Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:13117

2025-07-18 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.30287
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-07-18
Publicatiedatum
2025-07-18
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.30287
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bewaring. Eerste beroep. Marokkaanse. Redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Lichter middel. Ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.817 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.30287


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.A.E.M. Amesz),



en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).




Procesverloop


Bij besluit van 7 juli 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.



De rechtbank heeft het beroep op 16 juli 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.





Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [datum] 1972 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

2. Allereerst stelt de rechtbank vast dat eiser zijn beroepsgrond ten aanzien van het zicht op uitzetting op zitting heeft ingetrokken.



Redelijk vermoeden van illegaal verblijf



3. Eiser voert verder aan dat geen sprake is geweest van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf.

4. De rechtbank stelt vast dat uit het proces-verbaal van staandehouding van 7 juli 2025 blijkt dat eiser geen of onvoldoende medewerking heeft verleend aan zijn uitzetting naar Marokko. Zijn asielaanvraag is op 12 februari 2025 afgewezen, waarna het beroep daartegen ongegrond is verklaard. Hiermee staat de afwijzing van zijn asielaanvraag in rechte vast. Om die reden is voldoende duidelijk geworden dat en waarom sprake was van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf.



Lichter middel



5. Verder voert eiser aan dat verweerder had moeten volstaan met een lichter middel, zoals een meldplicht. Eiser heeft medische problemen. Hij heeft een depressie en is astmatisch. Daarnaast heeft hij een minderjarige zoon in Nederland.

6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kon worden toegepast. Hierbij acht de rechtbank van belang dat de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag zijn gelegd, welke niet zijn betwist, feitelijk juist zijn en voldoende zijn om een risico aan te nemen dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken. Daarnaast heeft hij aangegeven dat hij aanvankelijk niet akkoord is met een terugkeer naar Marokko. Verder heeft verweerder bij de belangenafweging terecht overwogen dat de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig is aan de medische zorg in de vrije maatschappij. Verweerder heeft daarnaast voldoende gemotiveerd dat evenmin is gebleken van omstandigheden die detentie voor eiser onredelijk bezwarend maken. Voor zover eiser stelt dat hij in Nederland een minderjarige zoon heeft, is bij voornoemde uitspraak van zittingsplaats Arnhem in de asielprocedure van eiser reeds geoordeeld dat niet is gebleken dat sprake is van een gezinsband. De rechtbank ziet in hetgeen eiser aanvoert geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen.



Ambtshalve toets


7. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.



Conclusie


8. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.













Beslissing


De rechtbank:




verklaart het beroep ongegrond; en


wijst het verzoek om schadevergoeding af.




Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:






Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.



Op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).


Rb Den Haag (zittingsplaats Arnhem) 7 mei 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:8096.


Verslag vertrekgesprek 10 juli 2025, p. 1 van 2.