Rechtbank Den Haag
ECLI:NL:RBDHA:2023:18731
2023-11-30
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
NL23.36591
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
bewaring, vervolgberoep, zicht op uitzetting, beroep ongegrond.
Citeert (5)
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12662 Rechtbank Den Haag 17-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:12663 Rechtbank Den Haag 24-08-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:14628 Rechtbank Den Haag 22-09-2023
- ECLI:NL:RBDHA:2023:17005 Rechtbank Den Haag 06-11-2023
- ECLI:NL:RVS:2023:2829 Raad van State 26-07-2023
Geciteerd door (4)
- ECLI:NL:RBDHA:2024:5904 Rechtbank Den Haag 17-04-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:4530 Rechtbank Den Haag 27-03-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2024:1056 Rechtbank Den Haag 25-01-2024
- ECLI:NL:RBDHA:2023:20836 Rechtbank Den Haag 29-12-2023
Volledige tekst
Volledige tekst (4.397 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36591
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. S. Benayad),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op 4 augustus 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 27 november 2023 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van
17 augustus 2023. Vervolgens zijn al eerder vervolgberoepen ingesteld. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 september 2023 en van 6 november 2023.Uit laatstgenoemde uitspraak volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 31 oktober 2023, rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn ontbreekt. Eiser heeft de Algerijnse nationaliteit en niet de Marokkaanse. Desondanks is zowel bij de Marokkaanse als bij de Algerijnse autoriteiten een verzoek tot afgifte van een LP voor eiser ingediend.
5. De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 6 november 2023, rechtsoverweging 5. De rechtbank heeft in die uitspraak geoordeeld dat in zijn algemeenheid en ook in het geval van eiser sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Tunesië.
Door eiser zijn geen feiten en omstandigheden aangedragen die op dit onderdeel tot een ander oordeel moeten leiden.
6. Tot slot is het de rechtbank ook ambtshalve niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
ECLI:NL:RBDHA:2023:12662 en de hersteluitspraak van 24 augustus 2023,ECLI:NL:RBDHA:2023:12663.
ECLI:NL:RBDHA:2023:14628.
ECLI:NL:RBDHA:2023:17005.
Laissez-passer.
Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 in de gevoegde zaken C-704/20 en C-39/21 en - in aansluiting hierop - in de uitspraak van de Afdeling van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.36591
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
V-nummer: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. S. Benayad),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Verweerder heeft op 4 augustus 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek op 27 november 2023 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van
17 augustus 2023. Vervolgens zijn al eerder vervolgberoepen ingesteld. Hierbij wordt verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 september 2023 en van 6 november 2023.Uit laatstgenoemde uitspraak volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek, 31 oktober 2023, rechtmatig is.
4. Eiser voert aan dat zicht op uitzetting naar Algerije binnen een redelijke termijn ontbreekt. Eiser heeft de Algerijnse nationaliteit en niet de Marokkaanse. Desondanks is zowel bij de Marokkaanse als bij de Algerijnse autoriteiten een verzoek tot afgifte van een LP voor eiser ingediend.
5. De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 6 november 2023, rechtsoverweging 5. De rechtbank heeft in die uitspraak geoordeeld dat in zijn algemeenheid en ook in het geval van eiser sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn naar Tunesië.
Door eiser zijn geen feiten en omstandigheden aangedragen die op dit onderdeel tot een ander oordeel moeten leiden.
6. Tot slot is het de rechtbank ook ambtshalve niet gebleken dat het voortduren van de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
ECLI:NL:RBDHA:2023:12662 en de hersteluitspraak van 24 augustus 2023,ECLI:NL:RBDHA:2023:12663.
ECLI:NL:RBDHA:2023:14628.
ECLI:NL:RBDHA:2023:17005.
Laissez-passer.
Op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 8 november 2022 in de gevoegde zaken C-704/20 en C-39/21 en - in aansluiting hierop - in de uitspraak van de Afdeling van 26 juli 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2829.