Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:26553

2025-12-16 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/686365 / FA RK 25-4190
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-12-16
Publicatiedatum
2026-01-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/686365 / FA RK 25-4190
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Informele rechtsingang, benoeming bijzondere curator

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.991 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-4190
Zaaknummer: C/09/686365
Datum beschikking:16 december 2025


Informele rechtsingang



Beschikking naar aanleiding van de op 28 mei 2025 ingekomen aanvraag via de informele rechtsingang als bedoeld in artikel 1:253a lid 4 jo 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW) van:





[minderjarige] ,

hierna te noemen: [minderjarige] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.



Als belanghebbenden worden aangemerkt:





[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres.



en





[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam.




Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 2 oktober 2025 is – voor zover hier van belang – bepaald dat [minderjarige] voorlopig een weekend in de veertien dagen bij de moeder zal verblijven, en is bepaald dat de verzoeken opnieuw behandeld zullen worden op 18 november 2025.


De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:



het e-mailbericht van het mediationbureau;


het bericht van [minderjarige] van 24 oktober 2025;


de F9-formulieren van 16 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen;


het bericht van 16 november 2025 van de zijde van de vader, met bijlagen;


het F9-formulier 17 november 2025 van de zijde van de moeder, met bijlagen.





[minderjarige] heeft op 17 november met de kinderrechter gesproken.



Op 18 november 2025 is de behandeling van de zaak op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader en de moeder met haar advocaat.





Beoordeling
De rechtbank handhaaft al wat bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.



Hoofdverblijfplaats

Partijen zijn het erover eens dat [minderjarige] vanaf 1 januari haar hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader. Dit betekent dat de afspraken uit het ouderschapsplan over de verantwoordelijkheden van de ouders omdraaien. De daarin opgenomen verantwoordelijkheden van de vader rusten nu op de moeder en de ouders hebben afgesproken dat de vader alle kosten zal dragen voor [minderjarige] .



De ouders hebben samen afgesproken dat [minderjarige] de moeder de avond na de zitting belt, zodat zij aan [minderjarige] kan uitleggen dat ze zich erbij neerlegt dat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] verplaatst naar de vader. De rechtbank hoopt dat [minderjarige] op deze manier ook voelt dat de moeder zich neerlegt bij de verplaatsing van de hoofdverblijfplaats en dat dit niet een beslissing is die de rechtbank genomen heeft.




Bijzondere curator en zorgregeling

Omdat de hoofdverblijfplaats van [minderjarige] zal verplaatsen naar de vader, vindt de rechtbank het belangrijk dat de voorlopige zorgregeling tussen de moeder en [minderjarige] , die in de vorige beschikking is opgenomen, uitgevoerd zal gaan worden. Die voorlopige regeling zal daarom blijven gelden. De ouders realiseren zich dat daarvoor nodig is dat het contact tussen [minderjarige] en de moeder eerst moet worden hersteld, waarna mogelijk een opbouw moet plaatsvinden, voordat de zorgregeling daadwerkelijk ten uitvoer kan worden gebracht.



De rechtbank heeft zorgen over het ontbreken van het contact tussen de moeder en [minderjarige] . [minderjarige] heeft aangegeven dat ze er behoefte aan heeft dat iemand de gesprekken tussen haar en de moeder begeleidt. De rechtbank en ook de ouders zien dat dat inderdaad nodig is. De moeder is al aangemeld bij het JGT en de vader heeft toegezegd ook een aanmelding te zullen doen. Het JGT heeft aan de moeder verteld dat zij niets doen zolang er een procedure loopt bij de rechtbank. De rechtbank gaat ervan uit dat de procedure met de nu te nemen beslissingen niet meer aan hulpverlening vanuit het JGT in de weg staat en verwacht van de ouders dat zij dus opnieuw contact opnemen met het JGT. Ongetwijfeld zal het JGT niet meteen zal kunnen starten en komen de ouders op een wachtlijst terecht. Het is belangrijk dat er in de tussentijd niet stilgezeten wordt. Er is daarom, zowel op de zitting als in het gesprek met [minderjarige] , gesproken over de mogelijkheid van het benoemen van een bijzondere curator.



Op grond van artikel 1:250 BW kan de rechtbank een bijzondere curator benoemen om een minderjarige, zowel in als buiten rechte, te vertegenwoordigen. De rechtbank heeft drs. A. van Teylingen bereid gevonden om op te treden als bijzondere curator. Zij kan in de loop van januari 2026 starten met haar werkzaamheden.



De rechtbank zal drs. A. van Teylingen benoemen als bijzondere curator over [minderjarige] . Van haar wordt verwacht dat zij de stem van [minderjarige] overbrengt, met name richting de moeder en dat zij [minderjarige] begeleidt in de (herstel)gesprekken met haar moeder. Het staat de bijzondere curator vrij om tussen de ouders en [minderjarige] te bemiddelen en te proberen tot een door alle betrokkenen gedragen oplossing te komen.



