Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:25036

2025-10-17 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/690363 / FA RK 25-6300
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-10-17
Publicatiedatum
2025-12-23
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/09/690363 / FA RK 25-6300
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorziening in het gezag wegens minderjarigheid van de moeder ex artikel 1:246 jo. 1:253q BW. De rechtbank heeft zich wel relatief bevoegd verklaard ondanks artikel 1:12 BW.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.690 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Enkelvoudige kamer


Rekestnummer: FA RK 25-6300
Zaaknummer: C/09/690363
Datum beschikking: 17 oktober 2025


Voorziening in het gezag wegens minderjarigheid van de moeder
(artikel 1:246 jo 1:253q BW)



Beschikking op het op 18 augustus 2025 ingekomen verzoekschrift van:



de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Haaglanden,
hierna: de Raad.


Als belanghebbenden worden aangemerkt:





[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,





[de oma (mz)],

oma moederzijde (mz),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,





[de opa (mz)], opa moederszijde (mz),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,



Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
de gecertificeerde instelling.


Als informant wordt aangemerkt:





[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,




Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verzoekschrift.


Op 8 oktober 2025 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader, opa en oma moederszijde, de moeder en [naam] namens de Raad.



De gecertificeerde instelling was, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet aanwezig.



De vader heeft op de zitting de brief van 2 oktober 2025 van de gemeente Den Haag overgelegd betreffende de erkenning van de minderjarige.

Feiten




De moeder is geboren op [geboortedatum 1] 2010.


Op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 1] is [minderjarige] (roepnaam: [minderjarige]) uit de moeder geboren.


De vader heeft [minderjarige] erkend en met deze erkenning is de geslachtsnaam van [minderjarige] gewijzigd naar [geslachtsnaam].


De moeder, de vader en [minderjarige] verblijven bij opa en oma vaderszijde.


De moeder, de vader en [minderjarige] hebben allen de Bulgaarse nationaliteit.





Verzoek
De Raad verzoekt primair om de vader met het gezag te belasten over [minderjarige]. Subsidiair verzoekt de Raad om de gecertificeerde instelling te belasten met de voogdij over [minderjarige].



Beoordeling

Relatieve bevoegdheid
Op grond van artikel 265 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in zaken betreffende minderjarigen bevoegd de rechter van de woonplaats van de minderjarige. Op grond van artikel 1:12 BW volgt de minderjarige in beginsel de woonplaats van degene die het gezag over hem of haar uitoefent.


Omdat de moeder ook minderjarig is waarover het gezag wordt uitgeoefend door opa en oma (mz) die woonachtig zijn in [plaats 1], is de rechtbank Den Haag ten aanzien van de moeder niet bevoegd. De rechtbank is echter van oordeel dat deze procedure betrekking heeft op de voorziening in het gezag danwel de voogdij over [minderjarige]. Nu de moeder en [minderjarige] samen met de vader bij opa en oma (vz) wonen in [plaats 2], acht de rechtbank zich wel bevoegd om van het verzoek kennis te nemen.




Rechtsmacht en toepasselijk recht

Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige] in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op het verzoek tot het treffen van een voorziening in de voogdij wegens minderjarigheid van de moeder.




Wettelijk kader

De moeder is vijftien jaar oud en is op grond van artikel 1:246 van het Burgerlijk Wetboek (BW) onbevoegd tot het gezag over de minderjarige. Op grond van artikel 1:253q lid 3 BW belast de rechtbank de andere ouder met het gezag als de ouder die het gezag alleen uitoefent op grond van artikel 1:246 BW daartoe onbevoegd is, tenzij gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind zouden worden verwaarloosd. In dat geval benoemt de rechtbank een voogd.




Inhoudelijke beoordeling

De Raad is van mening dat het gezag over [minderjarige] moet worden uitgeoefend door de vader. De vader en de moeder hebben een Bulgaarse Roma achtergrond met betrokken gezinnen waar veel liefde lijkt te zijn. Hoewel het grote leeftijdsverschil tussen de vader en de moeder de Raad zorgen baart, is de Raad tegelijkertijd van mening dat dit niet maakt dat [minderjarige] onveilig is. De vader, moeder en [minderjarige] wonen samen bij opa en oma (vz) die ook betrokken zijn bij de verzorging en opvoeding van [minderjarige]. Inmiddels heeft de vader de erkenning van [minderjarige] geregeld waardoor hij met het gezag belast kan worden. In dat licht vindt de Raad het wel belangrijk dat de moeder zodra zij meerderjarig is ook met het gezag over [minderjarige] wordt belast.



Alle betrokkenen zijn het ermee eens dat de vader belast wordt met het gezag.
De rechtbank zal het primaire verzoek van de Raad toewijzen en de vader met het gezag belasten over [minderjarige], en overweegt daartoe als volgt. De rechtbank is van oordeel dat er geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van [minderjarige] worden verwaarloosd als de vader met het gezag wordt belast. De vader is betrokken en heeft een duidelijk toekomstbeeld voor ogen. Daarnaast hebben zowel de vader als de moeder een betrokken familie waar zij op kunnen terugvallen en die hun bijstaan met de opvoeding en afspraken rondom [minderjarige]. Zo gaat oma vz mee met de moeder naar alle afspraken van het consultatiebureau, en wonen de vader en de moeder met [minderjarige] bij opa en oma vz. Gelet hierop heeft de rechtbank er voldoende vertrouwen in dat de moeder – hoewel minderjarig en daarmee onbevoegd tot gezag – actief zal worden betrokken bij de beslissingen rondom [minderjarige].




Beslissing
De rechtbank:


belast de vader [de vader], geboren op [geboortedatum 3] 1998 in [geboorteplaats 2] (Bulgarije), met het gezag over de minderjarige [minderjarige] (roepnaam: [minderjarige]), geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 1],



en verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.










Deze beschikking is gegeven door mr. C.G. Meeder, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier en uitgesproken op de openbare zitting van 17 oktober 2025.