Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2025:28051
2025-09-05
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/09/668826 / FA RK 24-4706
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Echtscheiding met nevenvoorzieningen. Hoofdverblijf en zorgregeling. Verdeling gemeenschap., o.a. eenmanszaak en overwegingen niet verdelen van schulden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (25.685 tekens)
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 24-4706 (echtscheiding) en FA RK 24-8365 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/668826 (echtscheiding) en C/09/676046 (echtscheiding)
Datum beschikking: 5 september 2025
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 27 juni 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano te Katwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9-formulier van 9 juli 2024 van de vrouw, met bijlage;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 9 juli 2025 van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 25 juli 2025 van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 1 augustus 2025 van de vrouw, met bijlagen.
De minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.
Op 5 augustus 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man bijgestaan door hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1996 te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van de volgende kinderen:
- [meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2002 te [geboorteplaats 1] ,
- [meerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2004 te [geboorteplaats 2] ,
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2008 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2008 te [geboorteplaats 1] .
- De kinderen verblijven op dit moment bij de ouders in de echtelijke woning.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding subsidiair scheiding van tafel en bed, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- indien de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man wordt bepaald: vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de kinderen de ene week bij de man zullen verblijven en de andere week bij de vrouw;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 246,- per maand per kind, door de man aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen;
- verdeling ten overstaan van een notaris van de huwelijksgemeenschap, met benoeming van een notaris en onzijdige personen;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform
het voorstel van de vrouw;
- voortgezet gebruik van de echtelijke woning met inboedel,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert op dit moment nog verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Bovendien heeft de man na wijziging, zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 50,- per maand per kind, door de vrouw aan de man bij vooruitbetaling te voldoen;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform
het voorstel van de man;
- ingeval het verzoek van de vrouw tot voortgezet gebruik van de echtelijke woning wordt toegewezen, een gebruiksvergoeding te bepalen van € 2.000,- per maand, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;
- de vrouw primair te veroordelen om met ingang van 1 september 2004 een bijdrage te leveren aan de kosten van de huishouding op grond van artikel 1:84 BW conform zijn verzoek, subsidiair de vrouw te veroordelen met ingang van 1 september 2024 een bijdrage te leveren aan de betaling van de premie Kapitaalverzekering Eigen Woning bij Interpolis van € 165,80 per maand conform zijn verzoek,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert thans nog verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Op de zitting hebben partijen hun verzoeken tot kinderalimentatie, een gebruiksvergoeding en het voortgezet gebruik van de echtelijke woning ingetrokken, zodat de rechtbank hierop niets meer te beslissen heeft.
Beoordeling
Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Partijen hebben geen ouderschapsplan ingediend zoals wettelijk is vereist. Toch zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding beoordelen omdat het partijen niet gelukt is om op alle punten ten aanzien van de zorg voor de kinderen tot overeenstemming te komen.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en hebben beiden een verzoek tot echtscheiding gedaan. Deze verzoeken tot echtscheiding kunnen als op de wet gegrond worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling
Partijen zijn het erover eens dat om administratieve redenen [minderjarige 2] in de toekomst bij vader ingeschreven zal worden in de Basisregistratie Personen (BRP) en [minderjarige 1] bij de moeder, zodat beide ouders voor één kind kinderbijslag kunnen aanvragen.
De toekomstige woonsituatie van beide ouders is nog niet helemaal duidelijk, waardoor zowel de ouders als de kinderen hun gedachten over de toekomstige woonsituatie van de kinderen en de zorgregeling nog niet volledig gevormd hebben. Op dit moment wonen de ouders nog in de echtelijke woning met de kinderen.
Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zijn partijen het erover eens dat ze ernaar streven dat de kinderen evenredig contact hebben met beide ouders. De ouders willen de kinderen evenwel ook de ruimte geven om zelf invulling te geven aan het contact met de ouders op een wijze die op dat moment bij hun leven past. De rechtbank zal daarom nu geen concrete beslissing nemen over een zorgregeling en/of het hoofdverblijf van de kinderen. De verzoeken daartoe worden afgewezen.
De afspraken die de ouders gemaakt hebben lenen zich niet voor opname in het dictum. Dat neemt niet weg dat deze afspraak tussen de ouders geldt.
De rechtbank heeft tijdens het kindgesprek met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] besproken om hen een kindbrief te sturen om de beslissing van de rechtbank aan hen uit te leggen. Deze brief luidt als volgt:
“Beste [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ,
Jullie hebben op 4 augustus 2025 met mij gesproken over de scheiding van jullie ouders en jullie wensen voor de toekomst. Daarna heb ik met jullie ouders gesproken. Jullie ouders hebben afspraken gemaakt. Ik zal jullie in deze brief uitleggen wat ik met jullie ouders heb besproken en welke afspraken zij hebben gemaakt.
Jullie ouders hebben mij uitgelegd dat hun toekomstige woonsituatie nog niet helemaal duidelijk is. Jullie vader heeft een woning gevonden, maar jullie moeder nog niet. Daardoor is het voor hen, maar ook voor jullie, nog lastig om nu al te beslissen wanneer jullie in de toekomst bij welke ouder zullen zijn.
