Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2023:22344
2023-03-01
Bestuursrecht
23.599
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
openbaarmaking boetebesluit. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder in dit geval zijn belangen bij openbaarmaking van het boetebesluit zwaarder mogen laten wegen, dan het belang van verzoekster om geen nadelen te ondervinden door die openbaarmaking.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2017:484 Raad van State 22-02-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.543 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 23/599
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 maart 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] (Malta), verzoekster
(gemachtigden: mrs. P.M. Waszink, R. van Neck, M.M.B. Cox),
en
De Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder
(gemachtigden: mrs. R.G.J. Wildemors, E. Bouman, I. Rietbergen, K. Hollemans).
Procesverloop
Bij besluit van 20 december 2022 (openbaarmakingsbesluit) heeft verweerder besloten tot openbaarmaking van het besluit van dezelfde datum (boetebesluit), waarin verweerder een bestuurlijke boete van € 1.128.000,- aan verzoekster heeft opgelegd voor overtreding van de Wet op de Kansspelen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het openbaarmakingsbesluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter laten weten dat het openbaarmakingsbesluit wordt opgeschort tot en met 2 maart 2023.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 februari 2023 op zitting behandeld, gezamenlijk met het verzoek met zaaknummer SGR 23/598, inzake het boetebesluit. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
Verzoekster en verweerder hebben zich op zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen
1. Waar gaat deze zaak over?
2. Verweerder heeft aan verzoekster een boete van € 1.128.000,- opgelegd omdat zij – kort gezegd – zonder vergunning gelegenheid heeft gegeven aan consumenten in Nederland om via haar website deel te nemen aan kansspelen. Verweerder wil het boetebesluit openbaar maken. Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om het openbaarmakingsbesluit te schorsen.
3. Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
Is er sprake van een spoedeisend belang?
4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld, moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in dit geval sprake van een spoedeisend belang, omdat de openbaarmaking van het boetebesluit onomkeerbaar is.
Belangenafweging
6. De vraag of het boetebesluit openbaar mag worden gemaakt hangt samen met de beoordeling, of verweerder terecht een boete (van dergelijke hoogte) aan verzoekster heeft opgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent de voorlopige voorzieningenprocedure zich in dit geval niet voor die beoordeling. De voorzieningenrechter zal dan ook alleen beoordelen, of het belang van verzoekster bij toewijzing van de gevraagde voorziening, opweegt tegen het algemeen belang van verweerder bij afwijzing daarvan. Daarbij komt aan het algemeen belang een groot gewicht toe.
7. Verzoekster heeft in dit kader aangevoerd dat openbaarmaking van het boetebesluit de reputatie van verzoekster ernstig zal aantasten. De publicatie zal veel (internationale) negatieve publiciteit tot gevolg hebben, waardoor verzoekster wereldwijd in een kwaad daglicht wordt gesteld. Al deze negatieve media-aandacht zal terecht komen bij de stakeholders van verzoekster. De Maltese toezichthouder en financiële instellingen kunnen gaan twijfelen aan de betrouwbaarheid van verzoekster, wat mogelijk gevolgen heeft voor haar vergunning in Malta en voor de contracten met verschillende handelspartners. Daar komt volgens verzoekster bij dat media-aandacht potentiële nieuwe spelers zal afschrikken en bestaande spelers zullen overstappen naar een andere partij. Dit alles heeft uiteindelijk ook invloed op de waarde van het bedrijf van verzoekster, die aanzienlijk zal dalen. Volgens verzoekster kan een rectificatie achteraf deze gevolgen niet meer ongedaan maken. Dit omdat rectificatie niet compenseert voor de verminderde inkomstenstroom en alle tijd en middelen, die verzoekster in eerste instantie zal moeten steken in het beperken van de reputatieschade.
8. De voorzieningenrechter stelt vast dat het boetebesluit is genomen in het kader van een aan verweerder door de wetgever toegekende taak om toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Het past in het kader van deze toezichthoudende taak dat boetebesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat er een preventieve werking uitgaat van openbaarmaking van de besluiten. Ook heeft verweerder kenbaar gemaakt dat bij de publicatie van besluiten altijd wordt vermeld, of er rechtsmiddelen tegen de besluiten zijn ingesteld, of nog kunnen worden ingesteld. Daardoor is het voor derden duidelijk in hoeverre de besluiten door de bestuursrechter zijn beoordeeld en onherroepelijk zijn. Verweerder heeft er verder terecht op gewezen dat verzoekster vanwege haar gestelde rapportageverplichtingen toch al bekendheid moet geven aan de opgelegde boete, los van een openbaarmaking van het boetebesluit.
9. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter in de zaak SGR 23/598 bij uitspraak van heden geoordeeld, dat het boetebesluit niet evident onrechtmatig is.
10. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder daarom in dit geval zijn belangen bij openbaarmaking van het boetebesluit zwaarder mogen laten wegen, dan het belang van verzoekster om geen nadelen te ondervinden door die openbaarmaking.
11. Conclusie
12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a en artikel 35a van de Wet op de Kansspelen (Wok).
Artikel 3.1. van de Wet open overheid (Woo).
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:484 (rechtsoverweging 10).
Bestuursrecht
zaaknummers: SGR 23/599
uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 maart 2023 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] (Malta), verzoekster
(gemachtigden: mrs. P.M. Waszink, R. van Neck, M.M.B. Cox),
en
De Raad van Bestuur van de Kansspelautoriteit, verweerder
(gemachtigden: mrs. R.G.J. Wildemors, E. Bouman, I. Rietbergen, K. Hollemans).
