Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:12160

2023-08-09 Bestuursrecht 23_988
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-08-09
Publicatiedatum
2023-08-15
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
23_988
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

PKV-uitspraak: toekenning in beroepsfase.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (1)

Volledige tekst

Volledige tekst (3.695 tekens)
Rechtbank DEN Haag


Bestuursrecht



zaaknummer.: SGR 23/988


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 augustus 2023 in de zaak tussen


[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Lange),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder
(gemachtigde: M. Brouwer).





Procesverloop


De rechtbank heeft op 26 januari 2023 een beroepschrift namens eiseres ontvangen gericht tegen het bestreden besluit van 20 december 2022, waarin het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit van 28 juli 2022 en het wijzigingsbesluit van 14 december 2022 nietontvankelijk is verklaard.



Op 17 februari 2023 heeft verweerder het bestreden besluit ingetrokken en besloten het bezwaar van eiseres verder te behandelen.



Op 14 maart 2023 heeft eiseres het beroep ingetrokken en verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.



Verweerder heeft 20 maart 2023 op het verzoek gereageerd.





Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

2. Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb kan de rechtbank, in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, op verzoek van de indiener, het bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van die wet veroordelen in de proceskosten.

3. Eiseres heeft tijdens de bezwaarfase niet verzocht om vergoeding van de in bezwaar gemaakte proceskosten. De beoordeling hierna over de gevraagde proceskostenveroordeling beperkt zich daarom tot de beroepsfase. 

4. Verweerder is aan eiseres tegemoetgekomen als bedoeld in artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb. Aan eiseres is ter zake van het beroep door een derde beroepsmatig rechtsbijstand verleend, bestaande uit het indienen van een beroepschrift.

5. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 837,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 1).

6. De rechtbank wijst erop dat verweerder op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb verplicht is het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,- te vergoeden.


Beslissing


De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van
€ 837,-.




Deze uitspraak is gedaan door mr. A.J. van der Ven, rechter, in aanwezigheid van A. Jansen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 augustus 2023.





griffier rechter





Afschrift verzonden aan partijen op:





Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.