Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:16394

2023-10-31 Civiel recht; Personen- en familierecht C/09/647749 / JE RK 23-1031
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-10-31
Publicatiedatum
2023-11-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/09/647749 / JE RK 23-1031
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW; aanhouding. Partijen krijgen de gelegenheid gekregen om op het rapport te reageren en/of nieuwe verzoeken in te dienen, zodat mogelijk een nieuwe zitting gepland moet worden, dan wel aan de bijzondere curator ontslag dient te worden verleend. Zie vervolgbeschikkingen op 6 december 2023 en 12 januari 2024 met zelfde zaaknummer C/09/647749 / JE RK 23 - 1031.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.563 tekens)
Rechtbank DEN HAAG


Team Jeugd- en Zorgrecht



Zaaksgegevens: C/09/647749 / JE RK 23-1031
Datum uitspraak: 31 oktober 2023


Beschikking van de kinderrechter
Benoeming bijzondere curator ex artikel 1:250 BW; aanhouding


in de zaak van



[de vader] ,

hierna te noemen: de vader,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. L.J.W. van Kesteren, te Amsterdam,



betreffende



[minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2010 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .


De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:



[de moeder] ,

hierna te noemen: de moeder,
wonende te [woonplaats 2] ,


Raad voor de Kinderbescherming,
locatie Den Haag, hierna te noemen de Raad,


De kinderrechter merkt als informant aan:


Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, hierna te noemen de gecertificeerde instelling.



Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
- het e-mailbericht van 17 oktober 2023 van de bijzondere curator, mevrouw drs. A. van Teijlingen.



Voor de feiten wordt verwezen naar de beschikking van 27 juni 2023.




Verzoek
De vader heeft op grond van artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) verzocht om (al dan niet ambtshalve) een bijzondere curator te benoemen voor [minderjarige] .






Beoordeling
Bij beschikking van 27 juni 2023 heeft de kinderrechter in deze rechtbank een bijzondere curator benoemd, zijnde mevrouw drs. A. van Teijlingen, en haar de opdracht gegeven om uiterlijk 27 oktober 2023 verslag te doen van haar onderzoek. Afhankelijk van de inhoud van het verslag zal worden bepaald of er nog een nieuwe inhoudelijke zitting gepland moet worden, nadat partijen kennis hebben kunnen nemen van het rapport en hun reactie desgewenst aan de rechtbank hebben ingezonden.


Mevrouw drs. A. van Teijlingen heeft per e-mailbericht van 17 oktober 2023 aangegeven dat zij in staat is om vóór 27 oktober 2023 te rapporteren, maar dat het haar niet lukt om bij een eventuele zitting voor 13 november 2023 aanwezig te zijn in verband met persoonlijke omstandigheden. Dit maakt dat de kinderrechter aanleiding ziet om het verzoek tot benoeming van de bijzondere curator pro forma aan te houden tot 8 december 2023. Op deze manier hebben alle partijen voldoende tijd om het rapport van de bijzondere curator te lezen en hierop te reageren, desgewenst verzoeken in te dienen en kan na kennisname door de rechtbank bepaald worden of een nieuwe inhoudelijke zitting gepland dient te worden, dan wel aan de bijzondere curator ontslag dient worden verleend.




Beslissing
De kinderrechter:


houdt het verzoek tot benoeming van de bijzondere curator pro forma aan tot 8 december 2023 in afwachting van het rapport van de bijzondere curator.










Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 31 oktober 2023 door mr. J.C van den Dries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M.C. Mulders als griffier.


























De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 31 oktober 2023.









Voor zover in deze beschikking eindbeslissingen staan, kan hoger beroep tegen deze beschikking worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.