Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:3405

2024-03-11 Civiel recht; Personen- en familierecht 10964012 EJ VERZ 24-72283
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2024-03-11
Publicatiedatum
2024-03-13
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
10964012 EJ VERZ 24-72283
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | JERF Actueel 2024/109 | PFR-Updates.nl 2024-0059 | ERF-Updates.nl 2024-0155 | VEAN-ERF-Updates.nl 2024-0155

Inhoudsindicatie

Verzoek machtiging vaststelling legitieme portie van de minderjarigen in de nalatenschap van hun moeder. Ondanks mogelijke tegenstrijdigheid in de belangen tussen de (met ouderlijk gezag belaste) vader en de minderjarigen geen benoeming van een bijzonder curator. Verzoek toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.907 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Zittingsplaats 's-Gravenhage


AL
Vb.nr.: 9712
Zaaknr.: 10964012 EJ VERZ 24-72283


Beschikking op een verzoek tot machtiging


van:





[naam 1] ,

wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
in zijn hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van:

[minderjarige 1] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 2014,


[minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 2] 2016, beiden wonende en verblijvende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: de minderjarigen.




Procedure


De kantonrechter heeft kennisgenomen van:



het mondelinge verzoek, ontvangen op 2 november 2023;


het e-mailbericht (met bijlagen), ontvangen op 2 november 2023.





Beoordeling


Verzoeker vraagt machtiging om de legitieme portie van de minderjarigen van de nalatenschap van [naam 2] vast te stellen op € 12.000,00, en daarbij te bepalen
dat verzoeker dit bedrag na de verkoop van zijn tweede woning, maar uiterlijk op 2 november 2027, in contanten aan de minderjarigen mag voldoen.



In dit geval is sprake van een situatie zoals geregeld in artikel 1:250 BW. Als dit in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is, kan de kantonrechter ambtshalve een bijzonder curator benoemen om de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarigen bij de afwikkeling van de nalatenschap van hun moeder te behartigen. Ondanks een mogelijke tegenstrijdigheid in de belangen tussen verzoeker en de minderjarigen is de kantonrechter, gelet op de inhoud van het op de griffie opgestelde dossier en hetgeen met verzoeker op 2 november 2023 is besproken,
van oordeel dat voldoende rekening is gehouden met de waarborging van de belangen van de minderjarigen. De benoeming van een bijzonder curator is dan ook niet noodzakelijk.



Toewijzing van het verzoek is in het belang van de minderjarigen. De kantonrechter zal de verzochte machtiging daarom verlenen.



De kantonrechter zal daaraan de voorwaarde stellen dat het bedrag van € 12.000,00 per kind moet worden gestort op de reeds voor de minderjarigen geopende Jeugdspaarrekeningen bij de ASN Bank (nummers [banknummer 1] en [banknummer 2] ) welke voorzien zijn van een BEM-clausule.




Beslissing


De kantonrechter:




verleent de gevraagde machtiging;


bepaalt dat verzoeker het bedrag van € 12.000,00 per kind na de verkoop van zijn tweede


woning, maar uiterlijk op 2 november 2027, in contanten aan de minderjarigen mag voldoen, door overboeking van dat bedrag naar de al voor de minderjarigen geopende spaarrekeningen bij de ASN Bank (nummers [banknummer 1] en [banknummer 2] ) die voorzien zijn van een BEM-clausule;
- bepaalt dat verzoeker uiterlijk op 1 december 2027, of zoveel eerder als de betalingen zijn

gedaan, aan de kantonrechter kopieën van de spaarrekeningen dient toe te sturen waaruit blijkt dat het aan de minderjarigen toekomende bedrag daarop is gestort.
Deze beschikking is gegeven door mr. I.D. Bellaart, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2024.







Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Den Haag:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.