Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:216

2025-01-09 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL24.52126
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-01-09
Publicatiedatum
2025-01-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL24.52126
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep bewaring, zicht op uitzetting, voortvarend handelen, belangenafweging, beroep ongegrond.

Citeert (4)

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (5.754 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL24.52126


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H. Drenth),



en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder.




Procesverloop


Verweerder heeft op 11 augustus 2024 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.



De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 6 januari 2025 gesloten.





Overwegingen

1. Eiser stelt de Tunesische nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1994.

2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats van 19 augustus 2024, 18 oktober 2024 en 25 november 2024 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu ter beoordeling of vanaf 25 november 2024 de maatregel van bewaring rechtmatig is.

4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan het vertrek van eiser. Er is namelijk slechts één keer op zaaksniveau gerappelleerd. Het sturen van standaardrappels en het voeren van vertrekgesprekken is onvoldoende. Dat eiser zelf meer inspanningen kan verrichten onttrekt verweerder ook niet aan zijn inspanningsverplichting. Hierbij wordt verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 27 november 2024. Het moment waarop verweerder moet overgaan tot het op zaaksniveau rappelleren is afhankelijk van zowel de duur van de bewaring als van de duur van het LP-traject. Daarnaast voert eiser aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Tunesië omdat er tot nu toe niets is vernomen over een LP-afgifte of presentatie. Volgens eiser wegen zijn belangen om de afgifte van een LP in vrijheid af te wachten zwaarder dan de belangen van verweerder om de maatregel te laten voortduren.

5. De rechtbank stelt allereerst vast dat de grondslag en gronden van de bewaring onverkort aanwezig zijn. Evenmin is er sinds de vorige beoordeling van de maatregel een wijziging opgetreden in het algemene zicht op uitzetting naar Tunesië. De omstandigheid dat de LP-aanvraag dateert van 26 juni 2024 en hierop nog altijd geen reactie is gevolgd van de Tunesische autoriteiten betekent niet dat voor eiser persoonlijk het zicht op uitzetting wel ontbreekt. Het LP-traject is nog altijd gaande, zo blijkt uit het voortgangsrapport M120 van 31 december 2024. Uit de verslagen van de met eiser gevoerde vertrekgesprekken op 2 december 2024 en 30 december 2024 blijkt dat eiser nog altijd niet wil meewerken aan zijn terugkeer naar Tunesië.

6. Uit het voortgangsrapport volgt verder dat verweerder nog steeds regelmatig schriftelijk rappelleert bij de Tunesische autoriteiten (de laatste dateert van 24 december 2024) over de afgifte van een LP aan eiser. Ook worden er regelmatig vertrekgesprekken gevoerd met eiser. Hiermee handelt verweerder vooralsnog voldoende voortvarend aan de uitzetting van eiser. Op 9 oktober 2014 is specifiek op zaaksniveau navraag gedaan bij de consul. Dat betekent niet dat daarna steeds op zaaksniveau moet worden gerappelleerd. Verweerder blijft voor de afgifte van een LP afhankelijk van de Tunesische autoriteiten. De maximale duur van de maatregel zoals vastgelegd in artikel 59, vijfde lid, van de Vw, is nog niet bereikt.

7. Gelet hierop weegt het belang van verweerder om de maatregel van bewaring te laten voortduren nog altijd zwaarder dan het belang van eiser om in vrijheid te worden gesteld.

8. Ook overigens ziet de rechtbank geen reden om het voortduren van de maatregel na 25 november 2024 op enig moment onrechtmatig te achten.

9. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.




Deze uitspraak is gedaan op 9 januari 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




ECLI:NL:RBDHA:2024:13242.


ECLI:NL:RBDHA:2024:17555.


ECLI:NL:RBDHA:2024:19478.


ECLI:NL:RBLIM:2024:8668.


Laissez-passer.