Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2024:10639

2024-07-08 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL24.26645
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2024-07-08
Publicatiedatum
2024-07-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL24.26645
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vervolgberoep bewaring – bewaring is al opgeheven – voldoende voortvarend gehandeld – beroep ongegrond

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.343 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg



Bestuursrecht



zaaknummer: NL24.26645


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.G.A.M. Halfers),



en




de minister van Asiel en Migratie, daaronder mede begrepen diens rechtsvoorgangers, verweerder.





Procesverloop


Verweerder heeft op 24 mei 2024 aan eiseres de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd.



Eiseres heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft zij verzocht om schadevergoeding.



Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.



Eiseres heeft hierop gereageerd.



Verweerder heeft op 1 juli 2024 de maatregel van bewaring opgeheven.



De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 5 juli 2024.





Overwegingen

1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 1994 en de Venezolaanse nationaliteit te hebben.

2. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiseres schadevergoeding moet worden toegekend. In dit verband moet de vraag worden beantwoord of de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring op enig moment voorafgaande aan de opheffing daarvan onrechtmatig is geweest. Op grond van artikel 106 van de Vw kan de rechtbank indien de bewaring al is opgeheven vóór de behandeling van het verzoek om opheffing van de bewaring aan eiseres een schadevergoeding ten laste van de Staat toekennen.

3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraken van deze rechtbank en zittingsplaats volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraken ten grondslag heeft gelegen rechtmatig was. Daarom staat nu ter beoordeling of het voortduren van de maatregel van bewaring van 20 juni 2024 tot en met 1 juli 2024 rechtmatig was.

4. Eiseres voert aan dat sprake is van een schending van artikel 5, vierde lid, van het
EVRM, omdat niet aannemelijk is gemaakt door verweerder dat eiseres niet eerder dan op 1 juli 2024 kon worden overgedragen aan de Spaanse autoriteiten. Eiseres wijst erop dat er dagelijks meerdere vluchten naar Barcelona vertrokken vanaf luchthaven Schiphol. Verweerder heeft dan ook onvoldoende voortvarend gehandeld.

5. Eiseres wordt hierin niet gevolgd. Zoals de rechtbank in de uitspraak van 6 juni 2024 heeft overwogen, moet een overdracht worden voorbereid. In het vertrekgesprek van 20 juni 2024 heeft verweerder toegelicht dat hij daarbij ook afhankelijk is van de Spaanse autoriteiten. De rechtbank ziet in wat eiseres aanvoert geen aanleiding voor de conclusie dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gewerkt aan de overdracht van eiseres. De beroepsgrond slaagt niet.

6. Ook de ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat het voortduren van de maatregel van bewaring in de te beoordelen periode op enig moment onrechtmatig was.

7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing


De rechtbank:


- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.



Deze uitspraak is gedaan op 8 juli 2024 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:





Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.




Vreemdelingenwet 2000.


Uitspraken van 6 juni 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:9463) en 20 juni 2024 (ECLI:NL:RBDHA:2024:9913).


Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.