Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:11696

2024-07-18 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL24.13734
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2024-07-18
Publicatiedatum
2024-07-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL24.13734
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Asiel. Grondslag besluit onjuist. Niet verschenen op nader gehoor. Ten onrechte afgewezen als kennelijk ongegrond. Gegrond. PKV.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.825 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL24.13734


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser,

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. W.P.R. Peeters),



en




de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. A. Dijcks).





Procesverloop


Bij besluit van 22 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder eiser asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond.



Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



De rechtbank heeft het beroep op 22 april 2024 op zitting behandeld in Breda. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.





Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 1994 en de Algerijnse nationaliteit te hebben. Hij heeft op 2 februari 2024 een asielaanvraag ingediend.

2. De rechtbank overweegt het navolgende over de grondslag van de afwijzing van eisers asielaanvraag.

3. Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verweerder overweegt dat eiser zonder verschoonbare reden niet verschenen is op het nader gehoor, zodat hij zijn asielmotieven niet kenbaar heeft kunnen maken. Verder heeft verweerder een terugkeerbesluit uitgevaardigd en een inreisverbod van twee jaar opgelegd.

4. Bij uitspraak van 26 juni 2024 heeft de Afdeling geoordeeld dat er geen wettelijke basis is voor de werkwijze van verweerder om een asielaanvraag af te wijzen als ongegrond of kennelijk ongegrond als de vreemdeling zonder reden niet verschijnt op het nader gehoor, terwijl hij daar wel voor is uitgenodigd. Verweerder heeft deze werkwijze als proef gestart vanwege organisatorische problemen en om de asielprocedure efficiënter te laten verlopen, maar de Vw biedt hiervoor geen ruimte.

5. De rechtbank stelt vast dat verweerder, gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling, eisers asielaanvraag niet als kennelijk ongegrond heeft kunnen afwijzen, omdat hiervoor een wettelijke grondslag ontbreekt. Eiser is zonder verschoonbare reden niet verschenen bij het nader gehoor terwijl hij hier wel voor is uitgenodigd. Eiser heeft niet de gelegenheid gehad om zijn asielmotieven in een nader gehoor naar voren te brengen, zodat verweerder niet heeft kunnen overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van eisers asielaanvraag. Het beroep is dan ook reeds hierom gegrond. De rechtbank komt gelet hierop niet meer toe aan bespreking van de beroepsgronden. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen. Verweerder zal daarom een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

6. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.750 (bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 875 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1).




Beslissing


De rechtbank:



 verklaart het beroep gegrond;
 vernietigt het bestreden besluit;
 draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op eisers asielaanvraag met inachtneming van deze uitspraak; en
 veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750 (zeventienhonderdvijftig euro).




Deze uitspraak is gedaan op 18 juli 2024 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:






Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.



Op grond van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).


ABRvS 26 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2604.


Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.


Besluit proceskosten bestuursrecht.