Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:9576

2024-06-26 Civiel recht C-09-637977-HA ZA 22-941
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2024-06-26
Publicatiedatum
2024-06-19
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C-09-637977-HA ZA 22-941
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

vonnis ogv artikel 31 Rv. zie ook ECLI:NL:RBDHA:2024:7830

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.994 tekens)
vonnis
RECHTBANK DEN HAAG


Team handel



Zaaknummer: C/09/637977 / HA ZA 22-941




Vonnis op grond van artikel 31 Rv van 26 juni 2024




in de zaak van




STICHTING SINTI, ROMA EN REIZIGERS,
te Den Haag,
eisende partij,
hierna te noemen: de Stichting,
advocaat: mr. T. Hendriks te Amsterdam,



tegen




GEMEENTE DEN HAAG,
te Den Haag,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de Gemeente,
advocaat: mr. G.A. van der Veen te Rotterdam.






1Procedure

1.1.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- De brief van 31 mei 2024 van de Gemeente;
- De brief van 13 juni 2024 van de Stichting.






2De beoordeling

2.1.

De Gemeente heeft de rechtbank verzocht om het vonnis van 29 mei 2024 op twee punten te herstellen. Het eerste punt heeft betrekking op de rechtsoverwegingen 4.5, 4.9 (eerste, zesde en zevende zin), 4.11, 4.16, 4.18, 4.20, 4.23, 4.24, 4.28 en 5.2. Volgens de Gemeente heeft de rechtbank in deze rechtsoverwegingen ten onrechte gesproken over een ‘wachttijd’ in plaats van een ‘gemiddelde wachttijd’. Het tweede punt heeft betrekking op rechtsoverweging 5.4. Volgens de Gemeente is in deze rechtsoverweging per abuis de Staat, in plaats van de Gemeente, veroordeeld tot betaling van de wettelijke rente over de
proceskostenveroordeling. De Stichting heeft zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd. De rechtbank overweegt als volgt.




2.2.
Het volgt uit de antwoordakte tevens houdende een wijziging van eis van de Stichting dat de Stichting met vordering VI heeft beoogd dat de Gemeente wordt verplicht om de gemiddelde wachttijd voor een woonwagenstandplaats te verminderen tot maximaal het niveau van de gemiddelde wachttijd voor een woning in de sociale sector. De rechtbank heeft de vordering ook aldus begrepen (zie rov. 3.1 en 3.2). Voor zover er in de navolgende rechtsoverwegingen van het vonnis niet consistent wordt gesproken over een gemiddelde wachttijd, is er daarom sprake van een kennelijke fout die zich voor herstel leent. Het verzoek zal dus worden toegewezen. De rechtbank constateert dat naast de door de Gemeente genoemde rechtsoverwegingen ook in rechtsoverweging 4.21 ‘wachttijd’ in plaats van een ‘gemiddelde wachttijd’ is opgenomen en zal ook deze fout herstellen.



2.3.
Ook het tweede verzoek zal worden toegewezen. De Gemeente is in deze procedure de gedaagde partij, en niet de Staat. Er is dus in rechtsoverweging 5.4 sprake van een kennelijke verschrijving.





3De beslissing
De rechtbank:


3.1.
verbetert het eerder tussen partijen gewezen vonnis van 29 mei 2024 in die zin dat waar in rechtsoverwegingen 4.5, 4.9 (eerste, zesde en zevende zin), 4.11, 4.16, 4.18, 4.20, 4.21, 4.23, 4.24, 4.28 en 5.2 staat ‘wachttijd’ dient te worden gelezen ‘gemiddelde wachttijd’;



3.2.
verbetert het eerder tussen partijen gewezen vonnis van 29 mei 2024 in die zin dat waar in rechtsoverweging 5.4 staat ‘de Staat’, dient te worden gelezen ‘de Gemeente’;



3.3.
bepaalt dat deze verbeteringen onder de vermelding van de datum 26 juni 2024 worden vermeld op de minuut van het vonnis van 29 mei 2024;



3.4.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 29 mei 2024 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.



Dit vonnis is gewezen door mr. D.R. Glass, mr. J.L.M. Luiten en mr. J.J. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2024.