Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2025:28137
2025-03-10
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL24.49903 en NL24.49904
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Asiel - Somalië - Somalische nationaliteit niet geloofwaardig vanwege Keniaans paspoort - beroep ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:RVS:2024:1071 Raad van State 14-03-2024
- ECLI:NL:RVS:2024:1071 Raad van State 14-03-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.860 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht zaaknummer: NL24.49903 (beroep) en NL24.49904 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de voorzieningenrechter en enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. B. Snoeij),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J. Versteeg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij heeft op 24 november 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 december 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verder heeft verweerder een terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar opgelegd.
1.1.
De rechtbank heeft beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigde van eiseres deelgenomen. De gemachtigde van verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst omdat toen is gebleken dat geen tolk Somali beschikbaar was.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 25 februari 2025 opnieuw op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y.O. Adan als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat de zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres stelt van Somalische afkomst te zijn en te zijn gevlucht uit Somalië vanwege Al-Shabaab. Leden van Al-Shabaab wilden de vader van eiseres dwingen om eiseres met een van hen te laten trouwen. De vader van eiseres heeft geweigerd en is daarna ontvoerd en mishandeld. Eiseres is daarna bij een vriend van haar vader gebleven. Deze man heeft een reisagent geregeld waardoor eiseres naar Kenia kon vluchten en vervolgens het vliegtuig kon nemen. Ter ondersteuning van haar afkomst heeft ze een Somalische geboorteakte en Somalische identiteitsverklaring overgelegd. Het Keniaanse paspoort heeft eiseres gekregen van de reisagent.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder het asielmotief ‘identiteit, nationaliteit en herkomst’. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat dit element niet geloofwaardig is. De geboorteakte is geen brondocument en bevat geen biometrische gegevens. De Somalische identiteitskaart ondersteunt volgens verweerder de gestelde nationaliteit ook niet, omdat Somalië geen betrouwbare persoonsregistratie heeft. Wel wordt geloofwaardig geacht dat eiseres [eiser] is en de Keniaanse nationaliteit heeft. De enkele omstandigheid dat eiseres de Keniaanse nationaliteit heeft, levert volgens verweerder geen aannemelijke vrees op voor vluchtelingrechtelijke vervolging en geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiseres verweerder heeft misleid over haar identiteit en nationaliteit.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Eiseres wijst erop dat zij een e-mail heeft gestuurd naar de ambassade van Kenia op 16 december 2024 en diverse keren heeft gerappelleerd op 8 januari 2025, 4 februari 2025 en 18 februari 2025 met het verzoek om te controleren of het paspoort dat zij heeft vals is en ook ontvangstbevestigingen heeft gekregen. Ook heeft eiseres een keer gebeld naar de ambassade van Kenia en een medewerker aan de lijn gekregen. In het kader van de samenwerkingsverplichting is het nu aan verweerder om nader onderzoek te doen. De ambassade heeft aangegeven de e-mails in goede orde te hebben ontvangen maar nog niet inhoudelijk gereageerd op het verzoek. Eiseres wijst er daarbij ook op dat zij in detentie zit en dat daardoor haar bewegingsruimte beperkt is. Onder die omstandigheden heeft eiseres een oprechte inspanning verricht in de zin van de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 14 maart 2024 waardoor het nu aan verweerder is om nader onderzoek te doen naar haar nationaliteit.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank stelt vast dat in geschil is of eiseres de Keniaanse nationaliteit bezit. Ingevolgde de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 14 maart 2024 is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij haar paspoort op frauduleuze wijze heeft verkregen. In dezelfde uitspraak heeft de hoogste bestuursrechter – kort gezegd – uitgelegd dat van een vreemdeling mag worden verwacht dat zij alles doet waar ze redelijkerwijs toe in staat is om van die autoriteiten een verklaring te verkrijgen waaruit blijkt of zij het betreffende paspoort aanmerken als rechtsgeldig afgegeven en/of eiseres als hun onderdaan beschouwen. Verder hoeft verweerder pas in actie te komen als eiseres ondanks een oprechte inspanning er niet in is geslaagd een verklaring te krijgen van de autoriteiten omtrent haar nationaliteit.
6. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder in het geval van eiseres uitgaan van de Keniaanse nationaliteit. Het door eiseres overgelegde Keniaanse paspoort is namelijk echt bevonden door Bureau Documenten. De rechtbank is het niet met eiseres eens dat zij voldoende inspanningen heeft verricht en dat het nu aan verweerder is om nader onderzoek te doen naar de nationaliteit van eiseres. De rechtbank acht het sturen van een paar e-mails en één keer bellen naar de ambassade, hiervoor onvoldoende. De rechtbank overweegt daarbij dat de hoogste bestuursrechter het benaderen van de diplomatieke vertegenwoordiging in haar uitspraak noemt als voorbeeld van een manier – dus niet de enige manier – waarop een vreemdeling een oprechte inspanning kan leveren om een verklaring te verkrijgen over de rechtsgeldigheid van het paspoort of over zijn status als onderdaan. Niet wordt uitgesloten dat het bijvoorbeeld ook mogelijk is de instantie die het paspoort heeft afgegeven, rechtstreeks te benaderen al dan niet door tussenkomst van een – lokale – advocaat. Verweerder heeft ook niet hoeven volgen dat eiseres beperkt is in haar mogelijkheden om haar nationaliteit te onderbouwen, omdat zij in bewaring verblijft. Eiseres laat zich immers vertegenwoordigen door haar gemachtigde die niet in zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen als kennelijk ongegrond.
8. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).
ECLI:NL:RVS:2024:1071.
ECLI:NL:RVS:2024:1071, rechtsoverweging 4.
Bestuursrecht zaaknummer: NL24.49903 (beroep) en NL24.49904 (voorlopige voorziening)
uitspraak van de voorzieningenrechter en enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiseres/verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde: mr. B. Snoeij),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. S.J. Versteeg).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij heeft op 24 november 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 december 2024 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond. Verder heeft verweerder een terugkeerbesluit en inreisverbod van twee jaar opgelegd.
1.1.
De rechtbank heeft beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 28 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en de gemachtigde van eiseres deelgenomen. De gemachtigde van verweerder is met voorafgaand bericht niet verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst omdat toen is gebleken dat geen tolk Somali beschikbaar was.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 25 februari 2025 opnieuw op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, Y.O. Adan als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat de zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiseres legt aan haar asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiseres stelt van Somalische afkomst te zijn en te zijn gevlucht uit Somalië vanwege Al-Shabaab. Leden van Al-Shabaab wilden de vader van eiseres dwingen om eiseres met een van hen te laten trouwen. De vader van eiseres heeft geweigerd en is daarna ontvoerd en mishandeld. Eiseres is daarna bij een vriend van haar vader gebleven. Deze man heeft een reisagent geregeld waardoor eiseres naar Kenia kon vluchten en vervolgens het vliegtuig kon nemen. Ter ondersteuning van haar afkomst heeft ze een Somalische geboorteakte en Somalische identiteitsverklaring overgelegd. Het Keniaanse paspoort heeft eiseres gekregen van de reisagent.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder het asielmotief ‘identiteit, nationaliteit en herkomst’. Verweerder stelt zich hierover op het standpunt dat dit element niet geloofwaardig is. De geboorteakte is geen brondocument en bevat geen biometrische gegevens. De Somalische identiteitskaart ondersteunt volgens verweerder de gestelde nationaliteit ook niet, omdat Somalië geen betrouwbare persoonsregistratie heeft. Wel wordt geloofwaardig geacht dat eiseres [eiser] is en de Keniaanse nationaliteit heeft. De enkele omstandigheid dat eiseres de Keniaanse nationaliteit heeft, levert volgens verweerder geen aannemelijke vrees op voor vluchtelingrechtelijke vervolging en geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond omdat eiseres verweerder heeft misleid over haar identiteit en nationaliteit.