Jullie ouders zijn het er wel over eens dat ze ernaar zullen streven dat jullie evenveel contact hebben met allebei jullie ouders, maar zij willen jullie ook de ruimte geven om zelf invulling te geven aan het contact met jullie ouders op een wijze die op dat moment bij jullie leven past. Ik heb daarom met jullie ouders afgesproken dat ik nu geen concrete beslissing zal nemen over een zorgregeling of de plek waar jullie gaan wonen. Jullie ouders gaan dat, als er meer duidelijkheid is, samen met jullie uitzoeken.
De enige concrete afspraak die jullie ouders nu alvast hebben gemaakt over de toekomst is dat [minderjarige 2] bij jullie vader ingeschreven zal worden in de Basisregistratie Personen (BRP) en [minderjarige 1] bij jullie moeder. Dit is zo afgesproken om administratieve en financiële redenen en laat jullie dus nog vrij om afspraken te maken over wanneer jullie echt bij jullie vader of moeder zullen zijn.
Ik vertrouw erop dat deze afspraken aansluiten bij jullie wensen voor de toekomst en dat jullie samen een voor jullie prettige oplossing zullen vinden. Bedankt voor jullie komst naar de rechtbank.
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter.”
Verdeling huwelijksgemeenschap
Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.
Peildatum
Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 27 juni 2024, de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen of de eisen van redelijkheid en billijkheid niet anders met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.
Omvang
Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden van de gemeenschap naar voren gebracht:
de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats] met de Kapitaalverzekering Eigen Woning bij Interpolis met nummer [polisnummer] ;
de inboedel;
de bankrekeningen en de saldi daarvan;
e activa van de eenmanszaak van de man;
voertuigen:
a. Chevrolet Avalanche met kenteken [kenteken 1] ;
b. Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken 2] ;
c. Jeep Wrangler Sofftop U9 met kenteken [kenteken 3] ;
d. TGB FBE (quad) met kenteken [kenteken 4] ;
e. Saris H200N (aanhanger) met kenteken [kenteken 5] ;
f. Saris H200N (aanhanger) met kenteken [kenteken 6] ,
de schuld in verband met de aanslag Inkomstenbelasting 2024 en andere huwelijkse schulden.
Daarnaast dient de rechtbank een oordeel te geven over:
de verzoeken van partijen omtrent de kosten van de huishouding.
Partijen hebben beiden verzocht om de verdeling vast te stellen. Op bijna alle punten hebben partijen overeenstemming weten te bereiken. De vrouw heeft daarnaast ook een verdeling van de gemeenschap verzocht ten overstaan van een notaris, met benoeming van een notaris en onzijdige personen. Dit verzoek zal de rechtbank afwijzen, omdat zij hieronder de wijze van de verdeling – conform de afspraken van partijen – zal vastleggen.
Ad. a – de echtelijke woning
Partijen hebben op de zitting aangegeven dat de echtelijke woning inmiddels is verkocht onder voorbehoud van financiering. De rechtbank zal daarom ten aanzien van de echtelijke woning, de aan de echtelijke woning gekoppelde polis en de hypothecaire geldlening, de wijze van verdeling vaststellen conform het in het dictum vermelde spoorboekje. Partijen zijn het erover eens dat de te verrekenen kosten van de huishouding bij de afwikkeling van de verkoop bij de notaris zullen worden afgerekend.
Ad. b – de inboedel
Partijen zullen de inboedel in onderling overleg bij helfte verdelen aan de hand van de door hen beide ingediende inboedellijsten die aangevuld worden met het gereedschap dat aan partijen gezamenlijk toebehoort. De rechtbank zal deze afspraak in het dictum vastleggen.
Ad. c – de bankrekeningen
Een bankrekening is geen goed dat voor verdeling in aanmerking komt, maar kwalificeert als een verhouding tussen partijen en de bank. De saldi op de bankrekeningen, indien een positief saldo, vormen een vorderingsrecht op de bank. Het recht op die saldi komt wel voor verdeling in aanmerking.
Op de zitting zijn partijen het erover eens geworden dat de peildatum voor de bepaling van het te verdelen saldo van de bankrekeningen 27 juni 2024 moet zijn, de datum van indiening van het verzoekschrift.
Vanwege verschillende betalingen over en weer die na de peildatum tot 31 augustus 2024 hebben plaatsgevonden, hebben partijen afgesproken dat zij elkaar inzicht zullen verschaffen in de bankafschriften van 27 juni 2024 tot en met 31 augustus 2024, zodat partijen kunnen zien of de in die periode verrichte transacties nog tot onderlinge verrekeningen moet leiden. Zij hebben hierover specifiek afgesproken dat zij over en weer officiële gedownloade pdf-bestanden van de bankafschriften met de logo’s van de bank aan elkaar dienen te verstrekken.
De man heeft aangevoerd dat hij het er niet mee eens is dat de vrouw voorafgaand aan de peildatum advocaatkosten voor de echtscheidingsprocedure heeft betaald en dat die kosten dus vanuit de gemeenschap zijn betaald. Hij is van mening dat de vrouw de helft van de voor de peildatum betaalde advocaatkosten aan de man moet vergoeden. De vrouw is het hier niet mee eens.
De rechtbank overweegt dat de door de vrouw verrichte betaling heeft plaatsgevonden vóór de peildatum en een schuld van vóór de peildatum betreft. Er bestaat geen rechtsgrond om aan de man een vergoedingsrecht toe te kennen ten aanzien van de betaling van een dergelijke tijdens het huwelijke opgebouwde schuld. Het daarop gerichte verzoek van de man wordt daarom afgewezen.
