Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:22345

2023-03-01 Bestuursrecht 23/583
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-03-01
Publicatiedatum
2025-04-18
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Voorlopige voorziening
Zaaknummer
23/583
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

openbaarmaking boetebesluit. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in dit geval zijn belangen bij openbaarmaking van het boetebesluit zwaarder mogen laten wegen, dan het belang van verzoekster om geen nadelen te ondervinden door die openbaarmaking.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.850 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht



zaaknummer: SGR 23/583

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 maart 2023 in de zaak tussen


[verzoekster] Limited, uit [plaats] (Malta), verzoekster
(gemachtigden: mrs. P.M. Waszink, R. van Neck, M.M.B. Cox),


en


De Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder
(gemachtigden: mrs. R.G.J. Wildemors, T.F. Prins, E. Bouman, E. Özdemir).




Procesverloop


Bij besluit van 20 december 2022 (openbaarmakingsbesluit) heeft verweerder besloten tot openbaarmaking van het besluit van dezelfde datum (boetebesluit), waarin verweerder een bestuurlijke boete van € 9.874.000,- aan verzoekster heeft opgelegd voor overtreding van de Wet op de Kansspelen.



Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit openbaarmakingsbesluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.



Verweerder heeft de voorzieningenrechter laten weten dat het openbaarmakingsbesluit wordt opgeschort tot en met 2 maart 2023.



Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.



De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 februari 2023 op zitting behandeld, gezamenlijk met het verzoek met het zaaknummer SGR 23/582 inzake het boetebesluit. Na de zitting zijn de zaken gesplitst en er wordt in beide zaken afzonderlijk uitspraak gedaan.



Verzoekster is op zitting vertegenwoordigd door A.J.E. Wierda, general counsel, bijgestaan door de gemachtigden van verzoekster. Verweerder heeft zich op zitting laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.




Overwegingen



Waar gaat deze zaak over?



1. Verweerder heeft aan verzoekster een boete van € 9.874.000,- opgelegd omdat zij – kort gezegd – zonder vergunning gelegenheid heeft gegeven aan consumenten in Nederland om via haar website deel te nemen aan kansspelen. Verweerder wil het boetebesluit openbaar maken. Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om het openbaarmakingsbesluit te schorsen.



Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?





Is er sprake van een spoedeisend belang?



2. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld, moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in dit geval sprake van een spoedeisend belang, omdat de openbaarmaking van het boetebesluit onomkeerbaar is.



Belangenafweging



3. De vraag of het boetebesluit openbaar mag worden gemaakt hangt samen met de beoordeling, of verweerder terecht een boete (van dergelijke hoogte) aan verzoekster heeft opgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent de voorlopige voorzieningenprocedure zich in dit geval niet voor die beoordeling. De voorzieningenrechter zal dan ook alleen beoordelen, of het belang van verzoekster bij toewijzing van de gevraagde voorziening, opweegt tegen het algemeen belang van verweerder bij afwijzing daarvan. Daarbij komt aan het algemeen belang een groot gewicht toe.

4. Verzoekster heeft in dit kader aangevoerd dat openbaarmaking van het boetebesluit de reputatie van verzoekster ernstig zal aantasten. Verzoekster heeft een goede reputatie opgebouwd op het gebied van betrouwbaarheid en compliance, dit onder andere door veel te investeren in de compliance functie. Zij was in 2022 dan ook genomineerd in drie compliance categorieën bij de Vixio Gambling Compliance Awards. De publicatie zal veel (internationale) negatieve publiciteit tot gevolg hebben, waardoor verzoekster wereldwijd in een kwaad daglicht wordt gesteld. Al deze negatieve media-aandacht komt uiteindelijk ook bij de stakeholders van verzoekster terecht. Toezichthouders of financiële instellingen kunnen gaan twijfelen aan de betrouwbaarheid van verzoekster, wat mogelijk gevolgen heeft voor de al aan verzoekster verleende vergunningen, alsmede voor haar mogelijkheden om in aanmerking te komen voor nieuwe vergunningen. De verslechterde reputatie van verzoekster kan er uiteindelijk ook toe leiden dat derden hun contracten met verzoekster zullen opzeggen. Dit alles heeft uiteindelijk ook invloed op de waarde van het bedrijf, die aanzienlijk zal dalen. Volgens verzoekster kan een rectificatie achteraf deze gevolgen niet meer ongedaan maken.

5. De voorzieningenrechter stelt vast dat het boetebesluit is genomen in het kader van een aan verweerder door de wetgever toegekende taak om toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Het past in het kader van deze toezichthoudende taak dat boetebesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat er een preventieve werking uitgaat van openbaarmaking van de besluiten. Ook heeft verweerder kenbaar gemaakt dat bij de publicatie van besluiten altijd wordt vermeld, of er rechtsmiddelen tegen de besluiten zijn ingesteld, of nog kunnen worden ingesteld. Daardoor is het voor derden duidelijk in hoeverre de besluiten door de bestuursrechter zijn beoordeeld en onherroepelijk zijn. Verweerder heeft er verder terecht op gewezen dat verzoekster naar eigen zeggen toch al verplicht is om bij veel contracten met handelspartners melding te maken van opgelegde boetes, dus ongeacht of deze wel of niet door verweerder openbaar worden gemaakt.
Daarnaast heeft de voorzieningenrechter in de zaak SGR 23/582 bij uitspraak van heden geoordeeld, dat het boetebesluit niet evident onrechtmatig is.

6. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder daarom in dit geval zijn belangen bij openbaarmaking van het boetebesluit zwaarder mogen laten wegen, dan het belang van verzoekster om geen nadelen te ondervinden door die openbaarmaking.



Conclusie



6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.






























Beslissing


De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023.














griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.



Artikelen 1, eerste lid, aanhef en onder a en artikel 35a van de Wet op de Kansspelen (Wok).


Artikel 3.1. van de Wet open overheid (Woo).


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:484 (rechtsoverweging 10).