Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2025:10050

2025-06-10 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL25.23536
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2025-06-10
Publicatiedatum
2025-06-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL25.23536
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bewaring, Sri Lanka, zicht op uitzetting, artikel 59b Vw, ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.311 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Arnhem



Bestuursrecht



zaaknummer: NL25.23536


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juni 2025 in de zaak tussen

[eiser], v-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. E. Stap),


en


de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. R.L.F. Zandbelt).




Procesverloop


Bij besluit van 23 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) opgelegd.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.



De rechtbank heeft het beroep, met behulp van een beeldverbinding, op 3 juni 2025 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. J.W.F. Menick, als waarnemer van zijn gemachtigde. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.




Overwegingen



Ontbreekt het zicht op uitzetting?

1. Eiser betoogt dat het zicht op uitzetting naar Sri Lanka binnen een redelijke termijn ontbreekt. Eiser voert aan dat hij in 2022 ook in bewaring heeft gezeten en nog steeds niet is uitgezet. Duidelijk is dat uitzetting in het geval van eiser niet mogelijk is, dus daarom moet de maatregel van bewaring opgeheven worden.



1.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt vast dat de huidige bewaring is opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Voor bewaring op grond van deze bepaling is geen redelijk vooruitzicht op verwijdering vereist. Of het zicht op uitzetting naar Sri Lanka al dan niet ontbreekt, is voor de beoordeling van dit beroep dus niet relevant.



Leidt ambtshalve toetsing tot een ander oordeel?

2. Los van de door eiser aangevoerde beroepsgronden, ziet de rechtbank in de door de minister en eiser verstrekte gegevens geen grond om te komen tot het oordeel dat aan de rechtmatigheidsvoorwaarden voor deze maatregel niet is voldaan.





Conclusie en gevolgen


3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de inbewaringstelling van eiser rechtmatig is en de minister geen schadevergoeding aan eiser hoeft te betalen. Daarom wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.




Beslissing


De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. G.A. van der Straaten, rechter, in aanwezigheid van mr. N. El-Amrani, griffier.



De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:






Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.




ABRvS 10 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4131/


Vergelijk HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.