Ad. d – de activa van de eenmanszaak van de man
De rechtbank overweegt dat een eenmanszaak geen afgescheiden vermogen heeft. In de verdeling dienen dus te worden betrokken de activa en passiva van de onderneming die op de datum van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap (te weten de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek) aanwezig waren.
Partijen zijn het erover eens dat de activa en de passiva aan de man moeten worden toegedeeld. Zij zijn het evenwel niet volledig eens over de waarde van de activa van de gemeenschap, waaronder de inventaris en de Mercedes Sprinter.
De vrouw heeft de roerende zaken in de onderneming begroot aan de hand van een lijst met daaraan door haar gekoppelde bedragen, op basis waarvan zij zich op het standpunt stelt dat de roerende zaken een waarde van € 6.065,- vertegenwoordigen. De man verwijst naar de balans en komt aan de hand daarvan op een waarde van € 1.500,- .
De rechtbank stelt vast dat op basis van de jaarstukken van de onderneming een waarde van de inventaris (exclusief de Mercedes Sprinter) kan worden aangenomen die halverwege 2024 € 1.177,- bedroeg, namelijk het gemiddelde van de waarde op 31 december 2023 en 31 december 2024. Niet uit te sluiten is evenwel dat de werkelijke waarde, zoals de vrouw stelt, afwijkt van de boekwaarde. Partijen hebben de rechtbank geen gegevens verschaft aan de hand waarvan de werkelijke waarde kan worden vastgesteld.
De rechtbank zal de waarde daarom schattenderwijs in redelijkheid vaststellen op € 3.500,-.
Het voorgaande betekent dat de activa van de onderneming worden toegedeeld aan de man (inclusief de Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken 2] , waarover hierna meer), onder de verplichting voor de man om aan de vrouw een bedrag van € 1.750,- dient te betalen ende schulden als eigen schuld voor zijn rekening te nemen en de vrouw daarvoor te vrijwaren.
Ad. e – voertuigen
Partijen hebben op de zitting afgesproken dat zij op zaterdag 9 augustus 2025 gezamenlijk de Chevrolet Avalanche met kenteken [kenteken 1] , de Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken 2] , de Jeep Wrangler Sofftop U9 met kenteken [kenteken 3] en de quad TGB FBE met kenteken [kenteken 4] bij wijkopenuwauto.nl zullen laten waarderen. Na deze waardering zullen partijen op dat moment de voertuigen in onderling overleg verdelen en de door wijkopenuwauto.nl vastgestelde waarde direct met elkaar verrekenen. Partijen zullen daarnaast direct alles regelen in verband met het overzetten van de tenaamstelling van de voertuigen en alle benodigdheden van de auto’s onderling uitwisselen, conform de door hen afgesproken verdeling, zoals het overhandigen aan elkaar van de benodigde sleutels en autopapieren.
Met betrekking tot de aanhangwagens hebben partijen afgesproken dat elk van hen één aanhanger toebedeeld krijgt.
Ad. f – schulden in verband met aanslag Inkomstenbelasting 2024 en huwelijkse schulden
Schulden komen niet voor verdeling in aanmerking omdat een schuld geen goed is zoals bedoeld in artikel 3:182 BW. Verder is het niet mogelijk om wijzigingen aan te brengen in de aansprakelijkheid van beide (ex-)echtgenoten tegenover schuldeisers zoals dat is geregeld in artikel 1:102 BW.
In de onderlinge verhouding tussen de echtgenoten geldt op grond van artikel 1:100 BW het volgende. Voor zover bij de ontbinding van de gemeenschap de goederen van de gemeenschap niet toereikend zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen, worden deze schulden door beide (ex)echtgenoten voor een gelijk deel gedragen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid – mede in verband met de aard van de schulden – een andere draagplicht voortvloeit. Als één van de (ex)echtgenoten wordt aangesproken door een schuldeiser en hierdoor meer heeft bijgedragen in de schuld dan het gedeelte dat hem of haar aangaat, dan heeft hij of zij voor dit meerdere op grond van artikel 6:10 BW een regresrecht op de andere (ex)echtgenoot.
Dit betekent dat partijen in hun onderlinge verhouding gehouden zijn ieder de helft van de aanslagen inkomstenbelasting voor hun rekening dienen te nemen en ieder voor de helft gerechtigd zijn tot eventuele teruggaven, een en ander voor zover die aanslag of teruggave betrekking heeft op de periode tot 27 juni 2024. De rechtbank zal dit vastleggen.
Van andere huwelijkse schulden is niet gebleken.