Procesverloop
Bij besluit van 20 december 2022 (openbaarmakingsbesluit) heeft verweerder besloten tot openbaarmaking van het besluit van dezelfde datum (boetebesluit), waarin verweerder een bestuurlijke boete van € 1.128.000,- aan verzoekster heeft opgelegd voor overtreding van de Wet op de Kansspelen.
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het openbaarmakingsbesluit. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Verweerder heeft de voorzieningenrechter laten weten dat het openbaarmakingsbesluit wordt opgeschort tot en met 2 maart 2023.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 16 februari 2023 op zitting behandeld, gezamenlijk met het verzoek met zaaknummer SGR 23/598, inzake het boetebesluit. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.
Verzoekster en verweerder hebben zich op zitting laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden.
Overwegingen
1. Waar gaat deze zaak over?
2. Verweerder heeft aan verzoekster een boete van € 1.128.000,- opgelegd omdat zij – kort gezegd – zonder vergunning gelegenheid heeft gegeven aan consumenten in Nederland om via haar website deel te nemen aan kansspelen. Verweerder wil het boetebesluit openbaar maken. Verzoekster is het daar niet mee eens. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om het openbaarmakingsbesluit te schorsen.
3. Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?
Is er sprake van een spoedeisend belang?
4. Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Deze procedure kan alleen worden gevoerd als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift. Voordat de zaak inhoudelijk kan worden behandeld, moet eerst worden beoordeeld of er sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening.
5. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in dit geval sprake van een spoedeisend belang, omdat de openbaarmaking van het boetebesluit onomkeerbaar is.
Belangenafweging
6. De vraag of het boetebesluit openbaar mag worden gemaakt hangt samen met de beoordeling, of verweerder terecht een boete (van dergelijke hoogte) aan verzoekster heeft opgelegd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter leent de voorlopige voorzieningenprocedure zich in dit geval niet voor die beoordeling. De voorzieningenrechter zal dan ook alleen beoordelen, of het belang van verzoekster bij toewijzing van de gevraagde voorziening, opweegt tegen het algemeen belang van verweerder bij afwijzing daarvan. Daarbij komt aan het algemeen belang een groot gewicht toe.
7. Verzoekster heeft in dit kader aangevoerd dat openbaarmaking van het boetebesluit de reputatie van verzoekster ernstig zal aantasten. De publicatie zal veel (internationale) negatieve publiciteit tot gevolg hebben, waardoor verzoekster wereldwijd in een kwaad daglicht wordt gesteld. Al deze negatieve media-aandacht zal terecht komen bij de stakeholders van verzoekster. De Maltese toezichthouder en financiële instellingen kunnen gaan twijfelen aan de betrouwbaarheid van verzoekster, wat mogelijk gevolgen heeft voor haar vergunning in Malta en voor de contracten met verschillende handelspartners. Daar komt volgens verzoekster bij dat media-aandacht potentiële nieuwe spelers zal afschrikken en bestaande spelers zullen overstappen naar een andere partij. Dit alles heeft uiteindelijk ook invloed op de waarde van het bedrijf van verzoekster, die aanzienlijk zal dalen. Volgens verzoekster kan een rectificatie achteraf deze gevolgen niet meer ongedaan maken. Dit omdat rectificatie niet compenseert voor de verminderde inkomstenstroom en alle tijd en middelen, die verzoekster in eerste instantie zal moeten steken in het beperken van de reputatieschade.
8. De voorzieningenrechter stelt vast dat het boetebesluit is genomen in het kader van een aan verweerder door de wetgever toegekende taak om toezicht te houden op de naleving van regelgeving en de daarmee samenhangende bevoegdheid om handhavend op te treden tegen overtreding van die regelgeving. Het past in het kader van deze toezichthoudende taak dat boetebesluiten worden gepubliceerd, zodat bekendheid wordt gegeven aan de wijze van uitvoering van deze taak en de consument wordt gewaarschuwd. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat er een preventieve werking uitgaat van openbaarmaking van de besluiten. Ook heeft verweerder kenbaar gemaakt dat bij de publicatie van besluiten altijd wordt vermeld, of er rechtsmiddelen tegen de besluiten zijn ingesteld, of nog kunnen worden ingesteld. Daardoor is het voor derden duidelijk in hoeverre de besluiten door de bestuursrechter zijn beoordeeld en onherroepelijk zijn. Verweerder heeft er verder terecht op gewezen dat verzoekster vanwege haar gestelde rapportageverplichtingen toch al bekendheid moet geven aan de opgelegde boete, los van een openbaarmaking van het boetebesluit.
9. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter in de zaak SGR 23/598 bij uitspraak van heden geoordeeld, dat het boetebesluit niet evident onrechtmatig is.
10. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft verweerder daarom in dit geval zijn belangen bij openbaarmaking van het boetebesluit zwaarder mogen laten wegen, dan het belang van verzoekster om geen nadelen te ondervinden door die openbaarmaking.
11. Conclusie
12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Nooijen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.M.H.T. van Bruggen, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 maart 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a en artikel 35a van de Wet op de Kansspelen (Wok).
Artikel 3.1. van de Wet open overheid (Woo).
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:484 (rechtsoverweging 10).