.
Hoewel de rechtbank het oneerlijke gevoel van eiseres begrijpt, maakt de toekenning van de onderwijsbevoegdheid aan de medestudent niet dat verweerder verplicht is om aan eiseres ook de gevraagde onderwijsbevoegdheid toe te kennen. De verwijzing van eiseres ter zitting naar een aantal uitspraken maakt het voorgaande niet anders. De rechtbank heeft deze uitspraken namelijk niet kunnen vinden met de genoemde ECLI-nummers.





Conclusie en gevolgen


6. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing




De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.





Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 november 2025.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.






Op grond van art 7.11 lid 1 onder c van de Wet op het voortgezet onderwijs 2020.


Op grond van artikel 3 van de Beleidsregel beoordeling van niet in de EER behaalde bewijsstukken in het voortgezet onderwijs.


Deze MO-A akten met een apart pedagogisch getuigschrift 'oude stijl' geven recht op een tweedegraads bevoegdheid terwijl de MO-A akten 'nieuwe stijl' van na 2005 geen recht geven.


Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van ECLI:NL:CRVB:2012:BY1343, r.o. 4.5, en van 26 april 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:817.