Ad. g – kosten huishouding
Partijen zijn het erover eens dat zij de kosten van de huishouding van 2024 en 2025, zoals omschreven in de producties 8 en 9 van de man en productie 8 van de vrouw, naar evenredigheid van hun inkomen moeten dragen. Voor 2024 hebben zij daarom afgesproken dat de man naar verhouding twee derde van de kosten van de huishouding voor zijn rekening neemt en de vrouw één derde. Voor 2025 hebben zij afgesproken dat dat de man 70% van de kosten van de huishouding voor zijn rekening neemt en de vrouw 30%. Voor zover partijen minder hebben betaald dan overeenkomstig deze afspraak, dienen zij dat bedrag aan de ander te vergoeden. Zoals hiervoor reeds is opgemerkt zijn partijen overeengekomen dat de afrekening hiervan plaatsvindt bij de afrekening van de overwaarde van de woning bij de notaris. De rechtbank zal dit vastleggen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen gehuwd op [datum] 1996 te [plaats] ;
*
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
a. met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres] te [plaats] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening en polis met nummer [polisnummer] :
1. de woning wordt verkocht en geleverd aan een derde en de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde polis ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar/taxateur;
2. met het voorgaande wordt verrekend de eventueel over en weer bestaande vorderingen ter zake van de kosten huishouding als hierna bedoeld onder g);
met betrekking tot de inboedel:
bepaalt dat partijen de inboedel in onderling overleg bij helfte zullen verdelen aan de hand van de door hen beide ingediende inboedellijsten die aangevuld worden met het gereedschap dat aan partijen gezamenlijk toebehoort;
met betrekking tot de bankrekeningen:
1. aan de man wordt toegedeeld:
- het saldo van de zakelijke RABO-bankrekeningen ([rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2]);
- het saldo van de op zijn naam staande RABO-bankrekening ([rekeningnummer 3]),
onder de verplichting tot vergoeding van de helft van het saldo per de peildatum 27 juni 2024 aan de vrouw;
2. aan de vrouw wordt toegedeeld:
- het saldo van de SNS-bankrekeningen ([rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5]), met uitzondering van het deel dat aan de kinderen toebehoort;
- het saldo van de op haar naam staande RABO-bankrekening ([rekeningnummer 6]),
onder de verplichting tot vergoeding van de helft van het saldo per de peildatum 27 juni 2024 aan de man;
en onder de verplichting voor beide partijen elkaar inzicht te verschaffen in de bankafschriften van 27 juni 2024 tot en met 31 augustus 2024, door het verstrekken van officiële gedownloade pdf-bestanden van de bankafschriften met de logo’s van de bank;
met betrekking tot de eenmanszaak van de man:
aan de man worden toegedeeld de activa van de eenmanszaak van de man, onder de verplichting van de man een bedrag van € 1.750,- aan de vrouw te vergoeden en de schulden van de eenmanszaak als eigen schuld voor zijn rekening te nemen;
met betrekking tot de voertuigen:
partijen laten op zaterdag 9 augustus 2025 gezamenlijk de Chevrolet Avalanche met kenteken [kenteken 1] , de Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken 2] , de Jeep Wrangler Sofftop U9 met kenteken [kenteken 3] en de quad TGB FBE met kenteken [kenteken 4] bij wijkopenuwauto.nl waarderen;
na deze waardering verdelen partijen op dat moment de voertuigen in onderling overleg en verrekenen daarbij de door wijkopenuwauto.nl vastgestelde waarde direct met elkaar;
partijen zullen daarnaast direct alles regelen in verband met het overzetten van de tenaamstelling van de voertuigen en alle benodigdheden van de auto’s onderling uitwisselen, conform de door hen afgesproken verdeling, zoals het overhandigen aan elkaar van de benodigde sleutels en autopapieren;
aan ieder van partijen wordt één van beide aanhangwagens toegedeeld;
met betrekking tot de huwelijkse schulden:
stelt vast dat partijen in hun onderlinge verhouding gehouden zijn ieder de helft van de aanslagen inkomstenbelasting voor hun rekening dienen te nemen en ieder voor de helft gerechtigd zijn tot eventuele teruggaven, een en ander voor zover die aanslag of teruggave betrekking heeft op de periode tot 27 juni 2024;
met betrekking tot de kosten huishouding:
bepaalt partijen de kosten van de huishouding van 2024 en 2025, zoals omschreven in de producties 8 en 9 van de man en productie 8 van de vrouw, naar evenredigheid van hun inkomen moeten dragen, inhoudende dat de man twee derde van de kosten van de huishouding over 2024 voor zijn rekening neemt en de vrouw één derde en de man 70% van de kosten van de huishouding over 2025 voor zijn rekening neemt en de vrouw 30%;
voor zover partijen minder hebben betaald, dienen zij dat bedrag aan de ander te vergoeden;
de afrekening van de kosten huishouding vindt plaats bij de afrekening van de overwaarde van de woning bij de notaris;
*
verklaart deze beschikking tot zover – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 september 2025.
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummers: FA RK 24-4706 (echtscheiding) en FA RK 24-8365 (verdeling)
Zaaknummers: C/09/668826 (echtscheiding) en C/09/676046 (echtscheiding)
Datum beschikking: 5 september 2025
Echtscheiding met nevenvoorzieningen
Beschikking op het op 27 juni 2024 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P.F.D.P. de Milliano te Katwijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A.A.G. Balkenende te Katwijk.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het F9-formulier van 9 juli 2024 van de vrouw, met bijlage;
het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het F9-formulier van 9 juli 2025 van de vrouw, met bijlagen;
- het F9-formulier van 25 juli 2025 van de man, met bijlagen;
- het F9-formulier van 1 augustus 2025 van de vrouw, met bijlagen.
De minderjarigen [minderjarige 2] en [minderjarige 1] hebben in raadkamer hun mening kenbaar gemaakt.
Op 5 augustus 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en de man bijgestaan door hun advocaten en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
Feiten
- Partijen zijn gehuwd op [datum] 1996 te [plaats] .
