Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:24727

2025-10-08 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.14315
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-10-08
Publicatiedatum
2025-12-22
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.14315
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

VK - asiel, MOB, geen procesbelang, beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.063 tekens)
uitspraak













RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.14315

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2025 in de zaak tussen



[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. E.P.A. Zwart),



en




de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N.E. Joseph).




Inleiding


In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser heeft op 3 januari 2024 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 maart 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
De rechtbank heeft het beroep op 29 september 2025 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. De gemachtigde van eiser heeft zich afgemeld voor de zitting. Eiser was niet aanwezig. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Beoordeling door de rechtbank


De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.


1. De rechtbank ziet zich (ambtshalve) voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij zijn beroep.

2. Uit de bijlage bij de brief van de minister van 6 juni 2025 blijkt dat eiser volgens informatie van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) met onbekende bestemming (MOB) is vertrokken. Het COa heeft eiser op 28 mei 2025 MOB gemeld, de DT&V op 3 juni 2025. De gemachtigde van eiser heeft, hoewel de rechtbank hem daartoe in de gelegenheid heeft gesteld, niet laten weten dat hij nog contact



met hem heeft. Tijdens de zitting is gebleken dat eiser zich niet meer bij de minister heeft gemeld. Daaruit leidt de rechtbank af dat eiser niet langer bescherming in Nederland zoekt. Daarom heeft eiser geen belang bij een beoordeling van het hoger beroep (vergelijk de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, en van 25 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4063).




Conclusie en gevolgen

3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 september 2025 door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.




Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:


08 oktober 2025












Mr. I. Helmich S.J. Valk
Rechter Griffier
Rechtbank Midden-Nederland Rechtbank Midden-Nederland









Documentcode: [Documentcode]













Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.