Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:23726

2025-11-04 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.12865
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-11-04
Publicatiedatum
2025-12-12
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
NL25.12865
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervallenverklaring uitspraak d.d. 22 oktober 2025

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.381 tekens)
uitspraak














RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.12865, vervallenverklaring uitspraak 22 oktober 2025


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen


[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. B. Aydin),


en


de minister van Asiel en Migratie, de minister.




Procesverloop


Deze uitspraak betreft de vervallenverklaring van de uitspraak van de rechtbank van 22 oktober 2025.





Overwegingen



De rechtbank kan een uitspraak die zij heeft gedaan ambtshalve vervallen verklaren. Een vervallenverklaring kan alleen in zeer bijzondere gevallen en als er geen wettelijke oplossing is. Deze buitenwettelijke beslissing dient niet om gebreken in de motivering van de uitspraak naar aanleiding van een schriftelijke reactie van één der partijen te repareren, maar uitsluitend tot herstel van een ernstige, niet voor rectificatie vatbare fout van de rechter die niet door het instellen van enig rechtsmiddel kan worden ondervangen.1 De rechtbank vindt dat de uitspraak van 22 oktober 2025 vervallen moet worden verklaard. Dat legt zij hierna uit.


De voorzieningenrechter heeft in de uitspraak van 22 oktober 2025 geoordeeld dat er niet voldaan is aan het connexiteitsvereiste, als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit omdat verzoeker geen beroep had ingesteld tegen het besluit van 8 juli 2025. De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening om die reden bij die uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.



3. Gebleken is evenwel dat verzoeker tegen het besluit van 8 juli 2025 wél beroep had ingesteld. Om onduidelijke redenen was dit beroep aanhangig bij de zittingsplaats Amsterdam. De voorzieningenrechter heeft het verzoek dus ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De voorzieningenrechter verklaart daarom de uitspraak van 22 oktober 2025 vervallen.





1. Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 september 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR2963.


4. De zittingsplaats Utrecht heeft aan de zittingsplaats Amsterdam verzocht om het dossier betreffende het beroep tegen het besluit van 8 juli 2025 over te dragen aan de zittingsplaats Utrecht. Partijen zullen nader worden geïnformeerd over de voortgang van de behandeling van het beroep en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.



Beslissing


De voorzieningenrechter verklaart de uitspraak van 22 oktober 2025 betreffende zaaknummer NL25.12865 vervallen.




Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
J.M. Pattynama, griffier.




De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:




04 november 2025



















Documentcode: [Documentcode]














Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.