Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:12027

2025-04-30 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.17467
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-04-30
Publicatiedatum
2025-07-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.17467
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep bewaring niet-ontvankelijk omdat de volledige periode van bewaring al eerder is getoetst, en omdat het beroep is ingesteld voordat er uitspraak was gedaan in een eerder ingediend vervolgberoep.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.026 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Rotterdam



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.17467


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. G.A. Dorsman),



en


de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. M.A.F.J. Smeulders).




Procesverloop


Verweerder heeft op 27 februari 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.



Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.



Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.



Verweerder heeft de maatregel van bewaring op 28 maart 2025 opgeheven.



De rechtbank heeft het beroep op 30 april 2025 op zitting behandeld. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.





Overwegingen

1. De rechtbank stelt voorop dat zij de volledige duur van de maatregel van bewaring reeds heeft getoetst. Uit de uitspraak van 18 maart 2025 (in de zaak NL25.9450) volgt dat de maatregel van bewaring rechtmatig was in de periode van 27 februari 2025 tot 12 maart 2025. Uit de uitspraak van 16 april 2025 (in de zaak NL25.14273) is de periode van 12 maart 2025 tot 28 maart 2025 getoetst en is de maatregel van bewaring onrechtmatig bevonden van 24 maart 2025 tot en met de opheffing daarvan op 28 maart 2025.

2. De rechtbank stelt verder vast dat eiser op 15 april 2025, voordat er uitspraak was gedaan in het eerste vervolgberoep (NL25.14273), nogmaals een vervolgberoep heeft ingediend tegen het voortduren van de maatregel van 27 februari 2025. Naar het oordeel van de rechtbank kan er pas een nieuw vervolgberoep worden ingediend, indien door de rechtbank is beslist op het eerder ingediende vervolgberoep. Gelet hierop, en het feit dat de volledige duur van de maatregel al door de rechtbank is getoetst, is het beroep niet-ontvankelijk.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. A.M.J. Adriaansen, rechter, in aanwezigheid van mr. A. Duijf, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 8 augustus 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:2734), rechtsoverweging 3.2., en 24 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1857), rechtsoverweging 3.3.