Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Den Haag

ECLI:NL:RBDHA:2023:10290

2023-06-06 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 22/5855
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Den Haag
Uitspraakdatum
2023-06-06
Publicatiedatum
2023-07-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
22/5855
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Aow. Verweerder heeft het beslag door de gerechtsdeurwaarder uitgevoerd en was daartoe verplicht. De rechtbank stelt vast dat verweerder het beslag op een juiste wijze heeft uitgevoerd. Het beroep is ongegrond. Mondelinge uitspraak.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.945 tekens)
RECHTBANK DEN HAAG


Bestuursrecht


zaaknummer: SGR 22/5855


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 juni 2023 in de zaak tussen



[eiseres], uit [woonplaats], eiseres


en




de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, verweerder
(gemachtigde: W. van den Berg).



Zitting


De rechtbank heeft het beroep van eiseres op 6 juni 2023 op een zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van verweerder.



Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. De motivering van die uitspraak vermeldt de rechtbank hierna onder de beslissing.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.


Overwegingen
1. Eiseres ontvangt een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet. Met het besluit van 14 april 2022 heeft verweerder aan eiseres gemeld dat er door Likifin (gerechtsdeurwaarder) beslag is gelegd op het ouderdomspensioen en dat vanaf april 2022 een bedrag van € 104,49 per maand op het pensioen van eiseres in mindering wordt gebracht. Dit betekent dat zij vanaf dat moment een bedrag van € 1.015,43 (netto) ouderdomspensioen zal ontvangen. Eiseres heeft hiertegen bezwaar ingediend. 2. Verweerder heeft het bezwaar van eiseres met het besluit van 3 augustus 2022 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard. Verweerder heeft hierin uitgelegd verplicht te zijn een beslag van een deurwaarder uit te voeren. Wel heeft verweerder bekeken of het beslag op de juiste manier is uitgevoerd. Volgens verweerder is dat het geval, omdat rekening is gehouden met de door de deurwaarder vastgestelde beslagvrije voet. 3. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Eiseres verzoekt – kort gezegd – om de beslaglegging terug te draaien en het ingehouden geld terug te storten. Volgens eiseres heeft de gemeente Leiden ten onrechte dwangsommen aan haar opgelegd. Zij stelt geen enkele overtreding te hebben begaan. 4. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep, dat is de hoogste rechter in sociale verzekeringszaken, volgt dat bezwaren over een beslag kunnen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter en dat het niet op de weg van verweerder, als derdenbeslagene, ligt om de geldigheid van het beslag te beoordelen. De bestuursrechter mag daarover dan ook niet oordelen. Bij de beoordeling van een betalingsbeslissing als in dit geding aan de orde, moet het gelegde beslag als een gegeven worden aanvaard. 5. De bestuursrechter moet zijn toetsing daarom beperken tot het beantwoorden van de vraag of het bestuursorgaan (in dit geval verweerder) bij de uitbetaling van het AOW-pensioen aan eiseres (de betalingsbeslissing) is gebleven binnen het kader van het beslag.
6. Verweerder heeft dat naar het oordeel van de rechtbank op een juiste wijze gedaan. Niet is gebleken dat verweerder een onjuist bedrag per maand heeft ingehouden. De beroepsgrond dat het op het ouderdomspensioen van eiseres gelegde derdenbeslag onrechtmatig is gelegd kan niet slagen, omdat de rechtmatigheid van het beslag niet in deze procedure ter beoordeling staat. Eiseres heeft verder niets aangevoerd tegen de wijze van beslaglegging, alleen tegen de beslaglegging zelf. Daarvoor had eiseres zich echter moeten richten tot de burgerlijke rechter. Dit heeft de bestuursrechter ter zitting aan eiseres uitgelegd. Daarbij is aan eiseres tevens het advies gegeven om rechtshulp te zoeken (bijvoorbeeld het Juridisch Loket) voor het (alsnog) aanvechten van het derdenbeslag.

7. Voornoemde betekent dat het beroep ongegrond is. Eiseres krijgt dus geen gelijk.

8. Eiseres krijgt haar griffierecht niet terug. Voor een proceskostenveroordeling ziet de rechtbank evenmin aanleiding.


Deze uitspraak is in het openbaar gedaan door mr. C.J. Waterbolk, rechter, in aanwezigheid van mr. L. Lemmen, griffier, op 6 juni 2023.











griffier


rechter







de griffier is verhinderd om de uitspraak te ondertekenen.




Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.


Zie de uitspraak van de CRvB van 22 april 2022, ECLI:NL:CRVB:2022:1077.