Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2024:7038
2024-05-02
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL24.575
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
hersteluitspraak, aanvullen van weggevallen tekst door een technische fout.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5879 Rechtbank Den Haag 17-04-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (1.978 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.575-H
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Overwegingen
Gebleken is dat in de uitspraak van 17 april 2024 door een technische fout een deel van de tekst is weggevallen. Rechtsoverweging 9 is slechts ten dele opgenomen in de uitspraak die aan partijen is gezonden. De volledige tekst van de uitspraak is wel gepubliceerd op de website van de rechtspraak. De rechtbank wenst de omissie op navolgende wijze te herstellen.
Beslissing
Rechtsoverweging 9 luidt als volgt:
De rechtbank oordeelt dat niets in de Dublinverordening, de Procedurerichtlijn of de Kwalificatierichtlijn erop wijst dat de lidstaten verplicht zijn een persoon de vluchtelingenstatus toe te kennen uitsluitend omdat een andere lidstaat hem die status al heeft toegekend. Het volgt uit de systematiek van het gezamenlijk Europees Asielsysteem (GEAS) dat een lidstaat niet verplicht is om de internationale bescherming te erkennen, zonder zelf een inhoudelijk onderzoek uit te voeren.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBDHA:2024:5879, publicatiedatum 23 april 2024.
Verordening (EU) nr. 604/2013.
Richtlijn 2013/32/EU.
Richtlijn 2011/95/EU.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.575-H
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiseres,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. C.G. Matze),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Overwegingen
Gebleken is dat in de uitspraak van 17 april 2024 door een technische fout een deel van de tekst is weggevallen. Rechtsoverweging 9 is slechts ten dele opgenomen in de uitspraak die aan partijen is gezonden. De volledige tekst van de uitspraak is wel gepubliceerd op de website van de rechtspraak. De rechtbank wenst de omissie op navolgende wijze te herstellen.
Beslissing
Rechtsoverweging 9 luidt als volgt:
De rechtbank oordeelt dat niets in de Dublinverordening, de Procedurerichtlijn of de Kwalificatierichtlijn erop wijst dat de lidstaten verplicht zijn een persoon de vluchtelingenstatus toe te kennen uitsluitend omdat een andere lidstaat hem die status al heeft toegekend. Het volgt uit de systematiek van het gezamenlijk Europees Asielsysteem (GEAS) dat een lidstaat niet verplicht is om de internationale bescherming te erkennen, zonder zelf een inhoudelijk onderzoek uit te voeren.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
www.rechtspraak.nl, ECLI:NL:RBDHA:2024:5879, publicatiedatum 23 april 2024.
Verordening (EU) nr. 604/2013.
Richtlijn 2013/32/EU.
Richtlijn 2011/95/EU.