Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:1956

2025-02-11 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.6156
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-02-11
Publicatiedatum
2025-02-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
NL25.6156
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening, aankondiging overdracht, verzoek toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.744 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.6156


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoekster], verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),



en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder.




Procesverloop


Bij besluit van 10 januari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster niet in behandeling genomen, omdat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.



Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep (NL25.1848) ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.



De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).





Overwegingen

1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed dat gelet op de betrokken belangen vereist.

2. De asielaanvraag van verzoekster is niet in behandeling genomen op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vw, omdat een andere lidstaat daarvoor verantwoordelijk is, zoals bedoeld in de Dublinverordening. De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder op 7 februari 2025 aan verzoekster heeft medegedeeld dat zij op 14 februari 2025 om 11:00 uur zal worden overgedragen aan België. De vereiste onverwijlde spoed is daarmee gegeven.

3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt het belang van verzoekster om bij de behandeling van haar beroep aanwezig te zijn zwaarder dan het belang van verweerder om verzoekster daarvóór al over te dragen. De voorzieningenrechter zal dan ook het verzoek om een voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toewijzen op de hierna te melden wijze. De uiterste overdrachtstermijn wordt daarmee opgeschort. De voorzieningenrechter weegt hierbij mee dat het beroep op 4 april 2025, voordat de overdrachtstermijn is verstreken, op zitting zal worden behandeld. Het bestreden besluit wordt op die zitting inhoudelijk beoordeeld op rechtmatigheid.

4. De voorzieningenrechter ziet in de toewijzing van het verzoek aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907 en een wegingsfactor 1).




Beslissing


De voorzieningenrechter:


- wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst totdat op het beroep tegen het bestreden besluit is beslist;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907.



Deze uitspraak is gedaan op 11 februari 2025 door mr. M.J. Schouw, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:





Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.





Vreemdelingenwet 2000.


Verordening EU Nr. 604/2013.