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Eiseres wijst erop dat zij een e-mail heeft gestuurd naar de ambassade van Kenia op 16 december 2024 en diverse keren heeft gerappelleerd op 8 januari 2025, 4 februari 2025 en 18 februari 2025 met het verzoek om te controleren of het paspoort dat zij heeft vals is en ook ontvangstbevestigingen heeft gekregen. Ook heeft eiseres een keer gebeld naar de ambassade van Kenia en een medewerker aan de lijn gekregen. In het kader van de samenwerkingsverplichting is het nu aan verweerder om nader onderzoek te doen. De ambassade heeft aangegeven de e-mails in goede orde te hebben ontvangen maar nog niet inhoudelijk gereageerd op het verzoek. Eiseres wijst er daarbij ook op dat zij in detentie zit en dat daardoor haar bewegingsruimte beperkt is. Onder die omstandigheden heeft eiseres een oprechte inspanning verricht in de zin van de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 14 maart 2024 waardoor het nu aan verweerder is om nader onderzoek te doen naar haar nationaliteit.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank stelt vast dat in geschil is of eiseres de Keniaanse nationaliteit bezit. Ingevolgde de uitspraak van de hoogste bestuursrechter van 14 maart 2024 is het aan eiseres om aannemelijk te maken dat zij haar paspoort op frauduleuze wijze heeft verkregen. In dezelfde uitspraak heeft de hoogste bestuursrechter – kort gezegd – uitgelegd dat van een vreemdeling mag worden verwacht dat zij alles doet waar ze redelijkerwijs toe in staat is om van die autoriteiten een verklaring te verkrijgen waaruit blijkt of zij het betreffende paspoort aanmerken als rechtsgeldig afgegeven en/of eiseres als hun onderdaan beschouwen. Verder hoeft verweerder pas in actie te komen als eiseres ondanks een oprechte inspanning er niet in is geslaagd een verklaring te krijgen van de autoriteiten omtrent haar nationaliteit.
6. Naar het oordeel van de rechtbank mocht verweerder in het geval van eiseres uitgaan van de Keniaanse nationaliteit. Het door eiseres overgelegde Keniaanse paspoort is namelijk echt bevonden door Bureau Documenten. De rechtbank is het niet met eiseres eens dat zij voldoende inspanningen heeft verricht en dat het nu aan verweerder is om nader onderzoek te doen naar de nationaliteit van eiseres. De rechtbank acht het sturen van een paar e-mails en één keer bellen naar de ambassade, hiervoor onvoldoende. De rechtbank overweegt daarbij dat de hoogste bestuursrechter het benaderen van de diplomatieke vertegenwoordiging in haar uitspraak noemt als voorbeeld van een manier – dus niet de enige manier – waarop een vreemdeling een oprechte inspanning kan leveren om een verklaring te verkrijgen over de rechtsgeldigheid van het paspoort of over zijn status als onderdaan. Niet wordt uitgesloten dat het bijvoorbeeld ook mogelijk is de instantie die het paspoort heeft afgegeven, rechtstreeks te benaderen al dan niet door tussenkomst van een – lokale – advocaat. Verweerder heeft ook niet hoeven volgen dat eiseres beperkt is in haar mogelijkheden om haar nationaliteit te onderbouwen, omdat zij in bewaring verblijft. Eiseres laat zich immers vertegenwoordigen door haar gemachtigde die niet in zijn bewegingsvrijheid wordt beperkt.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de aanvraag van eiseres heeft mogen afwijzen als kennelijk ongegrond.
8. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
9. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. J.J. Yilmaz, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Tegen de uitspraak op het verzoek om de voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling).
ECLI:NL:RVS:2024:1071.
ECLI:NL:RVS:2024:1071, rechtsoverweging 4.