Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:28150

2025-07-10 Bestuursrecht SGR 24/7326 en SGR 24/7330
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-07-10
Publicatiedatum
2026-09-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 24/7326 en SGR 24/7330
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen gedeeltelijke afwijzing aanvraag terrasvergunning - vw heeft aanvraag op goede gronden gedeeltelijk afgewezen - beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.912 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummers: SGR 24/7326 en SGR 24/7330


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2025 in de zaken tussen



[eiser 1] B.V., eiser 1,



[eiser 2] B.V., eiser 2 (hierna tezamen: eisers)
(gemachtigde: [gemachtigde]),



en




het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. F. van Ommeren).




Inleiding


1. Eisers hebben twee aanvragen ingediend voor een terrasvergunning ter hoogte van [adres 1] respectievelijk [adres 2] in Den Haag. Beide aanvragen zijn gedeeltelijk ingewilligd. Met de bestreden besluiten van 25 juni 2024 heeft verweerder zijn eerdere besluiten gehandhaafd.



1.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.



1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 19 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [naam 1] namens eiser 1, [naam 2] namens eiser 2, de gemachtigde van eisers en de gemachtigde van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?




2. Eiser 1 heeft op 28 juni 2023 een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een terras tegenover de gevel op de locatie [adres 1] met een oppervlakte van 250 m2. Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 25 oktober 2023 gedeeltelijk ingewilligd door een vergunning te verlenen voor een terras zonder terrasschotten en met een totaaloppervlakte van 111,2 m2. Met het bestreden besluit van 25 juni 2024 op het bezwaar van eiser 1 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



2.1.

Eiser 2 heeft op 28 juni 2023 een aanvraag ingediend voor het plaatsen van een terras tegen de gevel op locatie [adres 2] met terrasschotten en parasols met een oppervlakte van 432 m2. Verweerder heeft deze aanvraag bij besluit van 25 oktober 2023 gedeeltelijk ingewilligd door een vergunning te verlenen voor een terras zonder terrasschotten en met een totaaloppervlakte van 216 m2. Met het bestreden besluit van 25 juni 2024 op het bezwaar van eiser 2 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

Wat vinden eisers in beroep?



3. Eisers zijn het niet eens met de bestreden besluiten. De in 2011 vastgestelde Pleinindeling is achterhaald, omdat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Hetzelfde geldt voor verweerders verwijzing naar het terrassenbeleid dat dateert van 2016. Zo heeft verweerder ten onrechte geen rekening gehouden met de financiële gevolgen van de coronapandemie, waaronder het moeten terugbetalen van overheidssteun. Ook is onvoldoende rekening gehouden met de huidige renovatie van het Binnenhof. Deze renovatie leidt namelijk tot omzetverlies omdat toeristen en ambtenaren wegblijven. Ook door bouwwerkzaamheden in verband met de renovatie zal [straatnaam] minder goed bereikbaar zijn. Bovendien kan niet worden gevolgd dat de Pleinindeling aan een volledige inwilliging van de aanvragen in de weg staat nu verweerder tijdens de coronaperiode een groter terras heeft toegestaan. De gevraagde terrasvergunningen betreffen het grotendeels consolideren van het toegestane terras tijdens de coronamaatregelen. Hetzelfde geldt voor de weigering van de aangevraagde terrasschotten.



Wat is het oordeel van de rechtbank?


4. De rechtbank geeft eisers geen gelijk. De rechtbank zal dit oordeel hieronder uitleggen.



4.1.
De rechtbank overweegt dat uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt dat bij de beslissing over het verlenen van een terrasvergunning geen integrale afweging kan worden gemaakt van alle in het gebied betrokken ruimtelijke relevante belangen. Bij de beoordeling van een aanvraag om een terrasvergunning wordt slechts getoetst aan de voorschriften van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV).