- Zij zijn de ouders van de volgende kinderen:
- [meerderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2002 te [geboorteplaats 1] ,
- [meerderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2004 te [geboorteplaats 2] ,
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 3] 2008 te [geboorteplaats 1] ,
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2008 te [geboorteplaats 1] .
- De kinderen verblijven op dit moment bij de ouders in de echtelijke woning.
- De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw zoals dat na wijziging luidt, strekt tot echtscheiding subsidiair scheiding van tafel en bed, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vrouw;
- indien de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man wordt bepaald: vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken over de kinderen, in die zin dat de kinderen de ene week bij de man zullen verblijven en de andere week bij de vrouw;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 246,- per maand per kind, door de man aan de vrouw bij vooruitbetaling te voldoen;
- verdeling ten overstaan van een notaris van de huwelijksgemeenschap, met benoeming van een notaris en onzijdige personen;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform
het voorstel van de vrouw;
- voortgezet gebruik van de echtelijke woning met inboedel,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De man voert op dit moment nog verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Bovendien heeft de man na wijziging, zelfstandig verzocht om de echtscheiding uit te spreken, met nevenvoorzieningen tot:
- vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de man;
- vaststelling van kinderalimentatie van € 50,- per maand per kind, door de vrouw aan de man bij vooruitbetaling te voldoen;
- vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, conform
het voorstel van de man;
- ingeval het verzoek van de vrouw tot voortgezet gebruik van de echtelijke woning wordt toegewezen, een gebruiksvergoeding te bepalen van € 2.000,- per maand, dan wel een in goede justitie te bepalen bedrag;
- de vrouw primair te veroordelen om met ingang van 1 september 2004 een bijdrage te leveren aan de kosten van de huishouding op grond van artikel 1:84 BW conform zijn verzoek, subsidiair de vrouw te veroordelen met ingang van 1 september 2024 een bijdrage te leveren aan de betaling van de premie Kapitaalverzekering Eigen Woning bij Interpolis van € 165,80 per maand conform zijn verzoek,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vrouw voert thans nog verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Op de zitting hebben partijen hun verzoeken tot kinderalimentatie, een gebruiksvergoeding en het voortgezet gebruik van de echtelijke woning ingetrokken, zodat de rechtbank hierop niets meer te beslissen heeft.
Beoordeling
Echtscheiding
Ontvankelijkheid
Partijen hebben geen ouderschapsplan ingediend zoals wettelijk is vereist. Toch zal de rechtbank het verzoek tot echtscheiding beoordelen omdat het partijen niet gelukt is om op alle punten ten aanzien van de zorg voor de kinderen tot overeenstemming te komen.
Inhoudelijke beoordeling
Partijen zijn het erover eens dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en hebben beiden een verzoek tot echtscheiding gedaan. Deze verzoeken tot echtscheiding kunnen als op de wet gegrond worden toegewezen.
Hoofdverblijfplaats en zorgregeling
Partijen zijn het erover eens dat om administratieve redenen [minderjarige 2] in de toekomst bij vader ingeschreven zal worden in de Basisregistratie Personen (BRP) en [minderjarige 1] bij de moeder, zodat beide ouders voor één kind kinderbijslag kunnen aanvragen.
De toekomstige woonsituatie van beide ouders is nog niet helemaal duidelijk, waardoor zowel de ouders als de kinderen hun gedachten over de toekomstige woonsituatie van de kinderen en de zorgregeling nog niet volledig gevormd hebben. Op dit moment wonen de ouders nog in de echtelijke woning met de kinderen.
Ten aanzien van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zijn partijen het erover eens dat ze ernaar streven dat de kinderen evenredig contact hebben met beide ouders. De ouders willen de kinderen evenwel ook de ruimte geven om zelf invulling te geven aan het contact met de ouders op een wijze die op dat moment bij hun leven past. De rechtbank zal daarom nu geen concrete beslissing nemen over een zorgregeling en/of het hoofdverblijf van de kinderen. De verzoeken daartoe worden afgewezen.
De afspraken die de ouders gemaakt hebben lenen zich niet voor opname in het dictum. Dat neemt niet weg dat deze afspraak tussen de ouders geldt.
De rechtbank heeft tijdens het kindgesprek met [minderjarige 2] en [minderjarige 1] besproken om hen een kindbrief te sturen om de beslissing van de rechtbank aan hen uit te leggen. Deze brief luidt als volgt:
“Beste [minderjarige 2] en [minderjarige 1] ,
Jullie hebben op 4 augustus 2025 met mij gesproken over de scheiding van jullie ouders en jullie wensen voor de toekomst. Daarna heb ik met jullie ouders gesproken. Jullie ouders hebben afspraken gemaakt. Ik zal jullie in deze brief uitleggen wat ik met jullie ouders heb besproken en welke afspraken zij hebben gemaakt.
Jullie ouders hebben mij uitgelegd dat hun toekomstige woonsituatie nog niet helemaal duidelijk is. Jullie vader heeft een woning gevonden, maar jullie moeder nog niet. Daardoor is het voor hen, maar ook voor jullie, nog lastig om nu al te beslissen wanneer jullie in de toekomst bij welke ouder zullen zijn.
