Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:12021

2025-06-18 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.17262
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-06-18
Publicatiedatum
2025-07-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.17262
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk, nu verzoeker geen gronden heeft ingediend.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.755 tekens)
uitspraak














RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.17262


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen






[verzoeker]
, V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. J. Singh),



en


de minister van Asiel en Migratie, de minister.




Procesverloop


Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening dat verzoeker heeft ingediend op 10 april 2025.





Overwegingen

1. De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.1 Het verzoekschrift voldoet namelijk niet aan de wettelijke eisen, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.

2. Iemand die een verzoekschrift indient, terwijl er ook een bezwaar/beroepsprocedure loopt, moet uitleggen waarom hij het verzoek indient. Dat worden ‘gronden’ genoemd. Dit staat in artikel 8:81 en artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen gronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.

3. De griffier heeft verzoeker op 17 april 2025 een brief gestuurd, waarin staat dat hij binnen twee weken in een brief moet zeggen waarom hij het niet eens is met het besluit en waarom hij een verzoekschrift indient. Verzoeker heeft niet gereageerd op deze brief.

4. Het verzoek zal niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:83 Awb).

5. Verzoeker krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van zijn proceskosten.





1. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).




Beslissing


De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.




Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van L.M. Kalkman, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekend gemaakt op:




18 juni 2025








Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.