Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:9654

2024-04-29 Bestuursrecht; Ambtenarenrecht AWB - 24 _ 3179
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2024-04-29
Publicatiedatum
2024-06-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
AWB - 24 _ 3179
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek ordemaatregel in afwachting van uitspraak voorzieningenrechter over ontslag en schorsing. Van de gestelde gevolgen (inleveren persoonlijke gevechtsuitrusting en uitkeuring) kan niet worden gezegd dat deze direct dreigen te gebeurden en onomkeerbaar zijn. De zaak leent zich voorts niet voor het treffen van een ordemaatregel.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.166 tekens)
Rechtbank DEN Haag


Bestuursrecht


zaaknummers: SGR 24/3177 en SGR 24/3179



beslissing van de voorzieningenrechter van 29 april 2024 op het verzoek om een ordemaatregel te treffen hangende het verzoek om voorlopige voorziening van




[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker
(gemachtigde mr. J. Visscher),


tegen




de commandant 12 Infanteriebataljon AASLT Regiment van Heutsz, verweerder (in SGR 24/3177)




de staatssecretaris van Defensie, verweerder (in SGR 24/3179)
(gemachtigde: mr.drs. M. Frishert).





Inleiding


1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoeker om
een ordemaatregel te treffen.



1.1.

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de Commandant 12 Infanteriebataljon AASLT
Regiment van Heutz verzoeker meegedeeld dat hij wordt voorgedragen voor ontslag wegens wangedrag. Met ingang van 15 maart 2024 wordt verzoeker in verband hiermee geschorst, met behoud van salaris.




1.2.

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Defensie verzoeker
ontslag verleend wegens wangedrag per 1 mei 2024.




1.3.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen deze besluiten. Voorts heeft hij de
voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen (SGR 24/3177 - schorsing en SGR 24/3179 - ontslag). Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om uiterlijk 30 april 2024 om 12.00 uur een ordemaatregel te treffen voorafgaand aan behandeling van de voorlopige voorziening.





Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:83, vierde
lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak te doen.

3. Verzoeker heeft verzocht om een ordemaatregel te treffen, omdat hij vóór de
ontslagdatum van 1 mei 2024 de verplichting heeft om zijn persoonlijke gevechtsuitrusting (PGU) in te leveren en zich (medisch) te laten uitkeuren bij het gezondheidscentrum (GZHC).


3.1.

De voorzieningenrechter ziet op dit moment geen aanleiding voor het treffen van
een ordemaatregel. Verzoeker heeft opgemerkt dat het inleveren van de PGU en het uitkeuren zeer moeizaam verloopt wegens afwezigheid van betrokkenen of personeelstekort.
Van de gestelde gevolgen kan niet worden gezegd dat deze direct dreigen te gebeuren en onomkeerbaar zijn.
Deze zaak leent voorts zich niet voor het treffen van een ordemaatregel.
De verwijzing van verzoeker naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van
5 april 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:5651) maakt niet dat reeds daarom een ordemaatregel moet worden getroffen. De situatie van verzoeker dient in het licht van deze uitspraak te worden beoordeeld. Daarbij komt dat de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening op korte termijn op zitting zal behandelen.





Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een ordemaatregel af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Kleijn, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
A.J. van Rossum, griffier. De beslissing is op 29 april 2024 telefonisch aan partijen meegedeeld. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 mei 2024.






griffier de voorzieningenrechter is
verhinderd te tekenen





Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:



Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open

Artikel 34, tweede lid, aanhef en onder b, en artikel 35, eerste lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR)


Artikel 39, tweede lid, aanhef en onder l, van het AMAR, Aanwijzing A/925 van 28 maart 2007 (waarmee het beleid zoals eerder verwoord in de brief van de staatssecretaris van 16 april 1997