Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:16776

2023-08-08 Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht NL23.26053
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-08-08
Publicatiedatum
2023-11-08
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
NL23.26053
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beslissing niet tijdig, niet ontvankelijk, geen geldige ingebrekestelling.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.031 tekens)
uitspraak














RECHTBANK DEN HAAG


Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.26053

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen




[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. E. van den Hombergh), en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder




Procesverloop


Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend na de uitspraak van de rechtbank van 2 juni 2022 met zaaknummer NL21.12211. In die uitspraak staat dat verweerder opnieuw moet beslissen op de aanvraag van eiseres. Eiseres stelt nu beroep in omdat verweerder dat niet heeft gedaan.




Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.1

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.2



Is het beroep van eiseres ontvankelijk?



3. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS) heeft in de uitspraak van 8 maart 2019 geoordeeld dat wanneer de wettelijke termijn voor het nemen van

een besluit is verstreken, in beginsel een ingebrekestelling is vereist in de gevallen dat tegen het niet tijdig nemen van een besluit (voor de eerste maal) beroep wordt ingesteld bij
de bestuursrechter.3 Ditzelfde geldt wanneer de bestuursrechter het bestuursorgaan heeft opgedragen een nieuw besluit te nemen maar geen termijn heeft bepaald waarbinnen






1. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en 6:12 van de Awb.
3 ECLI:NL:RVS:2019:673.




dat besluit moet worden genomen.


4. Van een ingebrekestelling als bedoeld in artikel 4:17, derde lid, van de Awb is volgens vaste rechtspraak sprake als duidelijk is dat de belanghebbende het bestuursorgaan maant om alsnog een bepaald besluit te nemen.4 Daarvan is sprake indien voldoende duidelijk is op welke aanvraag of welk bezwaarschrift het geschrift betrekking heeft, dat belanghebbende zich op het standpunt stelt dat het bestuursorgaan niet tijdig op de aanvraag of het bezwaarschrift heeft beslist en dat belanghebbende erop aandringt dat een zodanige beslissing alsnog wordt genomen.

5. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling. De brief van 8 september 2022, die volgens eiseres een ingebrekestelling is, heeft als aanhef ‘voortgang asielprocedure’. Eiseres heeft met die brief verweerder verzocht om binnen twee weken haar te informeren over de voortgang van het verdere verloop van haar aanvraag. Uit deze brief blijkt niet duidelijk dat eiseres zich daarin op het standpunt stelt dat verweerder niet tijdig op haar aanvraag heeft beslist en dat zij erop aandringt dat een zodanige beslissing alsnog genomen wordt. Omdat er geen sprake is van een geldige ingebrekestelling voldoet het beroep niet aan de voorwaarden voor het instellen van beroep tegen het niet tijdig beslissen.5

6. Het beroep is niet-ontvankelijk.

7. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.



Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van V.M. de Waard, griffier.


























4 ECLI:NL:CRVB:2021:1071.
5 Artikel 6:12 van de Awb.




De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:




08 augustus 2023




















Documentcode: [documentcode]















Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een hogerberoepschrift. U moet dit hogerberoepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.