Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:28138

2025-04-03 Bestuursrecht SGR 24/8648
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-04-03
Publicatiedatum
2026-09-07
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
SGR 24/8648
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing urgentieverklaring - beroep ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.276 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 24/8648


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 april 2025 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. L.A. Fischer),


en




het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder
(gemachtigde: mr. F.W.A. van Driel).




Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een urgentieverklaring.



1.1.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 12 april 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 21 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder daarbij gebleven.



1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 6 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld van [naam] , de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder.




Beoordeling door de rechtbank



Waar gaat deze zaak over?




2. Eiseres heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor haar en haar vijftienjarige zoon. Eiseres’ tijdelijke huurovereenkomst is niet verlengd en per 30 juni 2024 is zij dakloos geworden. Verweerder biedt hen opvang in een hotel voor onbepaalde tijd.


2.1.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet voldoet aan de voorwaarden. Zo kon eiseres haar woonprobleem zien aankomen. Zij is namelijk een tijdelijke huurovereenkomst van drie jaar aangegaan met een looptijd tot 30 juni 2024. Verder zijn een tijdelijke huurovereenkomst en dakloosheid geen urgente woonproblemen. Er is geen aanleiding om op grond van de hardheidsclausule een urgentieverklaring te verlenen.



Wat vindt eiseres in beroep?



3. Verweerder heeft er onvoldoende rekening mee gehouden dat eiseres met haar zoon op een hotelkamer verblijft, waar zij weinig privacy hebben. Door de huidige woonsituatie gaat het niet goed gaat met eiseres’ zoon. Volgens de school is hij niet langer te handhaven. Het is in zijn belang dat hij niet van school hoeft te wisselen, zoals ook een maatschappelijk werker van de school en de thuisbegeleider hebben verklaard. Verder is dakloosheid een urgent huisvestingsprobleem. Dat eiseres en haar zoon worden opgevangen door verweerder onderstreept de urgentie van het probleem. Daarnaast werpt verweerder eiseres ten onrechte tegen dat zij haar woonprobleem kon zien aankomen vanwege de tijdelijke huurovereenkomst. Een woning zoeken is namelijk niet hetzelfde als een woning vinden. Verweerder heeft een onrealistische voorstelling van de woningmarkt. Tot slot is het doel van de weigeringsgrond van een tijdelijke huurovereenkomst dat personen die tijdelijk in [plaats] wonen, bijvoorbeeld vanwege een studie, zich niet via een urgentieverklaring permanent kunnen vestigen in [plaats] . De situatie van eiseres is daarmee niet vergelijkbaar.Wat is het oordeel van de rechtbank?

4. De rechtbank overweegt dat verweerder bij het verlenen van urgentieverklaringen gehouden is aan het opgestelde beoordelingssysteem. Indien zich één van de algemene weigeringsgronden voordoet, wordt een urgentieverklaring door verweerder in beginsel geweigerd. Een inhoudelijke toets om te kijken of de woonsituatie van eiseres door sociale of medische omstandigheden als levensbedreigend of ontwrichtend moet worden aangemerkt blijft in dat geval achterwege. Dit restrictieve beleid van verweerder is door de Afdeling niet onredelijk geacht, vanwege het grote aantal aanvragen voor een urgentieverklaring en het kleine aantal toewijsbare huurwoningen dat beschikbaar komt.


4.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder de urgentieaanvraag van eiseres mocht afwijzen, omdat er sprake is van meerdere weigeringsgronden. Verweerder mocht zich op het standpunt stellen dat een tijdelijke huurovereenkomst en dakloosheid geen urgente huisvestingsproblemen zijn. De omstandigheid dat verweerder eiseres noodopvang biedt, maakt dat niet anders. Ook kon eiseres haar woonprobleem voorzien of voorkomen. Zij ging in 2021 immers zelf de tijdelijke huurovereenkomst aan en wist wanneer die zou eindigen. Het was aan eiseres om tijdig een nieuwe woonruimte te zoeken. Dat er krapte is op de woningmarkt doet daaraan niet af. Verder ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel deze weigeringsgrond alleen van toepassing zou zijn in situaties waarin bijvoorbeeld een student zich tijdelijk in [plaats] vestigt.


4.2.
Verweerder heeft in zoverre de urgentieverklaring dan ook mogen weigeren. De rechtbank ziet geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder het besluit op deze punten onzorgvuldig heeft voorbereid of onvoldoende heeft gemotiveerd.


4.3.
De hardheidsclausule wordt alleen toegepast in gevallen waarin het niet toekennen van urgentie leidt tot een schrijnende situatie. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat er in het geval van eiseres geen sprake is van een dermate schrijnende situatie. Er bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder de belangen van de minderjarige zoon van eiseres daarbij onvoldoende heeft meegewogen. Verweerder heeft meegewogen dat stabiliteit voor de zoon van eiseres van belang is en dat hij in [plaats] kan blijven zodat hij niet van school hoeft te wisselen. Verweerder heeft in redelijkheid kunnen stellen dat deze omstandigheden niet maken dat de woonsituatie in vergelijking met andere woningzoekenden met kinderen zo schrijnend is dat urgentie moet worden verleend. Op dit moment hebben eiseres en haar zoon namelijk opvang, waardoor zij niet dakloos zijn, zij in [plaats] kunnen blijven en de zoon niet van school hoeft te wisselen, ook al bieden de grootte en indeling van de hotelkamer hen weinig privacy. Verweerder mocht daarbij meewegen dat eiseres zelf de keuze heeft om in [plaats] te blijven of om op zoek te gaan naar een woning buiten [plaats] .




Conclusie en gevolgen


5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen urgentieverklaring krijgt. Zij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. E.K.S. Mollen, rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 april 2025.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Huisvestingsverordening Den Haag 2023 (Huisvestingsverordening) en Beleidsregel urgentieverklaringen Den Haag 2019 (Beleidsregel).


Artikel 4:5, onder d, van de Huisvestingsverordening.


Artikel 4:5, onder b, van de Huisvestingsverordening in samenhang met artikel 2.1.2., onder k en m. van de Beleidsregel.


Artikel 7:3 van de Huisvestingsverordening.


Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 maart 2022, ECLI:NL:RVS:2022:857.