Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:18631

2023-12-01 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.31678
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-12-01
Publicatiedatum
2023-12-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Vereenvoudigde behandeling
Zaaknummer
NL23.31678
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Dublin, plakvovo, indiening vovo en gevolgen overdrachtstermijn, afgewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.319 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Groningen



Bestuursrecht



zaaknummer: NL23.31678


uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Sierra Leoonse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. U.H. Hansma),



en


de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. H.R. Nobel).




Procesverloop


Bij besluit van 5 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.



De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL23.31677 (het beroep), op 1 november 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van verweerder.





Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL23.31677, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Op de zitting is, naar aanleiding van een uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 12 oktober 2023 (ECLI:NL:RBDHA:2023:15459), gesproken over de vraag of het indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening op zichzelf al tot gevolg heeft dat de overdrachtstermijn wordt opgeschort, of dat die termijn pas wordt opgeschort als een dergelijk verzoek door de rechter wordt toegewezen. Verweerder heeft naar aanleiding van het betoog van verzoeker op dit punt gereageerd. Hoewel dit vanzelfsprekend een belangwekkende discussie is, ziet de voorzieningenrechter in de nu voorliggende zaak geen aanleiding om hetgeen door partijen op dit punt is aangevoerd te bespreken. De reden daarvoor is dat in deze zaak de overdrachtstermijn, of die nu is opgeschort of niet, niet eerder verstrijkt dan zes maanden na de aanvaarding van het terugnameverzoek door Frankrijk op 19 juni 2023, en overdracht van eiser aan Frankrijk binnen die termijn in ieder geval juridisch mogelijk moet worden geacht, gezien de datum van deze uitspraak. Voor de uitkomst van deze procedure maakt het dan ook geen verschil of de termijn door het enkele indienen van het verzoek wel of niet is opgeschort.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.



Deze uitspraak is gedaan door mr. T.A. Oudenaarden, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R. de Boer, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:






Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.