Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2024:3285
2024-03-13
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL23.35745
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Uitstel van vertrek. Geen procesbelang, omdat eiseres is vertrokken naar Armenië en zij niet heeft onderbouwd welke schade zij heeft geleden.
Citeert (4)
- ECLI:NL:RVS:2023:3557 Raad van State 20-09-2023
- ECLI:NL:RVS:2021:1145 Raad van State 28-05-2021
- ECLI:NL:RVS:2016:1332 Raad van State 18-05-2016
- ECLI:NL:RVS:2019:497 Raad van State 20-02-2019
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.187 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.35745
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. D. Gürses),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. D.L. Boer).
Procesverloop
Bij besluit van 20 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om uitstel van vertrek ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (zaaknummer NL23.15329), op 11 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1.1.
Procesbelang bestaat als eiseres met de behandeling van het beroep nog kan bereiken wat zij met het instellen van beroep wilde bereiken. Van procesbelang kan ook sprake zijn als er schade is geleden door het besluit. Dan is wel vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat de gestelde schade daadwerkelijk het gevolg is van het besluit.
1.2.
De rechtbank overweegt dat artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) is bedoeld om tijdelijk uitstel van vertrek uit Nederland te verlenen vanwege een medische situatie. Omdat eiseres is vertrokken naar Armenië, kan zij met haar beroep niet meer bereiken dat haar vertrek tijdelijk wordt uitgesteld. Verder heeft eiseres niet onderbouwd welke schade zij heeft geleden als gevolg van het besluit, de enkele stelling dat zij schade heeft geleden is onvoldoende. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2024 door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Hessels, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
ECLI:NL:RVS:2023:3557, ECLI:NL:RVS:2021:1145
ECLI:NL:RVS:2016:1332, ECLI:NL:RVS:2019:497
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.35745
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [nummer], eiseres
(gemachtigde: mr. D. Gürses),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
(gemachtigde: mr. D.L. Boer).
Procesverloop
Bij besluit van 20 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft de staatssecretaris het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar verzoek om uitstel van vertrek ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (zaaknummer NL23.15329), op 11 maart 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Overwegingen
1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
1.1.
Procesbelang bestaat als eiseres met de behandeling van het beroep nog kan bereiken wat zij met het instellen van beroep wilde bereiken. Van procesbelang kan ook sprake zijn als er schade is geleden door het besluit. Dan is wel vereist dat tot op zekere hoogte aannemelijk wordt gemaakt dat de gestelde schade daadwerkelijk het gevolg is van het besluit.
1.2.
De rechtbank overweegt dat artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) is bedoeld om tijdelijk uitstel van vertrek uit Nederland te verlenen vanwege een medische situatie. Omdat eiseres is vertrokken naar Armenië, kan zij met haar beroep niet meer bereiken dat haar vertrek tijdelijk wordt uitgesteld. Verder heeft eiseres niet onderbouwd welke schade zij heeft geleden als gevolg van het besluit, de enkele stelling dat zij schade heeft geleden is onvoldoende. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2024 door mr. M. Munsterman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.A. Hessels, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
ECLI:NL:RVS:2023:3557, ECLI:NL:RVS:2021:1145
ECLI:NL:RVS:2016:1332, ECLI:NL:RVS:2019:497