De rechtbank verwacht van de ouders hun volledige medewerking aan de werkzaamheden van de bijzondere curator en dat zij zullen reageren op uitnodigingen om met haar in gesprek te gaan.



Van haar bevindingen dient de bijzondere curator uiterlijk op 1 juni 2026 schriftelijk verslag te doen aan de rechtbank en de ouders. De ouders zullen in de gelegenheid worden gesteld om binnen twee weken na ontvangst van het verslag hierop te reageren. Daarna zal de rechtbank beoordelen of de zaak schriftelijk kan worden afgedaan of dat een nieuwe behandeling ter zitting nodig is.



Indien de rechtbank van oordeel is dat de bijzondere curator haar taak heeft volbracht, zal de rechtbank haar bij nadere beschikking van haar taak ontslaan.



In afwachting van de bevindingen van de bijzondere curator zal de rechtbank iedere verder beslissing ten aanzien van de zorgregeling zes maanden aanhouden.




Brief aan [minderjarige]

De rechtbank heeft [minderjarige] een brief geschreven om haar te laten weten wat de beslissing is. Volledigheidshalve neemt de rechtbank hieronder de inhoud van de brief aan [minderjarige] op, zodat beide ouders daarvan op de hoogte zijn.




Beste [minderjarige] ,





Op 17 november hebben wij weer met elkaar gesproken. Jij vertelde toen dat je nog steeds graag bij je vader wil wonen en ook dat het contact met je moeder nog niet echt goed gaat. Jullie hebben, sinds de vorige keer dat je bij mij was, wel een kort gesprek gehad, maar dat is niet goed gegaan. Je vertelde ook dat het misschien beter is als er de volgende keer iemand bij is als jij en je moeder elkaar weer zien, iemand die kan helpen om de gesprekken tussen jullie beter te laten verlopen.





Op 18 november heb ik met je ouders gesproken. Je moeder heeft tegen mij gezegd dat ze jouw wens om bij jouw vader te wonen wil respecteren. Ze vindt het dus goed dat je vanaf nu bij je vader gaat wonen. Voor jou moeder is het het belangrijkst dat het goed met jou gaat en zij hoopt dat jullie elkaar snel weer zullen zien. Ook je vader vindt het contact tussen jou en je moeder belangrijk.





In ons gesprek hebben we het gehad over een bijzondere curator. Dat is iemand die met jou praat, luistert naar jouw wensen en jou kan helpen om jouw stem naar jouw ouder en naar mij te laten horen. Ik heb deze optie ook met jouw ouders besproken en zij zijn het ermee eens dat een bijzonder curator jou kan helpen. Ik heb daarom besloten om een bijzondere curator voor jou te benomen. Ik heb haar gevraagd jou te helpen in de gesprekken tussen jou en jouw moeder, in de hoop dat jullie elkaar beter gaan begrijpen. Ik hoop dat het contact tussen jou en je moeder verbetert en jij het weer fijn kan hebben bij allebei je ouders.





Ik vind het heel belangrijk dat je uiteindelijk weer regelmatig bij je moeder zal zijn. De beslissing dat jij om de week een weekend bij je moeder zal zijn blijft daarom gelden. Jouw ouders en ik begrijpen dat jij en je moeder eerst verder met elkaar moeten praten, voordat jij daadwerkelijk een weekend bij jouw moeder door gaat brengen en dat jullie het contact moeten opbouwen.


De bijzondere curator zal een verslag maken van haar werkzaamheden en dat aan mij toesturen. Dat helpt mij om over een half jaar te kunnen beoordelen of de beslissingen die nu genomen zijn goed voor jou zijn.





Jouw ouders ontvangen van mij een beschikking waarin ik hen hetzelfde vertel als in deze brief. Zo weten jouw ouders wat ik heb besloten en ook wat ik daarover aan jou heb bericht.


Veel succes de komende tijd!





Met vriendelijke groet,


de kinderrechter





Beslissing
De rechtbank:


bepaalt dat de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2012 te [geboorteplaats] de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;



benoemt tot bijzondere curator over [minderjarige] :



mevrouw drs. A. van Teijlingen [adres]

[telefoonnummer]

[e-mailadres]




bepaalt dat de griffier een afschrift van de processtukken aan de bijzondere curator zal toesturen;



bepaalt dat de ouders zo spoedig mogelijk hun contactgegevens en – waar mogelijk – de contactgegevens van [minderjarige] aan de bijzondere curator zullen e-mailen;



bepaalt dat de bijzondere curator voor 1 juni 2026 schriftelijk verslag dient te doen aan de rechtbank en aan de ouders;



bepaalt dat de ouders binnen twee weken na ontvangst van het verslag van de bijzondere curator, desgewenst, hierop schriftelijk kunnen reageren; deze reactie dient aan de rechtbank, aan de bijzondere curator en aan de wederpartij te worden toegezonden;



houdt iedere verdere beslissing over de zorgregeling aan tot 15 juni 2026 pro forma.


Deze beschikking is gegeven door A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.