Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2023:18770
2023-11-30
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL23.30202
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Trefwoord: Hersteluitspraak.
Citeert (3)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:18344 Rechtbank Den Haag 23-11-2023
- ECLI:EU:C:2017:127
- ECLI:NL:RVS:2017:2980 Raad van State 03-11-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.049 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30202
uitspraak ter verbetering van de uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november 2023 in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Overwegingen
Naar aanleiding van het bericht in het digitale dossier van de gemachtigde van eiser van 27 november 2023 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 23 november 2023 een kennelijke fout bevat.
In rechtsoverweging 6 wordt vermeld: ‘Uit het arrest C.K. en de uitspraak van de Afdeling van 3 november 2017 waarin het’. Uit de context van deze alinea valt op te maken dat het overige deel van deze rechtsoverweging is weggevallen.
De rechtbank zal, hoewel de uitspraak correct is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, daarom de beslissing als volgt herstellen en aanvullen.
Beslissing
De rechtbank herstelt rechtsoverweging 6 van de uitspraak van 23 november 2023 met kenmerk NL23.30202 als volgt:
‘6. Uit het arrest C.K.
en de uitspraak van de Afdeling van 3 november 2017
waarin het hiervoor genoemde arrest van het Hof van Justitie is uitgewerkt, volgt dat verweerder een BMA-advies hoort op te vragen als uit objectieve medische gegevens blijkt dat de overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat een zodanig ernstige invloed heeft op zijn mentale of fysieke toestand dat er sprake is van een reëel en onderbouwd risico op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand. Uit de brieven van het UMCG en het patiëntendossier van eiser blijkt dat eiser medische zorg nodig heeft. Echter blijkt niet uit objectieve medische gegevens dat de feitelijke overdracht aan Frankrijk een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand van eiser met zich brengt. Verweerder heeft dan ook geen BMA-advies hoeven op te vragen, voordat eiser wordt overgedragen aan Frankrijk.’
De rechtbank laat voor het overige de uitspraak van 23 november 2023 ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Rb Den Haag (zittingsplaats Middelburg) 23 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18344.
HvJEU 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.
ABRvS 3 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2980.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.30202
uitspraak ter verbetering van de uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 november 2023 in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser,
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. M.C.M. van der Mark),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder,
(gemachtigde: mr. W. Epema).
Overwegingen
Naar aanleiding van het bericht in het digitale dossier van de gemachtigde van eiser van 27 november 2023 heeft de rechtbank vastgesteld dat haar uitspraak van 23 november 2023 een kennelijke fout bevat.
In rechtsoverweging 6 wordt vermeld: ‘Uit het arrest C.K. en de uitspraak van de Afdeling van 3 november 2017 waarin het’. Uit de context van deze alinea valt op te maken dat het overige deel van deze rechtsoverweging is weggevallen.
De rechtbank zal, hoewel de uitspraak correct is gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, daarom de beslissing als volgt herstellen en aanvullen.
Beslissing
De rechtbank herstelt rechtsoverweging 6 van de uitspraak van 23 november 2023 met kenmerk NL23.30202 als volgt:
‘6. Uit het arrest C.K.
en de uitspraak van de Afdeling van 3 november 2017
waarin het hiervoor genoemde arrest van het Hof van Justitie is uitgewerkt, volgt dat verweerder een BMA-advies hoort op te vragen als uit objectieve medische gegevens blijkt dat de overdracht aan de verantwoordelijke lidstaat een zodanig ernstige invloed heeft op zijn mentale of fysieke toestand dat er sprake is van een reëel en onderbouwd risico op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand. Uit de brieven van het UMCG en het patiëntendossier van eiser blijkt dat eiser medische zorg nodig heeft. Echter blijkt niet uit objectieve medische gegevens dat de feitelijke overdracht aan Frankrijk een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand van eiser met zich brengt. Verweerder heeft dan ook geen BMA-advies hoeven op te vragen, voordat eiser wordt overgedragen aan Frankrijk.’
De rechtbank laat voor het overige de uitspraak van 23 november 2023 ongewijzigd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van R. Ben Sellam, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Rb Den Haag (zittingsplaats Middelburg) 23 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18344.
HvJEU 16 februari 2017, ECLI:EU:C:2017:127.
ABRvS 3 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2980.