Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:13906

2024-08-29 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.27346
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2024-08-29
Publicatiedatum
2024-08-30
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.27346
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Oekraïne, derdelanders, Tijdelijke bescherming zoals bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG, besluit ingetrokken, beroepsgronden noemen besluit maar niet toegevoegd, nieuw beroep ingediend tegen nieuw besluit maar wordt behandeld in nieuw beroep, beroep niet-ontvankelijk, PKV toegewezen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.761 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg


Bestuursrecht


zaaknummer: NL23.27346


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua),



en




de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.





Inleiding


In het besluit van 18 augustus 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming zoals bedoeld in de Richtlijn 2001/55/EG eindigt.



Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



Bij brief van 27 februari 2024 heeft verweerder meegedeeld dat hij het bestreden besluit heeft ingetrokken.



Eiser heeft desgevraagd meegedeeld dat hij het beroep handhaaft.



De rechtbank doet uitspraak buiten zitting op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb.





Beoordeling door de rechtbank

1. Er kan op een beroep worden beslist zonder een zitting te houden als sprake is van een kennelijke uitkomst. Dat betekent dat de uitkomst op voorhand buiten redelijke twijfel staat. Dit staat in artikel 8:54, eerste lid, van de Awb. Deze situatie doet zich hier voor gelet op het volgende.

2. Eiser voert aan dat hij nog een belang heeft bij het voortzetten van dit beroep, ondanks dat het bestreden besluit waarop dit beroep betrekking heeft door verweerder is ingetrokken. De meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats heeft echter in de uitspraak van 16 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5415, al geoordeeld dat dit niet kan worden gevolgd.

3. Voor zover het beroep is gericht tegen het besluit van 7 februari 2024, wordt overwogen dat het besluit wordt behandeld onder het ingediende beroep met zaaknummer NL24.9656.

4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang.

5. Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 januari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:32, volgt dat het beroep op het moment van instellen terecht was. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 875 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).





Beslissing


De rechtbank:



verklaart het beroep niet-ontvankelijk;


veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ter hoogte van


€ 875 (achthonderdvijfenzeventig euro).





Deze uitspraak is gedaan op 29 augustus 2024 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



Deze uitspraak is bekendgemaakt op:






Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.






Algemene wet bestuursrecht.