Jullie ouders zijn het er wel over eens dat ze ernaar zullen streven dat jullie evenveel contact hebben met allebei jullie ouders, maar zij willen jullie ook de ruimte geven om zelf invulling te geven aan het contact met jullie ouders op een wijze die op dat moment bij jullie leven past. Ik heb daarom met jullie ouders afgesproken dat ik nu geen concrete beslissing zal nemen over een zorgregeling of de plek waar jullie gaan wonen. Jullie ouders gaan dat, als er meer duidelijkheid is, samen met jullie uitzoeken.
De enige concrete afspraak die jullie ouders nu alvast hebben gemaakt over de toekomst is dat [minderjarige 2] bij jullie vader ingeschreven zal worden in de Basisregistratie Personen (BRP) en [minderjarige 1] bij jullie moeder. Dit is zo afgesproken om administratieve en financiële redenen en laat jullie dus nog vrij om afspraken te maken over wanneer jullie echt bij jullie vader of moeder zullen zijn.
Ik vertrouw erop dat deze afspraken aansluiten bij jullie wensen voor de toekomst en dat jullie samen een voor jullie prettige oplossing zullen vinden. Bedankt voor jullie komst naar de rechtbank.
Met vriendelijke groet,
de kinderrechter.”
Verdeling huwelijksgemeenschap
Niet gesteld of gebleken is dat de echtgenoten huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt.
Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:93 en 1:94 van het Burgerlijk Wetboek (BW) – zoals deze artikelen golden tot 1 januari 2018 – moet worden aangenomen dat tussen de echtgenoten een algehele gemeenschap van goederen bestond. Het uitgangspunt is dan dat de (door indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding) ontbonden huwelijksgemeenschap (op grond van artikel 1:100 BW (zoals dat gold tot 1 januari 2018)) bij helfte tussen de echtgenoten moet worden verdeeld.
Peildatum
Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 27 juni 2024, de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt – voor zover de man en de vrouw niet anders overeenkomen of de eisen van redelijkheid en billijkheid niet anders met zich meebrengen – de datum van feitelijke verdeling.
Omvang
Door partijen zijn de volgende bestanddelen en schulden van de gemeenschap naar voren gebracht:
de echtelijke woning aan de [adres] te [plaats] met de Kapitaalverzekering Eigen Woning bij Interpolis met nummer [polisnummer] ;
de inboedel;
de bankrekeningen en de saldi daarvan;
e activa van de eenmanszaak van de man;
voertuigen:
a. Chevrolet Avalanche met kenteken [kenteken 1] ;
b. Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken 2] ;
c. Jeep Wrangler Sofftop U9 met kenteken [kenteken 3] ;
d. TGB FBE (quad) met kenteken [kenteken 4] ;
e. Saris H200N (aanhanger) met kenteken [kenteken 5] ;
f. Saris H200N (aanhanger) met kenteken [kenteken 6] ,
de schuld in verband met de aanslag Inkomstenbelasting 2024 en andere huwelijkse schulden.
Daarnaast dient de rechtbank een oordeel te geven over:
de verzoeken van partijen omtrent de kosten van de huishouding.
Partijen hebben beiden verzocht om de verdeling vast te stellen. Op bijna alle punten hebben partijen overeenstemming weten te bereiken. De vrouw heeft daarnaast ook een verdeling van de gemeenschap verzocht ten overstaan van een notaris, met benoeming van een notaris en onzijdige personen. Dit verzoek zal de rechtbank afwijzen, omdat zij hieronder de wijze van de verdeling – conform de afspraken van partijen – zal vastleggen.
Ad. a – de echtelijke woning
Partijen hebben op de zitting aangegeven dat de echtelijke woning inmiddels is verkocht onder voorbehoud van financiering. De rechtbank zal daarom ten aanzien van de echtelijke woning, de aan de echtelijke woning gekoppelde polis en de hypothecaire geldlening, de wijze van verdeling vaststellen conform het in het dictum vermelde spoorboekje. Partijen zijn het erover eens dat de te verrekenen kosten van de huishouding bij de afwikkeling van de verkoop bij de notaris zullen worden afgerekend.
Ad. b – de inboedel
Partijen zullen de inboedel in onderling overleg bij helfte verdelen aan de hand van de door hen beide ingediende inboedellijsten die aangevuld worden met het gereedschap dat aan partijen gezamenlijk toebehoort. De rechtbank zal deze afspraak in het dictum vastleggen.
Ad. c – de bankrekeningen
Een bankrekening is geen goed dat voor verdeling in aanmerking komt, maar kwalificeert als een verhouding tussen partijen en de bank. De saldi op de bankrekeningen, indien een positief saldo, vormen een vorderingsrecht op de bank. Het recht op die saldi komt wel voor verdeling in aanmerking.
Op de zitting zijn partijen het erover eens geworden dat de peildatum voor de bepaling van het te verdelen saldo van de bankrekeningen 27 juni 2024 moet zijn, de datum van indiening van het verzoekschrift.
Vanwege verschillende betalingen over en weer die na de peildatum tot 31 augustus 2024 hebben plaatsgevonden, hebben partijen afgesproken dat zij elkaar inzicht zullen verschaffen in de bankafschriften van 27 juni 2024 tot en met 31 augustus 2024, zodat partijen kunnen zien of de in die periode verrichte transacties nog tot onderlinge verrekeningen moet leiden. Zij hebben hierover specifiek afgesproken dat zij over en weer officiële gedownloade pdf-bestanden van de bankafschriften met de logo’s van de bank aan elkaar dienen te verstrekken.
