Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:3343

2024-03-07 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL24.5988
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2024-03-07
Publicatiedatum
2024-03-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL24.5988
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

BZ. Eerste beroep bewaring. Ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (9)

Volledige tekst

Volledige tekst (5.533 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL24.5988


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. W.A.E.M. Amesz),



en


de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. J.M.M. van Gils).




Procesverloop


Bij besluit van 14 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.



Eiser heeft desgevraagd ingestemd met een schriftelijke afdoening van het beroep. Op 6 maart 2024 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.




Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 1980 en de Ghanese nationaliteit te hebben.



Maatregel van bewaring



2. In de maatregel van bewaring heeft verweerder overwogen dat de openbare orde de maatregel vordert, omdat het risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en eiser de voorbereiding van het vertrek of de uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert. Als zware gronden staan in de maatregel vermeld dat eiser:




3a. Nederland niet op de voorgeschreven wijze is binnengekomen, dan wel een poging daartoe heeft gedaan;




3c. eerder een visum, besluit, kennisgeving of aanzegging heeft ontvangen waaruit de plicht Nederland te verlaten blijkt en hij daaraan niet uit eigen beweging binnen de daarin besloten of gestelde termijn gevolg heeft gegeven;




3d. niet dan wel niet voldoende meewerkt aan het vaststellen van zijn identiteit en nationaliteit;




3f. zich zonder noodzaak heeft ontdaan van zijn reis- of identiteitsdocumenten;




3i. te kennen heeft gegeven dat hij geen gevolg zal geven aan zijn verplichting tot terugkeer;





En als lichte gronden staan in de maatregel vermeld dat eiser:





4a. zich niet aan een of meer andere voor hem geldende verplichtingen van hoofdstuk 4 van het Vb heeft gehouden;




4c. geen vaste woon- of verblijfplaats heeft;




4d. niet beschikt over voldoende middelen van bestaan.




3. Eiseres heeft de gronden die aan de maatregel van bewaring ten grondslag liggen niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat in ieder geval de zware gronden 3a en 3b feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht, zodat deze aan de maatregel ten grondslag konden worden gelegd en de maatregel ook kunnen dragen.



Lichter middel



4. Eiser voert aan dat verweerder vanwege zijn medische situatie had moeten volstaan met het opleggen van een lichter middel. Eiser heeft chronische nierschade en krijgt niet de nodige medische hulp in detentie. Om die reden moet eiser de mogelijkheid worden geboden om door een arts te worden bekeken om na te gaan of het wel mogelijk is om naar Ghana terug te keren.

5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat niet is gebleken dat een lichter middel doeltreffend kan worden toegepast. Niet is gebleken dat eiser vanwege zijn medische situatie detentieongeschikt is. Zoals verweerder terecht opmerkt in de maatregel en het verweerschrift heeft eiser in het detentiecentrum toegang tot de voor hem noodzakelijke medische zorg. De enkele niet onderbouwde stelling dat de medische dienst eiser niet kan of wil helpen, of dat de medische dienst anderszins eiser niet kan voorzien van medische zorg, wordt niet gevolgd en leidt niet tot een andere conclusie.



Ambtshalve toets




6. Tot slot leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.



Conclusie



7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank:




verklaart het beroep ongegrond; en


wijst het verzoek om schadevergoeding af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. van de Merbel, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:






Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.



Vreemdelingenwet 2000.


Artikel 5.1b, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).


Artikel 5.1b, vierde lid, van het Vb.


HvJEU 8 november 2022, ECLI:EU:C:2022:858.