Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2024:9257
2024-06-17
Bestuursrecht
SGR 23/4240
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek om overbrenging vanuit Afghanistan. Tolkenregeling. E-mail van verweerder is een besluit waartegen eerst bezwaar had moeten worden ingesteld. Geen rechtstreeks beroep mogelijk. Beroep niet-ontvankelijk.
Citeert (3)
- ECLI:NL:RVS:2024:1500 Raad van State 10-04-2024
- ECLI:NL:RVS:2022:2592 Raad van State 14-09-2022
- ECLI:NL:RVS:2022:2684 Raad van State 14-09-2022
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.363 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/4240
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Afghanistan, eiser
(gemachtigde: mr. A.M.J.M. Louwerse),
en
de minister van Defensie, verweerder
(gemachtigde: mr. M.M. van Asperen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om overbrenging vanuit Afghanistan.
1.1.
Verweerder heeft het verzoek op 12 mei 2023 afgewezen. Eiser heeft hiertegen rechtstreeks beroep ingesteld.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Op 23 april 2023 heeft de broer van eiser namens hem een verzoek bij verweerder ingediend om eiser over te brengen vanuit Afghanistan naar Nederland. Eiser stelt dat hij werkzaam is geweest als bewaker bij de Afghan Security Guard (ASG) in [naam kamp] nabij [plaatsnaam] , [provincie] . Verweerder heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Tolkenregeling. Het verzoek is afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de vereisten. Op 30 mei 2023 heeft de broer van eiser verzocht om de afwijzing te heroverwegen. Verweerder heeft het verzoek op 2 juni 2023 opnieuw afgewezen.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser betoogt dat hij wel aan de voorwaarden van de Tolkenregeling dan wel de speciale voorziening voldoet.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De hoogste bestuursrechter heeft op 10 april 2024 geoordeeld dat de afwijzing van een verzoek op grond van de Tolkenregeling een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Naar het oordeel van de rechtbank is de e-mail van 12 mei 2023 een primair besluit, waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt voordat beroep kan worden ingesteld. De uitspraken waar eiser naar verwijst in het kader van de mogelijkheid van rechtstreeks beroep, zien op bij brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening. Verder heeft verweerder niet uitdrukkelijk ingestemd met rechtstreeks beroep. De e-mail van 2 juni 2023 kan ook niet worden aangemerkt als een beslissing op een bezwaarschrift, verweerder gaat in deze e-mail niet inhoudelijk op de situatie van eiser in.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank zal het beroepschrift doorzenden naar verweerder om te worden behandeld als een bezwaarschrift.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1500.
Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb.
Uitspraken van de Afdeling van 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2592 en ECLI:NL:RVS:2022:2684.
Artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb.
Artikel 6:15 van de Awb.
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 23/4240
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 juni 2024 in de zaak tussen
[eiser] , uit Afghanistan, eiser
(gemachtigde: mr. A.M.J.M. Louwerse),
en
de minister van Defensie, verweerder
(gemachtigde: mr. M.M. van Asperen).
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om overbrenging vanuit Afghanistan.
1.1.
Verweerder heeft het verzoek op 12 mei 2023 afgewezen. Eiser heeft hiertegen rechtstreeks beroep ingesteld.
1.2.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Op 23 april 2023 heeft de broer van eiser namens hem een verzoek bij verweerder ingediend om eiser over te brengen vanuit Afghanistan naar Nederland. Eiser stelt dat hij werkzaam is geweest als bewaker bij de Afghan Security Guard (ASG) in [naam kamp] nabij [plaatsnaam] , [provincie] . Verweerder heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Tolkenregeling. Het verzoek is afgewezen omdat eiser niet voldoet aan de vereisten. Op 30 mei 2023 heeft de broer van eiser verzocht om de afwijzing te heroverwegen. Verweerder heeft het verzoek op 2 juni 2023 opnieuw afgewezen.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser betoogt dat hij wel aan de voorwaarden van de Tolkenregeling dan wel de speciale voorziening voldoet.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De hoogste bestuursrechter heeft op 10 april 2024 geoordeeld dat de afwijzing van een verzoek op grond van de Tolkenregeling een besluit is in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. Naar het oordeel van de rechtbank is de e-mail van 12 mei 2023 een primair besluit, waartegen eerst bezwaar moet worden gemaakt voordat beroep kan worden ingesteld. De uitspraken waar eiser naar verwijst in het kader van de mogelijkheid van rechtstreeks beroep, zien op bij brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening. Verder heeft verweerder niet uitdrukkelijk ingestemd met rechtstreeks beroep. De e-mail van 2 juni 2023 kan ook niet worden aangemerkt als een beslissing op een bezwaarschrift, verweerder gaat in deze e-mail niet inhoudelijk op de situatie van eiser in.
Conclusie en gevolgen
5. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank zal het beroepschrift doorzenden naar verweerder om te worden behandeld als een bezwaarschrift.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van mr. mr. E. van den Nieuwendijk, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juni 2024.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860.
Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 10 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1500.
Artikel 7:1, eerste lid, van de Awb.
Uitspraken van de Afdeling van 14 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2592 en ECLI:NL:RVS:2022:2684.
Artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb.
Artikel 6:15 van de Awb.