De man heeft aangevoerd dat hij het er niet mee eens is dat de vrouw voorafgaand aan de peildatum advocaatkosten voor de echtscheidingsprocedure heeft betaald en dat die kosten dus vanuit de gemeenschap zijn betaald. Hij is van mening dat de vrouw de helft van de voor de peildatum betaalde advocaatkosten aan de man moet vergoeden. De vrouw is het hier niet mee eens.
De rechtbank overweegt dat de door de vrouw verrichte betaling heeft plaatsgevonden vóór de peildatum en een schuld van vóór de peildatum betreft. Er bestaat geen rechtsgrond om aan de man een vergoedingsrecht toe te kennen ten aanzien van de betaling van een dergelijke tijdens het huwelijke opgebouwde schuld. Het daarop gerichte verzoek van de man wordt daarom afgewezen.
Ad. d – de activa van de eenmanszaak van de man
De rechtbank overweegt dat een eenmanszaak geen afgescheiden vermogen heeft. In de verdeling dienen dus te worden betrokken de activa en passiva van de onderneming die op de datum van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap (te weten de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek) aanwezig waren.
Partijen zijn het erover eens dat de activa en de passiva aan de man moeten worden toegedeeld. Zij zijn het evenwel niet volledig eens over de waarde van de activa van de gemeenschap, waaronder de inventaris en de Mercedes Sprinter.
De vrouw heeft de roerende zaken in de onderneming begroot aan de hand van een lijst met daaraan door haar gekoppelde bedragen, op basis waarvan zij zich op het standpunt stelt dat de roerende zaken een waarde van € 6.065,- vertegenwoordigen. De man verwijst naar de balans en komt aan de hand daarvan op een waarde van € 1.500,- .
De rechtbank stelt vast dat op basis van de jaarstukken van de onderneming een waarde van de inventaris (exclusief de Mercedes Sprinter) kan worden aangenomen die halverwege 2024 € 1.177,- bedroeg, namelijk het gemiddelde van de waarde op 31 december 2023 en 31 december 2024. Niet uit te sluiten is evenwel dat de werkelijke waarde, zoals de vrouw stelt, afwijkt van de boekwaarde. Partijen hebben de rechtbank geen gegevens verschaft aan de hand waarvan de werkelijke waarde kan worden vastgesteld.
De rechtbank zal de waarde daarom schattenderwijs in redelijkheid vaststellen op € 3.500,-.
Het voorgaande betekent dat de activa van de onderneming worden toegedeeld aan de man (inclusief de Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken 2] , waarover hierna meer), onder de verplichting voor de man om aan de vrouw een bedrag van € 1.750,- dient te betalen ende schulden als eigen schuld voor zijn rekening te nemen en de vrouw daarvoor te vrijwaren.
Ad. e – voertuigen
Partijen hebben op de zitting afgesproken dat zij op zaterdag 9 augustus 2025 gezamenlijk de Chevrolet Avalanche met kenteken [kenteken 1] , de Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken 2] , de Jeep Wrangler Sofftop U9 met kenteken [kenteken 3] en de quad TGB FBE met kenteken [kenteken 4] bij wijkopenuwauto.nl zullen laten waarderen. Na deze waardering zullen partijen op dat moment de voertuigen in onderling overleg verdelen en de door wijkopenuwauto.nl vastgestelde waarde direct met elkaar verrekenen. Partijen zullen daarnaast direct alles regelen in verband met het overzetten van de tenaamstelling van de voertuigen en alle benodigdheden van de auto’s onderling uitwisselen, conform de door hen afgesproken verdeling, zoals het overhandigen aan elkaar van de benodigde sleutels en autopapieren.
Met betrekking tot de aanhangwagens hebben partijen afgesproken dat elk van hen één aanhanger toebedeeld krijgt.
Ad. f – schulden in verband met aanslag Inkomstenbelasting 2024 en huwelijkse schulden
Schulden komen niet voor verdeling in aanmerking omdat een schuld geen goed is zoals bedoeld in artikel 3:182 BW. Verder is het niet mogelijk om wijzigingen aan te brengen in de aansprakelijkheid van beide (ex-)echtgenoten tegenover schuldeisers zoals dat is geregeld in artikel 1:102 BW.
In de onderlinge verhouding tussen de echtgenoten geldt op grond van artikel 1:100 BW het volgende. Voor zover bij de ontbinding van de gemeenschap de goederen van de gemeenschap niet toereikend zijn om de schulden van de gemeenschap te voldoen, worden deze schulden door beide (ex)echtgenoten voor een gelijk deel gedragen, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid – mede in verband met de aard van de schulden – een andere draagplicht voortvloeit. Als één van de (ex)echtgenoten wordt aangesproken door een schuldeiser en hierdoor meer heeft bijgedragen in de schuld dan het gedeelte dat hem of haar aangaat, dan heeft hij of zij voor dit meerdere op grond van artikel 6:10 BW een regresrecht op de andere (ex)echtgenoot.
Dit betekent dat partijen in hun onderlinge verhouding gehouden zijn ieder de helft van de aanslagen inkomstenbelasting voor hun rekening dienen te nemen en ieder voor de helft gerechtigd zijn tot eventuele teruggaven, een en ander voor zover die aanslag of teruggave betrekking heeft op de periode tot 27 juni 2024. De rechtbank zal dit vastleggen.
Van andere huwelijkse schulden is niet gebleken.
