Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:28144

2025-05-14 Bestuursrecht SGR 24/9639
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-05-14
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 24/9639
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen toewijzing bewonersparkeervergunning vanwege vaststelling POET - geen procesbelang - beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.956 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 24/9639


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 mei 2025 in de zaak tussen



[eiser], uit [woonplaats], eiser


en




het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. W.P. van Lith).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de toewijzing van zijn aanvraag voor een bewonersparkeervergunning.



1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 14 mei 2024 toegewezen. Met het bestreden besluit van 22 november 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder daarbij gebleven.



1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?



2. Eiser heeft op 13 mei 2024 een aanvraag ingediend voor een bewonersparkeervergunning. Verweerder heeft de vergunning verleend. Daarbij heeft verweerder vastgesteld dat op eiser beschikt over een parkeergelegenheid op eigen terrein (POET). Per abuis heeft verweerder de vergunning verleend tegen het laagste tarief dat geldt voor één auto op één adres (eerste vergunningstarief). Voor een bewonersparkeervergunning in geval van een POET hanteert verweerder normaliter een hoger vergunningstarief.
Eiser is het niet eens met de vaststelling dat hij over een POET beschikt.



Wat vindt eiser in beroep?



3. Verweerder stelt ten onrechte dat eiser beschikt over een POET. Uit een onderzoek dat in opdracht van verweerder is uitgevoerd volgt dat parkeren op eigen terrein op eisers adres onmogelijk is. Verweerder heeft in alle eerdere communicatie gezwegen over dit onderzoek. Er is dus relevante informatie achtergehouden en dat vormt onbehoorlijk bestuur. Ook heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom hij in afwijking van het onderzoek bij eiser toch een POET vaststelt. Verder is alleen een standaardoverweging gegeven en is niet ingegaan op de specifieke situatie van eiser. De POET kan niet worden gebaseerd op de mededeling van eiser dat er al een auto geparkeerd staat. De auto staat namelijk niet op de oprit maar in de eigen garage. Bovendien is deze (tweede) auto veel kleiner dan de eerste auto waarvoor de vergunning is gevraagd, en wordt die tweede auto alleen incidenteel gebruikt. Een POET op het adres van eiser is daarnaast in strijd met het bestemmingsplan. Daar komt bij dat de parkeerdruk geen grond kan zijn voor de vaststelling van een POET op het adres van eiser. De hardheidsclausule moest worden toegepast.
Tot slot zijn de gronden van bezwaar onvoldoende besproken.



Wat is het oordeel van de rechtbank?



4. De rechtbank is van oordeel dat eiser geen procesbelang heeft bij zijn beroep. De rechtbank legt dit oordeel hierna uit.


4.1.
Procesbelang houdt in dat het doel dat eiser voor ogen staat met het beroep kan worden bereikt en voor hem van feitelijke betekenis is. Eiser heeft een bewonersparkeervergunning aangevraagd en gekregen. Per abuis is hem deze vergunning verleend tegen het laagste tarief. Hiermee heeft eiser feitelijk het maximaal mogelijke bereikt. Met zijn beroep komt eiser alleen op tegen de vaststelling dat hij over een POET beschikt. Maar die vaststelling is voor eiser alleen van principiële betekenis en daarvoor is een bestuursrechtelijke beroepsprocedure niet bedoeld.



4.2.
Eiser heeft ook geen procesbelang vanwege een vrees dat in de toekomst een hoger vergunningstarief zal worden opgelegd. Op de zitting heeft verweerder namelijk bevestigd dat als in de toekomst het (juiste) hogere tarief zou moeten gelden, daarvoor nodig is dat de huidige parkeervergunning wordt ingetrokken en een nieuwe parkeervergunning zal worden verleend. Hiervoor is een apart besluit nodig, waartegen eiser dan bezwaar kan maken en beroep kan instellen.




Conclusie en gevolgen


5. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank de zaak niet inhoudelijk beoordeelt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.






Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 14 mei 2025.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



‘Parkeeronderzoek eigen terrein vogelwijk den haag’ van september 2020.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 9 mei 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1563.