Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2023:19306
2023-12-05
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL23.26792
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Statushouder Italië. Interstatelijk vertrouwensbeginsel
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2023:4214 Raad van State 14-11-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.611 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26792
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).
Procesverloop Bij besluit van 1 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2023 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Jama. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser voert aan dat ten aanzien van Italië niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor statushouders, omdat eiser na overdracht een risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest.
2. Verweerder mag in zijn algemeenheid ten aanzien van Italië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwijst in dit verband naar constante jurisprudentie hierover, waaronder een recente uitspraak van de Afdeling van 14 november 2023. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het in zijn geval anders is. Eiser geniet sinds 2013 van internationale bescherming in Italië. Uit eisers verklaringen blijkt niet dat hij op onmenselijke wijze is behandeld in Italië. Eiser heeft in Italië tijdelijke huisvesting gehad en heeft ook Italiaanse les gehad. Verder heeft eiser medische zorg gehad en heeft hij in die periode ook een uitkering ontvangen. Dat eiser aangeeft dat deze uitkering op een gegeven moment is gestopt, leidt niet tot een andere conclusie. Uit eisers verklaringen blijkt namelijk niet dat hij serieuze inspanning heeft verricht om zich in Italië te vestigen en zijn rechten daar te effectueren.
3. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitspraak van 14 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4214.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.26792
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. R.H.T. van Boxmeer),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. M.K. Ruijzendaal).
Procesverloop Bij besluit van 1 september 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag niet-ontvankelijk verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 29 november 2023 op zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Jama. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Eiser voert aan dat ten aanzien van Italië niet langer kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor statushouders, omdat eiser na overdracht een risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM en artikel 4 van het Handvest.
2. Verweerder mag in zijn algemeenheid ten aanzien van Italië uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwijst in dit verband naar constante jurisprudentie hierover, waaronder een recente uitspraak van de Afdeling van 14 november 2023. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het in zijn geval anders is. Eiser geniet sinds 2013 van internationale bescherming in Italië. Uit eisers verklaringen blijkt niet dat hij op onmenselijke wijze is behandeld in Italië. Eiser heeft in Italië tijdelijke huisvesting gehad en heeft ook Italiaanse les gehad. Verder heeft eiser medische zorg gehad en heeft hij in die periode ook een uitkering ontvangen. Dat eiser aangeeft dat deze uitkering op een gegeven moment is gestopt, leidt niet tot een andere conclusie. Uit eisers verklaringen blijkt namelijk niet dat hij serieuze inspanning heeft verricht om zich in Italië te vestigen en zijn rechten daar te effectueren.
3. De aanvraag is terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 november 2023 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Europees Verdrag voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitspraak van 14 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4214.