Ad. g – kosten huishouding
Partijen zijn het erover eens dat zij de kosten van de huishouding van 2024 en 2025, zoals omschreven in de producties 8 en 9 van de man en productie 8 van de vrouw, naar evenredigheid van hun inkomen moeten dragen. Voor 2024 hebben zij daarom afgesproken dat de man naar verhouding twee derde van de kosten van de huishouding voor zijn rekening neemt en de vrouw één derde. Voor 2025 hebben zij afgesproken dat dat de man 70% van de kosten van de huishouding voor zijn rekening neemt en de vrouw 30%. Voor zover partijen minder hebben betaald dan overeenkomstig deze afspraak, dienen zij dat bedrag aan de ander te vergoeden. Zoals hiervoor reeds is opgemerkt zijn partijen overeengekomen dat de afrekening hiervan plaatsvindt bij de afrekening van de overwaarde van de woning bij de notaris. De rechtbank zal dit vastleggen.
Beslissing
De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen gehuwd op [datum] 1996 te [plaats] ;
*
stelt de verdeling van de algehele gemeenschap van goederen als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
a. met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres] te [plaats] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldlening en polis met nummer [polisnummer] :
1. de woning wordt verkocht en geleverd aan een derde en de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de aan de woning gekoppelde polis ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldlening ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar/taxateur;
2. met het voorgaande wordt verrekend de eventueel over en weer bestaande vorderingen ter zake van de kosten huishouding als hierna bedoeld onder g);
met betrekking tot de inboedel:
bepaalt dat partijen de inboedel in onderling overleg bij helfte zullen verdelen aan de hand van de door hen beide ingediende inboedellijsten die aangevuld worden met het gereedschap dat aan partijen gezamenlijk toebehoort;
met betrekking tot de bankrekeningen:
1. aan de man wordt toegedeeld:
- het saldo van de zakelijke RABO-bankrekeningen ([rekeningnummer 1] en [rekeningnummer 2]);
- het saldo van de op zijn naam staande RABO-bankrekening ([rekeningnummer 3]),
onder de verplichting tot vergoeding van de helft van het saldo per de peildatum 27 juni 2024 aan de vrouw;
2. aan de vrouw wordt toegedeeld:
- het saldo van de SNS-bankrekeningen ([rekeningnummer 4] en [rekeningnummer 5]), met uitzondering van het deel dat aan de kinderen toebehoort;
- het saldo van de op haar naam staande RABO-bankrekening ([rekeningnummer 6]),
onder de verplichting tot vergoeding van de helft van het saldo per de peildatum 27 juni 2024 aan de man;
en onder de verplichting voor beide partijen elkaar inzicht te verschaffen in de bankafschriften van 27 juni 2024 tot en met 31 augustus 2024, door het verstrekken van officiële gedownloade pdf-bestanden van de bankafschriften met de logo’s van de bank;
met betrekking tot de eenmanszaak van de man:
aan de man worden toegedeeld de activa van de eenmanszaak van de man, onder de verplichting van de man een bedrag van € 1.750,- aan de vrouw te vergoeden en de schulden van de eenmanszaak als eigen schuld voor zijn rekening te nemen;
met betrekking tot de voertuigen:
partijen laten op zaterdag 9 augustus 2025 gezamenlijk de Chevrolet Avalanche met kenteken [kenteken 1] , de Mercedes-Benz Sprinter met kenteken [kenteken 2] , de Jeep Wrangler Sofftop U9 met kenteken [kenteken 3] en de quad TGB FBE met kenteken [kenteken 4] bij wijkopenuwauto.nl waarderen;
na deze waardering verdelen partijen op dat moment de voertuigen in onderling overleg en verrekenen daarbij de door wijkopenuwauto.nl vastgestelde waarde direct met elkaar;
partijen zullen daarnaast direct alles regelen in verband met het overzetten van de tenaamstelling van de voertuigen en alle benodigdheden van de auto’s onderling uitwisselen, conform de door hen afgesproken verdeling, zoals het overhandigen aan elkaar van de benodigde sleutels en autopapieren;
aan ieder van partijen wordt één van beide aanhangwagens toegedeeld;
met betrekking tot de huwelijkse schulden:
stelt vast dat partijen in hun onderlinge verhouding gehouden zijn ieder de helft van de aanslagen inkomstenbelasting voor hun rekening dienen te nemen en ieder voor de helft gerechtigd zijn tot eventuele teruggaven, een en ander voor zover die aanslag of teruggave betrekking heeft op de periode tot 27 juni 2024;
met betrekking tot de kosten huishouding:
bepaalt partijen de kosten van de huishouding van 2024 en 2025, zoals omschreven in de producties 8 en 9 van de man en productie 8 van de vrouw, naar evenredigheid van hun inkomen moeten dragen, inhoudende dat de man twee derde van de kosten van de huishouding over 2024 voor zijn rekening neemt en de vrouw één derde en de man 70% van de kosten van de huishouding over 2025 voor zijn rekening neemt en de vrouw 30%;
voor zover partijen minder hebben betaald, dienen zij dat bedrag aan de ander te vergoeden;
de afrekening van de kosten huishouding vindt plaats bij de afrekening van de overwaarde van de woning bij de notaris;
*
verklaart deze beschikking tot zover – met uitzondering van het uitspreken van de echtscheiding – uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, rechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 september 2025.