Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:20610

2023-12-19 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.24120
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-12-19
Publicatiedatum
2023-12-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.24120
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Algerije, met onbekende bestemming vertrokken, procesbelang in verband met inreisverbod, beroep niet-ontvankelijk.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.215 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Middelburg


Bestuursrecht


zaaknummer: NL23.24120


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen



[naam eiser] , eiser

V-nummer: [V-nr.] ,
(gemachtigde: mr. M.C.W. van der Zanden),



en




de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
(gemachtigde: mr. W. Epema).




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.

2. Eiser heeft op 17 december 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De staatssecretaris heeft met het bestreden besluit van 22 augustus 2023 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.

3. De rechtbank heeft het beroep op 7 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de staatssecretaris deelgenomen. Eiser en zijn gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.



Overwegingen

4. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Algerijnse nationaliteit te hebben.

5. Met het bestreden besluit heeft de staatssecretaris eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond op basis van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Hij heeft daarbij aan eiser ook een terugkeerbesluit met een onmiddellijke vertrektermijn en een inreisverbod voor de duur van twee jaren uitgevaardigd.

6. Op 8 november 2023 heeft de staatssecretaris aan de rechtbank meegedeeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.

7. In reactie op de vraag naar het procesbelang van eiser, heeft de gemachtigde van eiser schriftelijk laten weten dat zij voor het laatst op 8 november 2023 contact heeft gehad met eiser. De gemachtigde stelt dat eiser nog steeds procesbelang heeft omdat onduidelijk is welke vertrektermijn aan het terugkeerbesluit is verbonden, en omdat ten onrechte een inreisverbod is uitgevaardigd.


De rechtbank oordeelt als volgt.


8. Indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt, zonder aan de staatssecretaris te laten weten waar hij verblijft, moet er in beginsel van worden uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) is dit slechts anders als de vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat de vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt. Die situatie doet zich, gelet op de berichtgeving van de gemachtigde in het dossier, niet voor.

9. Voor zover eiser zich op het standpunt stelt dat hij in elk geval een zelfstandig belang heeft bij een beoordeling van het beroep tegen het inreisverbod, geldt dat ook daarvoor is vereist dat hij tenminste contact onderhoudt met zijn gemachtigde voordat de rechtbank het onderzoek sluit. De situatie in de zaak die heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2022, waarbij het contact tussen eiser en zijn gemachtigde enige tijd was onderbroken, maar vóór de sluiting van het onderzoek ter zitting weer was hersteld, doet zich in dit geval niet voor. Gemachtigde van eiser is immers niet teruggekomen op de mededeling dat het laatste contact op 8 november 2023 plaatsvond. Nu eiser noch zijn gemachtigde ter zitting zijn verschenen, kan de rechtbank niet vaststellen dat eiser inmiddels weer contact heeft met zijn gemachtigde.

10. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt de zaak dus niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.






Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Anker, rechter, in aanwezigheid van mr. S.S. van der Velde, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.



De uitspraak is bekendgemaakt op:





Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Zie de uitspraak van de Afdeling van 22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.


ECLI:NL:RVS:2022:584.