4.2.
Dit betekent in het geval van eisers dat de aanvraag slechts kan worden geweigerd als deze niet voldoet aan de voorschriften van artikel 2:10, derde lid, van de APV en de daaraan verbonden beleidsregels. Dit artikel brengt niet mee dat een aanvraag voor een terrasvergunning getoetst dient te worden aan de financiële belangen van eisers. De impact van de coronapandemie en de renovatie van het Binnenhof op de financiële situatie van eisers, heeft verweerder dan ook niet hoeven betrekken bij de beoordeling van de aanvragen. Gelet hierop ligt enkel ter toetsing voor of verweerder de aanvragen heeft kunnen afwijzen in het licht van de bepalingen van de APV en de daaraan verbonden beleidsregels


4.3.
Verweerder heeft aan de gedeeltelijke weigering het advies van de Adviescommissie Openbare Ruimte (hierna: ACOR) ten grondslag gelegd. De ACOR heeft vanuit het oogpunt van uiterlijk aanzien van de openbare ruimte negatief geadviseerd, omdat de aanvraag niet voldoet aan de vastgestelde pleinindeling. De pleinindeling betreft een standaardindeling voor de plaatsing van terrassen die in 2011 door de gemeente in overleg met ondernemers is vastgesteld.



4.4.
Eveneens heeft verweerder de gevraagde terrasschotten kunnen weigeren op grond van het beleid zoals dat gold ten tijde van de aanvraag. Ingevolge dat beleid worden alleen vergunningen verleend voor terrasafscheidingen in de vorm van plantenbakken met specifieke afmetingen. Voor aanvragen met andere, hogere of grotere terrasafscheidingen worden geen vergunningen verleend. Nu de aangevraagde terrasschotten niet voldoen aan de in het beleid gestelde voorwaarden heeft verweerder de terrasschotten op goede gronden geweigerd.


5. Ten aanzien van het betoog van eisers dat niet kan worden gevolgd dat de pleinindeling aan een volledige inwilliging in de weg staat omdat grotere terrassen wel werden toegestaan tijdens de coronapandemie, overweegt de rechtbank dat verweerder heeft toegelicht dat ondernemers tijdens de coronapandemie gebruik konden maken van een aparte regeling waardoor zij hun terrassen maximaal 25% groter konden maken. Dit was nodig om 1,5 meter afstand te kunnen houden tussen de gasten. Ook werd, in afwijking het eerdere beleid, plaatsing van hoge en grote terrasafscheidingen toegestaan om de toegang tot het terras goed te kunnen controleren aan de hand van QR-codes. Met de afschaffing van de coronamaatregelen heeft verweerder het terrassenbeleid, en dus ook de pleinindeling, van voor de coronapandemie, per 1 maart 2023 heringevoerd. Ter zitting heeft verweerder toegelicht dat de aparte regeling die gold tijdens de coronapandemie een politiek besluit betrof om ondernemers tegemoet te komen. Op dit moment bestaat er geen wens vanuit de politiek om een soortgelijke regeling tot stand te laten komen in het kader van de renovatie van het Binnenhof. Verweerder heeft wel andere regelingen in werking laten treden om ondernemers tegemoet te komen zoals een schadeprotocol. Ondernemers die inkomensschade lijden door de renovatie kunnen hier een beroep op doen.



5.1.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder eisers aanvragen op goede gronden en deugdelijk gemotiveerd gedeeltelijk heeft afgewezen.





Conclusie en gevolgen


6. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvragen gedeeltelijk heeft mogen afwijzen. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. D.C. Laagland, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier. De griffier is buiten staat deze uitspraak te ondertekenen.
Uitgesproken in het openbaar op 10 juli 2025.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Dit betreft het besluit met kenmerk B.3.23.3730.001. Het hieraan gekoppelde beroep betreft zaaknummer SGR 24/7330.


Dit betreft het besluit kenmerk B.3.23.3729.001. Het hieraan gekoppelde beroep betreft zaaknummer SGR 24/7326.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3869, rechtsoverweging 5.1.



Algemene plaatselijke verordening voor de gemeente Den Haag (https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR11313/47).


Zie ‘Beleidsregel tot wijziging van de beleidsregel “vergunningverlening terrassen Den Haag 2016, d.d. 3 maart 2020’ onder beleidsregel 12, RIS304802.


Idem, onder beleidsregel 7.


Protocol inkomensschade feitelijke uitvoering renovatie Binnenhofcomplex (Schadeprotocol).